Ondertussen zijn we opnieuw oktober en is het weer buiten flink herfstachtig geworden. Zeker voor de winterliefhebbers is het dan opnieuw aftellen naar de eerste sneeuwvlokjes. De afgelopen winters brachten ons echter geen stevige kou of een dik sneeuwpak. Het ging vaak over kortdurende winterprikjes met hier en daar wel wat (smeltende) sneeuw. Hoe staan we er dit jaar voor?

Wat is de stand van zaken voor de winter 2020/2021 en wat voorspellen de eerste seizoensverwachtingen van de weermodellen op lange termijn? Is de kans groot op opnieuw een te zachte winter? In onderstaand artikel halen we enkele indices en weermodellen aan die deze vragen beantwoorden.

NOOT: We benadrukken dat langetermijnverwachtingen heel onzeker zijn. Het geeft enkel een indicatie over hoe de winter er mogelijk zou uitzien. Door de lage betrouwbaarheid vallen er dan ook helemaal geen definitieve conclusies uit te trekken. Hou deze gedachte zeker in het achterhoofd tijdens het lezen van het artikel.

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

Betrouwbaarheid van seizoensverwachtingen

Hoe betrouwbaar zijn seizoensverwachtingen?

Seizoensverwachtingen hebben vaak een slechte reputatie binnen de weer- en klimaatgemeenschap. Vaak worden de verwachtingen afgedaan als “onbetrouwbaar” en/of “sensationeel”. Er wordt dan ook aangeraden om er niet te veel aandacht aan te besteden. Dit komt omdat dit soort verwachtingen anders in elkaar gestoken wordt dan dat dit bij de gangbare weersvoorspellingen die wij kennen het geval is.

Voor dit soort verwachtingen wordt beroep gedaan op klimatologische aspecten en op zogenaamde “teleconnecties”. Dit zijn bepaalde mechanismen die weerpatronen op grote temporele en ruimtelijke schaal kunnen beïnvloeden, zoals ENSO en de QBO (zie later). Bij seizoensverwachtingen worden dus andere mechanismen en tijdschalen gebruikt. Daardoor neemt de betrouwbaarheid duidelijk af.

Bij seizoensverwachtingen worden andere mechanismen en tijdschalen gebruikt dan bij de weersvoorspellingen op korte termijn die wij kennen. Daardoor neemt de betrouwbaarheid af. (Weisheimer en Palmer, 2014).

Wat zeggen de studies?

Een recente studie omtrent dit onderwerp bracht aan het licht dat de prestatie van seizoensverwachtingen afhangt van een aantal zaken. Deze zijn o.a. het seizoen, de plaats op aarde en de klimatologie en/of anomalie:

  • Het seizoen. In het winterseizoen is de variatie aan mogelijke weertypen veel groter. De standaarddeviatie van de geobserveerde temperaturen is over de wintermaanden veel groter dan tijdens de zomermaanden. Een temperatuurverschil van 5 graden heeft ook veel meer impact in de winter.
  • De plaats op Aarde. Sommige gebieden op Aarde worden duidelijk significanter beïnvloed door bepaalde weerpatronen dan andere. Zo is het bijvoorbeeld geweten dat ENSO-fase een duidelijkere invloed heeft op het weer in Noord-Amerika of Zuid-Oost-Azië, maar minder op dat van Europa.
  • De verwachting en klimatologie. Uiteraard is de kans op het slagen van de verwachting groter wanneer een winter boven Europa in de huidige tijd te zacht wordt, dan wanneer er een koude winter wordt voorspeld.
De betrouwbaarheid van seizoensvoorspellingen voor verschillende regio’s in de wereld tijdens het winterseizoen voor temperatuur (boven) en neerslag (onder), zie Weisheimer en Palmer (2014).

Grotendeels is de bewering van onbetrouwbaarheid voor seizoensverwachtingen dan ook waar. We benadrukken nogmaals dat langetermijnverwachtingen zeer onzeker zijn. Het geeft enkel een indicatie over hoe de winter er mogelijk zou uitzien.

  • Wil jij ook een PRO worden in weersvoorspellingen? Dankzij dit boek ontdek je enorm veel over meteorologische processen. 📚
mist

Welke mechanismen spelen een rol bij seizoensverwachtingen?

Er zijn een aantal fenomenen die weerpatronen op grote ruimtelijke en temporele schaal kunnen beïnvloeden. Deze fenomenen hangen aan elkaar vast en worden allemaal geacht bepaalde dominante weerpatronen te kunnen beïnvloeden volgens ingewikkelde connecties. Ze worden dan ook vaak meegenomen in seizoensverwachtingen voor het winterseizoen. Welke mechanismen worden gebruikt en wat is de stand van zaken voor de winter van 2020/2021?

