In onze weersverwachtingen spreken we vaak over warmtefronten, koufronten of occlusiefronten. Hoort u het ook in Keulen donderen als u deze termen hoort? Dan is deze blog zeker interessant voor jou. We leggen hierin uit wat fronten zijn en hoe we het onderscheid kunnen maken tussen een warmtefront, een koufront of een occlusiefront en hoe we deze kunnen herkennen op de weerkaart.

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

Deel jouw eigen passie? Ben je geïnteresseerd om als vrijwilliger weergerelateerde artikels te schrijven? Contacteer ons dan via jobs@noodweer.be

Wat zijn fronten?

Onze contreien bevinden zich op het grensvlak van subtropische en polaire luchtmassa’s. Het grote temperatuurcontrast tussen deze luchtmassa’s fungeert als een voedingsbodem voor de straalstroom. De straalstroom speelt in onze regio’s een belangrijke rol in het ontstaan van lagedrukgebieden.

fronten
Een lagedrukgebied gaat gepaard met fronten. Een volwassen lagedrukgebied heeft zowel een warmtefront, een koufront en een occlusiefront (Ahrens, 2009).

Lagedrukgebieden gaan gepaard met frontale structuren. Wanneer lagedrukgebieden zich uitdiepen gaat dat gepaard met de advectie (aanvoer) van luchtmassa’s met verschillende temperaturen en dichtheden. Op het grensvlak van deze verschillende luchtsoorten ontstaan zogenaamde ‘fronten‘ die meestal ook gepaard gaan met wolken en neerslag. We onderscheiden in de meteorologie drie types van fronten, afhankelijk van de luchtsoort die wordt aangevoerd achter het front:

  • warmtefront
  • koufront
  • occlusiefront

Wat is een warmtefront?

Een warmtefront gaat gepaard met de advectie van warme lucht aan de achterzijde. Voor het warmtefront bevindt zich koelere lucht. Op het grensvlak van beide luchtmassa’s glijdt de warme lucht over de koude. De helling van het warmtefront is zo georiënteerd dat de warme lucht eerst op hoogte binnenstroomt en daarna pas aan de grond.

Doordat de warme lucht eerst aankomt hogerop in de atmosfeer, neemt de vochtigheid ook eerst toe op hoogte. Dat zien we duidelijk aan de wolken die zich vormen aan de voorzijde van het front en als het front passeert. Voor het warmtefront, nemen we vaak in eerste instantie hoge bewolking waar. Eerst zijn dat vederwolken (cirrus) die alsmaar talrijker worden, tot de lucht een melkwitte kleur krijgt (cirrostratus).

Als het front dichterbij komt zal de wolkenbasis geleidelijk uitzakken en gaat de hoge bewolking over in middelhoge bewolking (altocumulus en altostratus). Wanneer het warmtefront aan de grond passeert, gaat dat gepaard met lage wolken waaruit (lichte) stratiforme regen valt in de meeste gevallen (stratus en nimbostratus). In sommige gevallen kunnen er op een warmtefront ook buien ontstaan.

fronten
Doorsnede van een warmtefront, met de verschillende wolkentypes aan de voorzijde. De warme lucht arriveert eerst hogerop in de atmosfeer (Ahrens, 2009).

Als het front is gepasseerd, komen we terecht in zachtere lucht en bevinden we ons in de zogenaamde ‘warme sector’. De wind draait dan naar een zuidelijke tot zuidwestelijke richting. Het weer in deze warme sector is vaak grijs en regenachtig in de winter. In de zomer is de zon krachtig genoeg om de wolken deels op te lossen en kan het best vrij zonnig zijn. Een warmtefront herkennen we op de weerkaart als een rode lijn met halve bolletjes aan de voorzijde. Bij de passage van een lagedrukgebied zal altijd eerst het warmtefront passeren en daarna pas het koufront.

Het gebied tussen het warmtefront en het koufront is de warme sector.

Wat is een koufront?

Achter een koufront wordt koudere lucht aangevoerd. Voor het koufront uit bevindt zich de warme sector en dus warmere lucht. Bij een koufront helt het grensvlak tussen de warme en koude lucht in de omgekeerde richting. De koude lucht zal dus eerst aankomen aan de grond en dan pas hogerop in de atmosfeer. De aankomende koude lucht dwingt de warme lucht voorafgaand aan het front om te stijgen, waardoor de atmosfeer onstabiel wordt en stapelwolken kunnen gevormd worden (cumulus en cumulonimbus).

Op een koufront ontstaan vaak (intense) buien of onweders. Als we te maken hebben met een actief koufront (sterk temperatuurcontrast en een dynamische atmosfeer) vertoont de neerslag op het front vaak een opgelijnde structuur (squall line).

fronten
Doorsnede van een koufront, met de wolkenstructuren. Koufronten zijn onstabiel en gaan gepaard met (onweers)buien (Ahrens, 2009).

Als het koufront is gepasseerd koelt het niet alleen af, de wind draait dan meestal naar westelijke tot noordwestelijke richtingen en steekt een tandje bij. Na de passage van regen en buien op het koufront, komen erachter vaak brede opklaringen voor. Een koufront is te herkennen op de weerkaart als een blauwe lijn met driehoekjes aan de voorzijde.

Wat is een occlusiefront?

Een koufront beweegt zich sneller voort dan een warmtefront. Na verloop van tijd als de depressie zich verder uitdiept zal het koufront het warmtefront inhalen. Waar het koufront het warmtefront heeft ingehaald ontstaat het occlusiefront. Het punt waar beide fronten elkaar inhalen noemen we ook wel het ‘trippelpunt’ en dit gaat vaak gepaard met intense neerslag. De wolken die ontstaan op een occlusiefront vertonen dan ook vaak zowel de eigenschappen van beide: een warmte- en koufront. Op een occlusie kan daardoor zowel stratiforme regen ontstaan als buien. Een occlusiefront is te herkennen op de weerkaart als een paarse lijn, met halve bolletjes en driehoekjes aan de voorzijde.

Afhankelijk van de luchtsoort die wordt aangevoerd spreken we van een ‘koude occlusie’ of een ‘warme’ occlusie. Als de lucht achter het front kouder is dan de lucht ervoor spreken we van een koude occlusie.

fronten
Voorbeeld van een koude occlusie (Ahrens, 2009).

Op de weerkaart ligt het occlusiefront dan in het verlengde van het koufront. Is de lucht achter het occlusie front echter warmer, dan spreken we van een warme occlusie. In dat geval ligt de occlusie in het verlengde van het warmtefront.

fronten
Voorbeeld van een warme occlusie (Ahrens, 2009).
Een volwassen lagedrukgebied in werkelijkheid, met de diverse frontale structuren.