Het weerjaar 2018 in woord en beeld

Jaaroverzicht 2018

De laatste uren op de klok tikken weg en met weinig spannende vooruitzichten i.v.m. een winterinval, is het tijd voor een terugblik op het memorabele weerjaar 2018, want dat was het in veler opzichten. Van ijzige situaties en zware stormen in het begin van het jaar tot één van de droogste zomers aller tijden. Stormjager en landschapsfotograaf Paul Begijn neemt je mee doorheen het voorbije ‘weerjaar’…

Winter

Het jaar begon stormachtig, met in januari twee stormen van formaat. Op 3 januari werden de Benelux getroffen door een zware storm, die in de ochtend de westelijke provincies binnentrok. Samen met stormjagers Gijs de Reijke, Rick Bekker en Ruud van Kessel sprak ik in alle vroegte af om richting Zeeuwse kust te rijden en het stormgeweld te fotograferen. Target was de vuurtoren van Westkapelle.

Echter omdat het hoogtepunt van de storm voor hoog water was, konden we niet de gewenste foto’s maken. Daarom reden we richting Vlissingen naar de Oranjemolen, waar de (noord)westerstorm het Noordzeewater op dat moment vol tegen de kades deed beuken. We waren niet de enigen, veel toeristen en inwoners waren uitgerukt om de woeste Noordzee te aanschouwen. En geef ze eens ongelijk!

Nadat de storm was gaan liggen, reden we huiswaarts om ons klaar te maken voor de talkshow van Eva Jinek, waar we een paar minuten zendtijd kregen om onze passie voor stormen te delen.

Nog nauwelijks bekomen van de eerste storm, liet de volgende storm zich alweer optekenen in de weerkaarten. Op 18 januari werd Nederland opnieuw opgeschrikt door een zware storm, die vooral landinwaarts opvallend pittig uitpakte. Een filmpje van een scholier in Den Bosch die tegen de grond werd gesmeten door een windstoot, ging viraal. Met een andere stormjager trok ik richting Zeeland, waar het hoogtepunt van de storm zich al rond 9 uur aankondigde. In het eerste, prille licht leverde het spectaculaire beelden op.

Hoewel velen al uitkeken naar het voorjaar, liet de winter nog twee keer serieus van zich horen. Een ijzige noordoostenwind liet de gevoelstemperatuur eind februari op veel plekken dalen tot ongeveer -15 graden Celsius. Een volle week winterpret zorgde ervoor dat we op sommige plekken de ijzers onder konden binden.

Echter…door de aanhoudende noordoostenwind was het ijs op veel plekken levensgevaarlijk. Wel leverde het bijzondere beelden op, van ijsschotsen in de Waddenzee, opkruiend ijs in het IJssel- en Markermeer en ijsplaten in de Oosterschelde. De late kou en vooral de ijzige noordoostenwind maakte veel slachtoffers onder de kustvogels. Met name: bergeenden, scholeksters en verschillende soorten plevieren legden massaal het loodje.

Met maart op de kalender was iedereen na de late kou-inval des te meer toe aan het voorjaar. Maar daar hadden de weergoden lak aan. Want op zaterdag 17 maart werden grote delen van Nederland en België opnieuw in winterse sferen gedompeld. Een sneeuwzone trok gedurende de ochtend de lage landen binnen, gepaard met een stevige noordoostenwind die het onaangenaam maakte. Deze schotse hooglander (foto) in de Zeepeduinen in Zeeland kon met z’n dikke vacht echter wel de barre koude trotseren.

Voorjaar

Na de laatste plaagstoot van ‘Koning Winter’ was het voorjaar nu toch echt aan zet. Een voorjaar dat rustig verliep, met de nodige neerslag die zo gewenst is in het groeiseizoen. Voor onweerliefhebbers begon het seizoen hoopgevend. Op 10 april diende zich al de eerste onweerssituatie van het jaar aan. Vanuit het (zuid)oosten trokken verschillende onweersbuien over de Lage Landen. De buien waren dynamisch van aard, waardoor er behoorlijk wat structuur te zien was in de lucht.