De SPV (Stratospheric Polar Vortex)

We beginnen ons verhaal op grote hoogte, namelijk in de stratosfeer. Elk jaar ontstaat er daar op grote hoogte (ca. 30 km) namelijk de ondertussen befaamde Stratosferische Polar Vortex (SPV). Dit gebeurt door een sterke afkoeling van het Noordelijk Halfrond tijdens de herfst- en winterperiode. Dit vergroot dan het temperatuurcontrast met de meer zuidelijke breedtegraden, wat dan weer een sterk oost-west georiënteerd (vanuit west richting oost) windveld opwekt. Momenteel is de SPV iets kouder en dus ook iets sterker dan normaal (zie onder).

De temperatuur rond de Noordpool op 30 km hoogte daalt sterk. De Polar Vortex begint zich te vormen. De SPV is momenteel iets kouder en sterker dan normaal.

Het fenomeen van de stratosferische Polar Vortex (SPV) speelt zich af dus op een hoogte van ca. 30 km (ca. 10 hPa), in tegenstelling tot onze typische weerfenomenen, die zich afspelen in de troposfeer (o.a. troposferische Polar Vortex of TPV). De Stratosferische Polar Vortex kan de troposfeer wel beïnvloeden en andersom, door verticale koppelingsmechanismen.

Een sterke polar vortex brengt vaak zacht en nat winterweer met zich mee (positieve AO index). Het omgekeerde geldt voor een zwakke polar vortex (negatieve AO index).

Indien een sterke SPV wordt gegenereerd, verwacht men in onze regio eerder zacht, nat en winderig weer. De koude lucht blijft dan als het ware ‘gevangen’ boven de noordelijke breedtegraden. Indien een zwakke stratosferische Polar Vortex wordt gegenereerd en deze goed gekoppeld is met de troposfeer (waarin onze weerfenomenen zich afspelen), verwacht men in onze regio eerder koud weer. De AO index wordt sterk negatief. Hierdoor kan het bij ons winteren.

Bij een zwakke SPV en negatieve AO index is het vaker kouder dan normaal in Europa door een dominantie van hogedrukgebieden boven het noorden van Europa (Butler et al., 2017).

De ENSO-cyclus (El Niño–Southern Oscillation)

Dan nu over naar de oceaan, waar de ENSO zich afspeelt. De ENSO (El Niño–Southern Oscillation) is een variatie van winden en zeewatertemperaturen boven de oostelijke Stille Oceaan. El Niño wordt daarbij gekenmerkt door hogere zeewatertemperaturen. La Niña is juist het tegenovergestelde: de zeewatertemperatuur in het westen van de Pacific is dan kouder dan normaal.

De afwijkingen van de zeewatertemperaturen bij El Niño en La Niña (NOAA).

Na een El Niño-fase zitten we op dit moment op de overgang naar een La Niña-fase. Verwacht wordt dat deze situatie ook tijdens de komende maanden zal blijven standhouden en La Niña nog verder zal versterken. Deze fase kan het klimaat op andere plaatsen in de wereld dan ook mee gaan beïnvloeden, door bijvoorbeeld de karakteristieken van de straalstroom te gaan wijzigen.

Op dit moment en ook de komende maanden hebben we te maken met een La Niña-fase.

Het is namelijk zo dat het bij La Niña kouder is aan de noordwestelijke flank van Noord-Amerika. Ook is het veel natter dan normaal over delen van Zuid-Oost-Azië. Deze zaken worden meegenomen in seizoensmodellen, maar de gevolgen voor Europa zijn echter minder duidelijk. Er bestaat wel een neiging naar iets zachtere winters dan normaal bij een La Niña.

De invloed van La Niña op de weerpatronen over de wereld tijdens het winterseizoen.

QBO (Quasi-Biennial Oscillation)

De QBO (Quasi-Biennial Oscillation) is een minder gekende index, maar wordt ook gebruikt in seizoensvoorspellingen. Kort gezegd is het een variatie van winden die hoog (ca. 25 km) boven de evenaar waaien. Elke 14 maanden veranderen deze winden volledig van richting. Een analyse van de huidige winden laat ons weten dat er momenteel westenwinden waaien, wat bevestigt dat de west-QBO-fase deze winter dominant zal zijn.

De QBO is momenteel in een westelijke fase (severe-weather.eu)

Wanneer de QBO oostelijk is, is de kans op een zwakke straalstroom en koudere winters in Europa en de USA groter. Wanneer de QBO westelijk is, neemt de kans op een sterke straalstroom, een zachte winter, winterstormen en hevige regenval toe over deze gebieden.

