Lage- en hogedrukgebieden zijn bepalend voor ons weer en in grotere mate ook ons klimaat. Daarom vinden wij het bij deze weerblog broodnodig om jullie wat meer te vertellen over de kern van de zaak. We zullen het simpel houden en natuurlijk ook illustreren met de nodige weerkaarten. Sinds 6 november 2015 is het mogelijk om de luchtdruk actueel te gaan volgen via de collega’s bij WindyTy.

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

Wat houdt luchtdruk precies in?

Allereerst leggen we het begrip ‘luchtdruk’ even uit. U kunt het zich als volgt voorstellen. Als u op het aardoppervlak staat en omhoog kijkt, ziet u de atmosfeer. Het lijkt misschien alsof dit niets is, vooral als er geen wolken in de lucht aanwezig zijn. Maar wat je niet ziet is lucht – heel veel lucht.

Wij leven aan de onderkant van de atmosfeer, en het gewicht van alle lucht boven ons heet luchtdruk. Het is als het ware de druk die de lucht op ons uitoefent. Op zeeniveau is dit ongeveer 1013 hecto Pascal. Of 1,013 millibar. Dit zijn de twee meest gebruikte eenheden om druk aan te geven.

Als u doorheeft hoe dit proces in elkaar zit, zal het u ook niet verbazen dat de luchtdruk minder wordt naarmate iemand zich hoger op de aardbol bevindt. Er is immers minder lucht boven ons wat druk uitoefent. Doordat de druk afneemt met hoogte, kunnen de longen minder zuurstof opnemen bijvoorbeeld hoger in de bergen.

De druk varieert van dag tot dag aan het aardoppervlak. Dit komt deels doordat de aarde niet overal gelijk verwarmd wordt door de zon. Gebieden waar de lucht wordt opgewarmd hebben vaak een lagere druk omdat de warme lucht stijgt (convectie). Dit zijn de lagedrukgebieden. Plaatsen waar de luchtdruk hoog is, worden hogedrukgebieden genoemd.

Een typische synoptische weerkaart (KNMI)

Lagedrukgebieden

Een lagedrukgebied heeft een lagere druk in de kern dan de gebieden eromheen. Andere benamingen voor een lagedrukgebied zijn depressie en cycloon. De wind waait op aarde van hoge- naar lagedrukgebieden. Bij een lagedrukgebied waait de wind naar het systeem toe. De draairichting is tegen de klok in op het noordelijk halfrond en met de klok mee op het zuidelijk halfrond. Dit wel zeggen, ten noorden en ten zuiden van de evenaar respectievelijk.

Door de zon warmt het aardoppervlak op. Hierdoor stijgt warme lucht op. Doordat de lucht opstijgt, neemt de druk aan het oppervlak af. Er is immers minder lucht die druk uitoefent. Om de druk weer te laten toenemen, stroomt er lucht van de zijkanten naar het gebied met de lagere druk. Dit wordt convergentie genoemd. De lucht komt samen in de kern van het lagedrukgebied en stijgt op. Vervolgens condenseert de lucht, vormt wolken en kan het leiden tot neerslag.

Op een weerkaart van bijvoorbeeld het KNMI kan een lagedrukgebied worden herkend als een rode L. Een lagedrukgebied kan geassocieerd worden met een onrustig weertype. Er kan een warmtefront of een koufront passeren. Als de lijnen van gelijke druk dichtbij elkaar liggen op een weerkaart, dan geeft dit aan dat er veel wind staat.

De laagste gemeten luchtdruk in De Bilt is 969,3 hPa op 26 februari 1989. In Ukkel is dit 956,8 hPa, één dag eerder, namelijk op 25 februari 1989.

Een mooi lagedrukgebied in de buurt van IJsland

Hogedrukgebieden

Een hogedrukgebied heeft een hogere druk in de kern dan de gebieden eromheen. Bij een hogedrukgebied waait de wind van het systeem af. De draairichting is met de klok mee op het noordelijk halfrond en tegen de klok in op het zuidelijk halfrond.

Een andere benaming voor een hogedrukgebied is anticycloon. In een hogedrukgebied is sprake van een dalende luchtbeweging. Dit wordt veroorzaakt doordat de lucht wegstroomt van de kern van het hogedrukgebied. Dit noemt men ook wel divergentie. Als gevolg van de divergentie moet de lucht van bovenaf ‘zinken’ om de plaats in te nemen. Het proces van dalende, afkoelende lucht heet ook wel subsidentie. Subsidentie heeft als gevolg dat de lucht minder waterdamp bevat. Overigens gaat divergentie aan het oppervlak gepaard met convergentie hoog in de atmosfeer.

De richting van de luchtstromingen bij de verschillende drukgebieden (Dan Thompson)

Op een weerkaart van bijvoorbeeld het KNMI kan een lagedrukgebied worden herkend als een blauwe H. Een hogedrukgebied kan geassocieerd worden met een rustig weertype. ’s Nachts kan er gemakkelijk mist ontstaan onder deze kalme omstandigheden.

De laagste gemeten luchtdruk in De Bilt is 1050,4 hPa op 26 januari 1932. In Ukkel is dit 1048,3 hPa op 20 januari 2020. De hoogst gemeten luchtdruk ter wereld is 1085,7 hPa in Tonsontsengel, Mongolië in 2001.

Een mooi voorbeeld van een hogedrukgebied