Natuurgebied de Zeezuiper bij Bergen op Zoom na een mistige nacht.

Een shelfcloud trok in het begin van de avond over de omgeving van Zomergem in Vlaanderen.

Het rustige weer zorgde op verschillende dagen voor ‘prachtig-in-mist-gehulde’ landschappen.

Ook op zondag 29 april kwam het tot onweer, met zelfs supercellulaire buien in het grensgebied met Duitsland. Omdat ik in Frankrijk verbleef, moest ik deze situatie helaas aan me voorbij laten gaan.

De eerstvolgende mogelijkheid om het onweer achterna te gaan liet niet heel lang op zich wachten. In de avond van 21 mei trokken zware onweersbuien de provincie Limburg binnen. Samen met Gijs trok ik richting Midden-Limburg om wat van het natuurgeweld mee te maken. Het was allesbehalve een eenvoudige chase, want de regen bemoeilijkte het maken van foto’s. Ook leent het gebied zich niet goed voor vergezichten. Uiteindelijk vonden we een geschikte fotolocatie aan de Maasplassen, waar we nog enkele bliksems konden fotograferen.

Eind mei schakelden we over op een droog weertype, wat uiteindelijk een historisch droge periode in zou luiden. De dynamische onweerssituaties, vaak typerend voor eind mei en juni, bleven helaas uit. De combinatie van warmte en vocht zorgde soms wel voor een aantal pulserende onweersbuien.

Het uitblijven van dynamische onweerssituaties in de lage landen bracht ons uiteindelijk op stormchase naar Frankrijk. In het noordoosten van Frankrijk kwam het op 10 en 11 juni tot supercells. Samen met enkele andere stormjagers trokken we richting de Rijnvallei op de grens met Duitsland. In de avonduren volgden we daar een bui met supercellulaire kenmerken. Omdat de treksnelheid van de bui niet heel hoog lag, konden we de buien naderen kort nadat die ontstaan waren.

Onderweg schoten we nog wat foto’s van het zijaanzicht van de bui, met magnifieke updrafts en torenhoge cumuluswolken. Toen het eenmaal donker geworden was, konden we ons vergapen aan een prachtige bliksemshow.

Rond middernacht zochten we een hotel op in de Duitse stad Karlsruhe. Na een korte nacht kwamen we vroeg in de ochtend bij elkaar om de laatste weerkaarten met elkaar te bespreken en een strategie te bepalen. De setting was immers opnieuw interessant voor het ontstaan van supercells. Hoewel de weermodellen de buien een stuk oostelijker intekenden, profiteerden wij mee van de kennis en expertise van onze weerman Michiel Baatsen.

Hij voorzag een potentieel interessant gebied iets ten oosten van Metz. De timing voor het ontstaan van mogelijke supercells was rond de middag, dus vertrokken we op tijd in ons hotel. Halverwege onze rit zagen we de eerste signalen op de radar van mogelijk interessante buien. Vol goede moed reden we in volle vaart richting Metz. Geen minuut te laat arriveerden we op een prachtige spot, met zicht op het westen. Aan de horizon waren al snel structuren zichtbaar die duidden op een supercell. Het gerommel, de dieptewerking in het landschap en het wuivende graan maakten de setting compleet…een prachtig schouwspel!

Zomer

In de vroege ochtend van 23 juni waren er prachtige lichtende nachtwolken te zien, die vrij hoog boven de horizon stonden. Ik vond een prachtige plek aan de Otheense Kreek in Terneuzen met zicht op de nlc’s. Nog nooit eerder zag ik lichtende nachtwolken zo helder en hoog in de lucht.

Terwijl de droogte Nederland en België in z’n greep hield, werden regio’s in zuidwest, west en noordwest Frankrijk begin juli getrakteerd op een aantal pittige onweersbuien. Tijdens een meerdaagse trip in Normandië was ik tijdens een onweersbui getuige van één van de mooiste zonsondergangen die ik ooit heb gezien.