Andere indices

Uiteraard zijn er buiten deze 3 indices nog tientallen andere “teleconnecties” om een beroep op te doen. Denk maar aan de PDO (Pacific Decadal Oscillation), MJO (Madden-Julian Oscillation), AMO (Atlantic Multidecadal Oscillation), enzovoort. Ook de omvang van het zee-ijs en de sneeuwbedekking rond de Noordpool en Siberië worden soms in rekening gebracht.

Al deze fenomenen worden in staat geacht om de dominante weerpatronen op grote ruimtelijke en temporele schaal te beïnvloeden. Dit kan het creëren van een seizoensverwachting alleen maar gecompliceerder maken.

zonsondergang Rijn

Een stand van zaken voor de winter 2020/2021

Nu we min of meer weten hoe seizoensverwachtingen tot stand komen en hoe betrouwbaar ze zijn, kunnen we nagaan wat de weermodellen ons op dit moment voorschotelen. Wat is nu de stand van zaken voor de winter van 2020/2021? We besloten om ons hierbij te concentreren op de 3 belangrijkste (of meest gebruikte) seizoensmodellen. De ECMWF en UKMO weermodellen uit Europa en het CFSv2 model uit de Verenigde Staten.

Wat zeggen de weermodellen?

Onderstaande voorspellingen zijn een gemiddeld beeld over het verloop van 3 maanden (december-januari-februari) en geven de algemeen verwachte overheersende weerpatronen weer.

ECMWF

Volgens het ECMWF is in Europa een dominante westcirculatie meer waarschijnlijk tijdens de wintermaanden. Hierbij kan dan af en toe wel koude lucht vanuit het noorden of oosten naar Europa stromen. Europa zou dan te maken krijgen met iets hogere temperaturen dan normaal, maar zonder erg grote afwijkingen.

Qua neerslag is geen duidelijke anomalie zichtbaar, wat een andere aanwijzing is dat de westelijke stroming niet bijzonder sterk is. Dit is in lijn met de combinatie van een vrij sterke SPV, de La Niña-fase en de westelijke QBO.

De temperatuurafwijking volgens ECMWF voor het komende winterseizoen.

UKMO

Het tweede weermodel is het UKMO-model, van het Met-Office. In dit model is de westcirculatie nog dominanter dan bij ECMWF. Een sterke SPV zou hier dus wel eens de drijfveer van kunnen zijn met een sterk positieve AO index tot gevolg. Dit betekent dus opnieuw een zachte winter voor Europa, en ook voor het hele zuiden en oosten van de USA.

Voor Europa is er een kleinere kans dat het patroon doorbroken wordt via het invallen van koude lucht. Qua neerslag is Europa opnieuw neutraal, met aanwijzingen voor meer neerslag boven Scandinavië. Dit als gevolg van de hogere frequentie van stormen die over dit gebied zouden trekken.

De temperatuurafwijking volgens UKMO voor het komende winterseizoen.

NCEP CFSv2

Het CFS-model laat een klassiek La Niña-patroon zien, met hogedrukgebieden in de Stille Oceaan en lage druk boven West-Canada. Hierbij worden lagedrukgebieden verder Noord-Europa in geduwd. Ook hier wordt te zacht weer verwacht boven Europa. Echter, door het instabiele weerpatroon kan koudere lucht wel af en toe het continent binnenstromen.

De warmere anomalie blijft echter wel domineren over de gehele driemaandelijkse periode. Qua neerslag is Europa over het algemeen neutraal tot natter dan normaal, waarschijnlijk als gevolg van de heersende westelijke luchtstroming.

De temperatuurafwijking volgens CFSv2 voor het komende winterseizoen.

Samenvatting: Een stand van zaken voor de winter 2020/2021

Wat is de stand van zaken voor de winter van 2020/2021? Europa zou volgens de verwachting van 3 seizoensmodellen (ECMWF, UKMO en NCEP CFSv2) over het grootste deel van het continent met warmer dan gemiddelde temperaturen te maken krijgen.

Dit betekent echter niet dat er geen koude-invallen en koudere dagen zouden zijn. Het impliceert alleen dat koudere luchtmassa’s minder frequent zouden voorkomen. Qua neerslag worden normale tot iets nattere (vooral Scandinavië en UK) omstandigheden verwacht.

  • Koudere dagen mogelijk? Hou het hoofd warm dankzij deze unisex muts. Geschikt voor man en vrouw.

Met momenteel de combinatie van sterkere SPV, westelijke QBO en La Niña-fase neigt de seizoensverwachting dus eerder richting een warmere en iets nattere winter dan normaal. Deze fenomenen zorgen namelijk voor een strakke straalstroom en een positieve AO index met de aanvoer van westelijke lucht van over de Atlantische Oceaan. Benieuwd of de weermodellen het bij het rechte eind hebben!

Volg onze winterupdates ook via Youtube

https://youtu.be/RODcNIlVibA

Sommige linkjes bevatten affiliate