Wat zijn de eigenschappen van een storm?

De term “storm” wordt vaak te pas en te onpas gebruikt in de media. We lezen in de zomer vaak artikels met als titel “storm op komst”  terwijl het eigenlijk gaat over hevige onweersbuien. Om van een storm te spreken moet de gemiddelde windsnelheid 75 km/u of meer halen. Deze gemiddelde windsnelheid wordt gemeten over een tijdspanne van 10 minuten. Bij een hevige onweersbui kunnen er wel stevige rukwinden zijn maar een gemiddelde windsnelheid van 75 km/u of meer is bijna onmogelijk bij een onweer. Aanvullende informatie kunnen jullie lezen in het eerder geschreven artikel over stormdepressies: begrip storm

Eigenschappen van een storm

De meeste stormen ontstaan in het winterhalfjaar. Wanneer warme en koude lucht botsen boven de Atlantische Oceaan ontstaan er diepe depressies. De warme lucht wordt gedwongen te stijgen omdat de koude lucht onder de warme lucht kruipt. Als de straalstroom boven zo een diepe depressie ligt, wordt de warme lucht bovenaan mooi weggezogen. Er ontstaat een mooie schoorsteen die de stijgende lucht mooi uit de depressie zuigt.

Aan het aardoppervlak ontstaat een tekort aan lucht en kunnen we dus spreken van lage druk. Dit tekort zorgt ervoor dat lucht vanuit de omgeving toeschiet om dit tekort ongedaan te maken. Dit zorgt er voor dat het hard waait in de omgeving van een lagedrukgebied. De stijgende warme lucht koelt snel af. Deze warme lucht condenseert waardoor er wolken en neerslag ontstaat.

Een erg lage luchtdruk in een depressie wil niet zeggen dat het er heel hard waait. Het luchtdrukverval vertelt ons of er stormwinden in een depressie zullen zitten. Luchtdrukverval is het verschil in luchtdruk over verschillende plaatsen. Hoe groter het verschil in luchtdruk over korte afstand, hoe steviger de wind.

luchtdrukinterval

Een mooi voorbeeld van luchtdrukinterval. Hoe groter het verschil van luchtdruk op een korte afstand, hoe meer wind.

Zijn er al zware stormen geweest in de Benelux?

De Benelux heeft al heel wat zware stormen meegemaakt. Er vielen al veel slachtoffers bij deze stormen. De meeste slachtoffers vielen wel niet omwille van de hoge windsnelheden, maar wel door overstromingen. Vooral Nederland kent in zijn geschiedenis veel catastrofale overstromingen. Denk maar aan de Sint-Clemensvloed van 23 november 1334, er vielen toen duizenden dodelijke slachtoffers in Zuidwest-Nederland en aan de Belgische kust. Ook de Sint-Elisabethsvloeden van 1404 en 1421, de Felixvloed van 5 november 1530 en de Allerheiligenvloed van 1 november 1570 zorgden voor extreem veel schade en veel ondergelopen dorpen.

Zeker niet te vergeten is de meer recente noordwesterstorm van 31 januari en 1 februari 1953. Deze zorgden voor meer dan 1800 dodelijke slachtoffers in Nederland. Nederland begon daarna met de bekende Deltawerken om zo de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant beter te beschermen tegen hoogwater en springtij van de zee.

watersnoodramp 1953

De noordwesterstorm van 1953 bracht een hoop ellende met zich mee. Verschillende dorpen langs de kust in Nederland werden overspoeld door de zee. Vele mensen verdronken en huizen werden zwaar beschadigd.

Tijdens de noordwesterstorm van 1953 speelden de getijden een zeer belangrijke rol, het was namelijk springtij. De zon en de maan zijn verantwoordelijk voor de getijden van de zee. Ze oefenen een aantrekkingskracht uit op het water. De maan oefent de grootste aantrekkingskracht uit. Hierdoor ontstaan er twee “waterbergen”, één waterberg is naar de maan gericht, de andere bevindt zich aan de andere kant van de planeet.

Ook de zon oefent een aantrekkingskracht uit op het water. Deze aantrekkingskracht is minder groot. Dit is te verklaren omdat de zon verder verwijderd is van onze aarde dan de maan. Wanneer de zon en de maan op 1 lijn staan zullen de waterbergen elkaar versterken, we spreken dan van een springtij. Het springtij en een hevige noordwesterstorm waren de ingrediënten die de storm van 1953 zo dodelijk maakten.

Een orkaan boven de Benelux

De misschien wel zwaarste storm die de Benelux recent trof was de storm van 25 januari 1990. Deze storm werd in Frankrijk en Duitsland benoemd als een orkaan, orkaan Dalia. In België en Nederland vielen er respectievelijk 11 en 17 dodelijke slachtoffers. De storm kwam rond 14u aan land in de Benelux, dit zorgde ervoor dat de avondspits erg moeizaam verliep. De hoogste rukwind in de Benelux werd gemeten in Bevekom (België). De rukwinden haalden daar snelheden van maar liefst 168 km/u. In Vlissingen (Nederland) werd een rukwind waargenomen van 148 km/u.

eigenschappen-van-een-storm

We hebben voor jullie even de weerkaart van 25/01/1990 laten berekenen door het Amerikaans weermodel. De stormdepressie had een kerndruk van 950 hPa waarvan de isobaren aan de zuidelijke flank van het systeem erg dicht op elkaar kwamen te liggen.

Op de rijkswegen in Nederland zijn er tijdens deze storm 130 vrachtwagencombinaties, caravans en opleggers omgewaaid. De luchthaven van Schiphol lag uren stil, ook het openbaar vervoer was ernstig verstoord. Treinen reden niet en verschillende stukken snelweg werden afgesloten. Veel mensen geraakten niet thuis die avond en kregen opvang in openbare gebouwen. In België waaiden er veel bomen omver, ook verschillende kerktorens konden de hevige rukwinden niet aan. Er gaven ook 4 hoogspanningsmasten de geest tussen Doel en Zandvliet waardoor vele gezinnen zonder elektriciteit zaten.