In Nederland kwam het pas op 28 juli tot regen. Vooral in het zuidwesten, midden en zuiden vielen in de middag enkele onweersbuien. Hoewel deze buien pulserend van karakter waren en richting de avond uitdoofden, kondigde zich een nieuwe buienlijn aan vanuit het westen op nadering van een koufront. Uitgerekend tijdens de zogenoemde bloedmaan nam de bewolking halverwege de avond op veel plaatsen toe.

Rond zonsondergang was er een scherpe band met bewolking te zien die vanaf zee binnenliep. Bij het binnenlopen van de wolkenband, die iets weg had van een shelfcloud, trok de wind plotseling stevig aan naar kracht 5. Na een hete dag met om 21.00 uur nog temperaturen tegen de 30 graden op de Zeeuwse stranden, zakte het kwik snel naar een aangename 21 graden. Het onweer, vooral actief boven de Noordzee, ging er echter uit bij het naderen van het vaste land.

Omdat onweer in Nederland uitbleef en er zich in Frankrijk opnieuw kansen aandienden, vertrokken we op 8 augustus richting Frankrijk voor een stormchase. Niet de meeste spannende setting, de supercell kansen waren immers verwaarloosbaar. Maar in een onweer-arm jaar pakten we natuurlijk graag iedere potentieel interessante setting mee. Met resultaat, want in de avond werden we getrakteerd op een prachtige bliksemshow ten oosten van Amiens.

In de Benelux hield het standvastige droge weertype stand, met prachtige ochtenden, zoals hier aan de Otheense Kreek bij Spui.

Met het aanhoudende warme weertype was de zeewatertemperatuur gestegen tot ruim 22 graden in de Zeeuwse delta. Eén van de eerste settings deze zomer met een koude bovenlucht, greep ik daarom met beide handen aan om uit te kijken naar waterhozen. En met succes: tijdens een buientrog met een verhoogde buienactiviteit wist ik twee hozen vast te leggen in de ‘staart’ van de bui.

Een volgende setting met koude bovenluchten leidde tot kustbuien op 25 augustus. Met name boven de Zeeuwse wateren kwam het tot onweer. In combinatie met een ondergaande zon leverde dit prachtige luchten op.

Na een kort wisselvalliger intermezzo ging september opnieuw erg droog de boeken in. Waar de kustprovincies in het najaar vaak veel regen kunnen verwachten door een combinatie van een kouder wordende bovenlucht en warm zeewater, bleef de neerslag afgelopen najaar grotendeels uit.

Ondanks de droge condities werden de nachten steeds vochtiger. Dit zorgde regelmatig voor grondmist. Ook vroor het aan het einde van deze periode voor het eerst aan de grond.

Herfst

Rustige condities bij de start van de herfst in de lage landen.

Door een gebrek aan dynamiek was de luchtverontreiniging op veel plaatsen hoog. Ook hoger in de lucht waren de condensatiesporen van vliegtuigen goed waarneembaar, de zogenoemde ‘contrails’. Desondanks zorgde het in de vroege ochtend van 5 oktober wel voor prachtige beelden.

Heel wat minder rustig ging het er aan toe in Portugal, waar orkaan Leslie op 13 oktober aan land ging aan de westkust. Omdat ik toevallig een lang weekend in Lissabon verbleef, zocht ik de Oceaankust op om het naderende natuurgeweld vast te leggen. Uiteindelijk ging de orkaan als tropische storm aan land, zo’n 200 kilometer ten noorden van de hoofdstad. De schade viel achteraf gezien nog mee.

Nadat we dieper in de herfst kwamen, kreeg de Atlantische Oceaan steeds meer grip op ons weer en wisten regenstoringen ons eindelijk te bereiken.

Hoewel de grondwaterstand nog lang niet op normaal niveau is, zijn veel sloten, vennen, kreken, plassen en beken weer grotendeels gevuld. Het is nu wachten op de winter. Hoewel sceptici de winter al hebben afgeschreven, hoeven we niet ver terug in de geschiedenis te gaan, om te weten dat we de winter pas eind maart definitief kunnen afschrijven. Vol verwachting klopt mijn hart, over wat ons allemaal te wachten staat in een hopelijk opnieuw erg boeiend weerjaar 2019!


Lees ook eens: