De zeebries: een vloek of een zegen?

Een zeebries of zeewind is een fenomeen waar vooral de kustbewoners last of juist genot van kunnen hebben. Het kan een “last” zijn omdat een zeebries in de lente vaak voor koel weer zorgt aan zee. In de zomerperiode zorgt het net voor temperaturen die veel draaglijker zijn dan in het binnenland. Soms kunnen de verschillen tussen de kust en het binnenland enorm zijn. Andere keren blijft het verschil in temperatuur beperkt.

Volg onze actuele weerupdates via Facebook

Hoe ontstaat een zeebries?

Eenvoudig uitgelegd ontstaat een zeebries of zeewind door het grote temperatuurcontrast tussen het warme binnenland en de frisse zee. Het zeewater warmt namelijk trager op dan het vasteland waardoor er kleine drukverschillen ontstaan. Door die luchtdrukverschillen waait er een zwakke wind van land naar zee op hoogte. Boven zee gaat de lucht dan dalen waardoor de druk toeneemt. Zo is de zeebries geboren!

Er waait uiteindelijk een zwakke wind van zee naar land met als gevolg dat de temperaturen enkele graden zullen dalen, afhankelijk van de kracht van de zeebries. Het doel van deze zwakke wind is om de drukverschillen volledig ongedaan te maken.

infografiek zeebries

Infografiek: het ontstaan van een zeebries.

Naast de bewegingen boven het wateroppervlak, doen zich ook onder het wateroppervlak verschillende bewegingen voor in de vorm van torenhoge golven.

Weersverandering

Samen met een zeewind komt er ook koelere en vochtigere lucht binnen. In sommige gevallen ontstaat er zo mist, wat het einde van een mooie zonnige dag kan betekenen. Mist die voortvloeit uit een zeebries wordt ook wel zeevlam of zeemist genoemd. Eén enkele keer kan de botsing tussen de koele zeelucht en het warme binnenland zelfs onweer veroorzaken. Een twintigtal kilometer landinwaarts ontstaat dan een onweerslijn. Gemiddeld komt dit soort onweer één keer om de tien jaar voor in de Benelux.

De zeewind valt meestal in wanneer de temperatuur op zijn hoogst is, aan het eind van de namiddag. Tijdens de avondperiode valt hij dan opnieuw weg.

Hard tegen hard

Het opsteken van een zeewind hangt af van verschillende factoren. Een eerste heel belangrijke factor is de wind. Hoe harder de wind uit het binnenland waait, hoe moeilijker het is om een zeebries te verkrijgen. Hoe rustiger het is, hoe meer kans dat de zeebries opsteekt in de namiddag of avond. Algemeen wordt aangenomen dat een zeebries weinig kans heeft om op te steken bij een wind die 4 Beaufort waait uit het binnenland. Dat is een matige wind.

Op het moment dat de oorspronkelijke landelijke wind met een kracht van minder dan 4 Beaufort waait, maakt de zeebries veel meer kans om op te steken. Een goed voelbare zuidenwind betekent dus in de meeste gevallen ook warm weer op het strand.

Een tweede factor is de exacte temperatuur. Het is niet omdat het in het binnenland 22 graden wordt en in de kustgebieden 20 graden dat daardoor direct een zeewind opsteekt. Een zeebries maakt het meest kans bij een temperatuurverschil van 8 graden of meer. In de lente komt het vaker voor omdat het zeewater dan nog relatief koel is na de winterperiode en we in deze periode al vaak temperaturen halen die dicht bij 20 of soms zelfs 25 graden aanleunen.

In de zomer komt het zeebrieseffect minder voor omdat de temperatuur van het zeewater dan al wat hoger ligt. Als het zeewater zo’n 19 of 20 graden heeft op het eind van de zomer, dan is 25 graden niet genoeg om een zeewind te doen opsteken. Het gevolg is dat we vooral in augustus ook aan zee vaker zomerse waarden zien opduiken.

Enkele feiten

Laten we nu even kijken naar enkele voorbeelden waarbij het effect van een zeewind duidelijk te zien was. Een eerste voorbeeld zag je vorige week dinsdag (16 mei 2017) aan de Belgische kust. Op veel plekken werd het rond de middag aangenaam warm met zomerse temperaturen rond 25 graden.

Al vrij vroeg na de middag stak een stevige zeebries op die het kwik serieus achteruit duwde. Rond 19u werd in Oostende een temperatuur van 17 graden opgemeten. Op het zelfde moment schommelde het kwik rond 27 graden in de Kempen.

zeebries 16 mei

Een stevige noordwester zorgde voor een ietwat onaangenaam gevoel.

temperatuur 16 mei

Een groot verschil aan de Belgische kust. Onder invloed van een zeewind kwam het kwik niet hoger dan 17 graden in Oostende. In Koksijde was dat 20 graden. Een groot verschil dus met het binnenland waar het plaatselijk 27 graden warm was.

Een tweede opmerkelijk voorbeeld: op 2 juli 2015 werd de Benelux geteisterd door zeer heet weer. Op de warmste plekken werd toen 38 graden opgemeten! Die warmste plekken lagen zeker niet aan de kust. In veel kuststeden werd het rond 16u in de namiddag zo’n 21 graden. Dat terwijl het in Kleine-Brogel (BE) 37,7 graden werd, een temperatuurverschil van maar liefst 17 graden!

Ook in de Nederlandse badplaatsen werd de temperatuur door een zeebries in bedwang gehouden. In het station Wijk Aan Zee werd het op diezelfde dag dan ook maar 20 graden rond 16u. Belangrijk detail: het westen van de Benelux had die dag te maken met regen en onweer. Het was dus sowieso minder zonnig dan in het binnenland, wat ook een gedeeltelijke verklaring kan zijn voor het temperatuurverschil.

Conclusie

Conclusie: een zeebries hoeft niet steeds negatief te zijn. Vooral in de lente is het eerder negatief want dan lopen de kustgebieden de zomerse maxima vaak mis, tenzij er genoeg wind staat vanuit het binnenland. In de zomer brengt het op een rustige en zonnige dag vaak verkoeling. Het positieve effect dus van een zeebries!


Lees ook eens: