Extreem weer juni 2016 onder de loep

Op donderdag 23 juni jongstleden werd de Benelux getroffen door zware regen- en onweersbuien. In de ochtend kregen vooral de westelijke delen van de Benelux te maken met extreem weer, tegen het einde van de middag en met name in de avond was het zuidoosten aan de beurt. De vraag rijst: hoe is het tot zulk extreem weer kunnen komen? En wat zijn de gevolgen voor de maatschappij en de land- en tuinbouw?

Luchtdruksituatie

De oorzaken moeten we zoeken in de toestand van de luchtdruk boven Europa van die dag. Er bevond zich een goed ontwikkelde depressie ter hoogte van de Britse Eilanden. Als tegenhanger lag er een hogedrukgebied boven Oost-Europa. Tussen deze systemen werd met een zuidelijke stroming zeer warme lucht afkomstig uit de Sahara naar het noorden getransporteerd.

In de bovenlucht was er sprake van een klassieke Spanish Plume: een bijzonder droge en zeer onstabiele luchtlaag boven 1 kilometer hoogte. Deze was middels een inversie ‘afgesloten’ van de luchtlaag dichtbij het aardoppervlak, die juist extreem vochtig was. Zolang deze situatie standhield, zou er van buienvorming geen sprake zijn. Om extreem weer op gang te brengen, is het noodzakelijk dat een dergelijke inversie (capping inversion) doorbroken wordt. Dat kan op twee mogelijke manieren:

  • Door sterke verwarming door de zon overdag, waardoor de luchtlaag bij het aardoppervlak warmer wordt dan de Spanish Plume erboven;
  • Door een liftingsmechanisme zoals een front of een vore, waardoor de lucht als het ware door de inversie heen geduwd wordt.

Boven het hete landoppervlak van Frankrijk ontstond op woensdag 22 juni echter een thermische vore: een uitloper van een lagedrukgebied dat zich vormt in de warme lucht voor het koufront uit. Deze vore zou de ideale ‘trigger’ worden voor de onweersbuien die zich reeds in de middag boven Normandië ontwikkelden. Doordat de wind op hoogte uit het zuiden tot zuidwesten waaide, trokken de ontstane buien samen met de thermische vore het Kanaal op. Tegelijkertijd ontstonden er ten noorden van Parijs nieuwe buiencomplexen, die met een zuidelijke stroming eveneens richting België trokken.

850hpa

In de bovenlucht was er sprake van een Spanish Plume: een droge, hete en vooral zeer onstabiele luchtlaag. Op 1,5 kilometer hoogte liep de temperatuur op naar meer dan 15°C, een hoge waarde van onze omgeving. (bron: wetteronline.de)

extreem weer situatie 1

In de nacht van woensdag naar donderdag bevonden we ons in de warme sector van een depressie boven de Britse Eilanden. De warme sector is het gebied tussen het warmtefront (rode lijn) en het koufront (blauwe lijn). Boven Frankrijk is door verhitting een thermische vore (zwarte lijn) ontstaan. Op deze vore zijn in de namiddag boven Normandië de eerste buien ontstaan. Rond 2:00 uur zijn de buien gevorderd tot de Belgisch-Nederlandse grens (bron: wetteronline.de)

extreem weer situatie 2

De situatie precies 24 uur later, op 24 juni rond 2:00 uur. De thermische vore (zwarte lijn) ligt boven het zuidoosten van de Benelux. Het extreme weer is inmiddels in volle gang: zware regenval, onweer, windstoten en hagel trekken over het oosten van de Benelux. In de uren die volgen trekken de buien geleidelijk naar Duitsland weg. (bron: wetteronline.de)

Passage over de Benelux

Tegen het einde van de avond arriveerden de eerste buien boven West-Vlaanderen. Langs de Belgische kust onweerde het enige tijd flink, maar tot grote overlast leidde dit nog niet. De rest van België bleef gespaard van onweer, aangezien de hoogtestroming voornamelijk uit het zuiden kwam. Daarmee begonnen de buiencomplexen geleidelijk de Noordzee op te trekken. Na 1:00 uur bereikte de vore de Nederlandse kust. In de uren hierna trok er een actief gebied met regen en onweer van zuidwest naar noordoost over Nederland.

Daarna nam de buienactiviteit tijdelijk af, maar in de vroege ochtend trok er opnieuw een zware buienzone van west naar oost over met name de Randstad. Dit systeem veroorzaakte extreem zware regenval, hevig onweer. Tot 10:00 uur ‘s morgens zat er in grote delen van West-Nederland 50 millimeter in de regenmeter, een zeer hoge som voor de maand juni. Aan de voorzijde van het buiencluster ontstonden plaatselijk valwinden. Ter hoogte van Breukelen (Utrecht, Nederland) sneuvelde een groot aantal bomen.

In de loop van de ochtend en middag bereikte een gebied met brede opklaringen de Benelux. Het kwik schoot omhoog. Op grote schaal kwamen de maximumtemperaturen uit op 25-29°C en in het oosten van België en Nederland liep het kwik (voor het eerst dit jaar) op tot boven de 30°C. Wel was de lucht bijzonder vochtig, wat te herkennen was aan de hoge dauwpunttemperatuur. In Nederland werd het hoogste dauwpunt op een KNMI-station ooit gemeten: Arcen (Limburg) meldde een waarde van 25°C. Deze vochtige lucht vormde de ideale voedingsbodem voor nog zwaardere buien. Ditmaal zouden de buien vooral het zuidoosten van de Benelux aandoen.

Aan het einde van de middag ontstonden de eerste exemplaren ter hoogte van Parijs. Boven Amiens ontwikkelde een supercel, die halverwege de avond de regio Bergen (Henegouwen) aandeed. In het tweede deel van de avond kregen de Kempen en het gebied ten oosten van Brussel te maken met gigantische supercels. Bij deze buien kwamen ook enorme hagelstenen voor. Lokaal waren deze meer dan 5 centimeter in doorsnede. Ook trad er op uitgebreide schaal wateroverlast op. In de uren die volgden bleven er vanuit het zuiden hevige regen- en onweersbuien passeren. Het duurde tot vrijdagochtend voordat de buien overal weggetrokken waren.

Extreem weer juni: de gevolgen

De schade als gevolg van het noodweer is gigantisch. Door de valwind bij Breukelen is een boom op een boerderij gevallen. Ook elders in de Benelux zijn veel bomen op auto’s, huizen en andere objecten gewaaid. Tientallen kelders zijn ondergelopen. Het waterpeil in de Rijn bij Lobith steeg op 28 juni tot boven de 12 meter NAP. Door de hevige regenval staan veel landerijen in het oosten van de Benelux onder water. Dit is buitengewoon gevaarlijk, omdat de wortels van gewassen in dat geval gaan rotten.

Gevreesd wordt dan ook dat de aardappeloogst een gevoelige tik heeft opgelopen. Verder heeft de zware hagel in de Kempen, Limburg en Noord-Brabant gedurende de avonduren enorme ravage aangericht aan stallen, kassen en huizen. De hagelschade voor de landbouw wordt in Nederland geschat op een half miljard euro.