21 juni 2021 - 5 min. lezen
2 reacties 2

In onze weerberichten hoor je ons vaak spreken over “troggen”, “thermische troggen” of “convergentielijnen”. Maar hoe kunnen we deze precies herkennen op de weerkaarten en wat betekenen deze termen juist?

Deelnemen aan discussie? Ben je ge├»nteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

Wat zijn troglijnen en hoe kunnen we ze herkennen?

Troglijnen zijn lijnen die gepaard gaan met een toenemende onstabiliteit in de atmosfeer. Deze kunnen verschillende ontstaanswijzen hebben. We onderscheiden in de meteorologie 3 types van zulke lijnen:

  • een gewone troglijn
  • een convergentielijn
  • een thermische trog

Wat is een troglijn?

Een gewone troglijn komt vaak voor in situaties waarbij er onstabiele maritiem polaire lucht wordt aangevoerd. Vaak komen deze dan ook voor achter een koufront. Achter een koufront wordt koudere lucht aangevoerd (CAA) op alle niveaus in de atmosfeer, zowel aan de grond als op hoogte en de lagen ertussenin. Een troglijn gaat ook gepaard met advectie van koudere lucht, maar dan voornamelijk op hoogte.

Daarmee onderscheidt een koufront zich van een troglijn. Bij een koufront gaat het over advectie van koude lucht op alle niveaus, bij een troglijn gaat het enkel over advectie van koude lucht op hoogte (500 hPa-niveau). Wanneer er enkel koude lucht wordt aangevoerd op lagere hoogte, en niet hogerop in de atmosfeer, dan spreken we niet over een trog, maar over een “secundair koufront”. Dit is dan vaak een koufront achter een koufront.

Voorbeeld van een weerkaart met een trog. Achter het koufront is het onstabiel met buien op de trog.

Zowel een troglijn als een koufront zijn op een drukkaart van de oppervlaktedruk makkelijk te herkennen als een ‘knik’ in de isobaren (de lijnen van gelijke druk). Troglijnen zijn vaak actiever in periodes met een groot contrast tussen de temperaturen aan de grond en de bovenluchten. In de winter is dat vooral boven zee (doordat de zee nog warmer is), met kustconvergentie, in de zomer is dat voornamelijk boven land. Zowel op een troglijn als op een koufront ontstaat onstabiliteit met buien, al dan niet met onweer.

Wat is een convergentielijn?

Een convergentielijn is een lijn waarop twee luchtstromingen samenvloeien en waarbij de wind uit verschillende richtingen samenvloeit. Het samenvloeien van de wind op zo’n lijn zorgt ervoor dat de luchtstroming “convergent” wordt en door het samenvloeien van de lucht ontstaan er ook verticale luchtbewegingen die onstabiliteit doen ontstaan. Een convergentielijn kan verschillende ontstaanswijzen hebben. Ze kan gekoppeld zijn aan een thermisch lagedrukgebied of kan bijvoorbeeld ook ontstaan langsheen een zeebriesfront, waarbij de zeewind botst op een aflandige wind. Convergentielijnen kunnen soms gepaard gaan met hevige onweersbuien.

Wat is een thermische trog?

Een thermische trog (ook wel thermische vore genaamd) is een vorm van onstabiliteit die gepaard gaat met een thermisch lagedrukgebied. Zo’n thermisch lagedrukgebied ontstaat in gebieden met een zeer sterke opwarming. Deze opwarming doet vervolgens sterke opgaande bewegingen ontstaan (convergentie) en zo ontstaat een thermisch lagedrukgebiedje. Zo’n thermisch laag ontstaat zeer vaak in een “Spaanse pluim” setting, waarbij er sterke advectie is van warme lucht aan het oppervlak en op 850 hPa (WAA) en wanneer de lucht onderweg via de passage doorheen Spanje en Frankrijk meer en meer vocht kan oppikken. Wanneer er in zo’n thermisch lagedrukgebied ook een convergentielijn ontstaat, spreken we ook wel van een “thermische trog” op deze lijn. Een thermische trog is op de weerkaarten goed te herkennen aan verschillende parameters.

Voorbeeld van een weerkaart met een thermische trog, nabij een thermisch laag.

Een eerst parameter is opnieuw een knik in de isobaren van de oppervlaktedrukkaart. Deze knik duidt op convergente luchtstromingen en in zo’n knik mag je dus onstabiliteit verwachten. Een ander criterium is de warmeluchtadvectie aan de grond en op 850 hPa (zo’n 1.5 km hoogte). Een thermische trog onderscheidt zich daarmee van een warmtefront door het feit dat bij een warmtefront warmeluchtadvectie optreedt op alle niveaus in de atmosfeer, terwijl dat voor een thermische trog enkel in de lagere luchtlagen is. Een derde parameter is de Theta-W en Theta-E waarden. Een thermische trog gaat vaak gepaard met een “tong” van hoge Theta-W (> 16-18) en theta-E waarden (> 42-46). Als je al deze parameters met elkaar vergelijkt, zal een thermische trog dus makkelijker te herkennen zijn op de weerkaarten.

Een thermische trog ontstaat vaak net voor een koufront uit en gaat gepaard met een zeer onstabiele atmosfeer, waarop zich vaak opgelijnde onweders kunnen vormen in de zomermaanden. De aanwezigheid van zo’n koufront is vaak zeer belangrijk, aangezien de nabijheid ervan ook de vochtigheid in de atmosfeer doet toenemen (alsook de dauwpunten). Als er geen koufront aanwezig is, is een thermische trog vaak minder actief.

Samuel

Door Samuel

Afgestudeerd fysisch geograaf aan de KU Leuven in de specialisatie weer- en klimaat. Ik ben professioneel omgevings- en klimaatexpert en ben actief geweest als klimaatwetenschapper aan de KU Leuven. Al van kinds been af ben ik bijzonder gepassioneerd door weer en klimaat. Binnen NoodweerBenelux ben ik vooral actief als weerman, schrijf ik regelmatig artikels over weer en klimaat en geef ik seminaries i.f.v. de klimaattourn├ęe.


Verder lezen

Alles bekijken