In het voorjaar is het aan de kust vaak zonniger en droger dan in het binnenland. In het najaar is vaak het omgekeerde waar. Door de relatief hoge temperaturen van het zeewater in het najaar komen boven zee makkelijk buien tot stand, waardoor er opmerkelijk meer neerslag valt. Dit mechanisme noemen we in de meteorologie ‘kustconvergentie’. In dit artikel gaan we wat dieper in op dit fenomeen en lichten we toe waarom het in deze periode van het jaar vaak natter is aan de kust.

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

Deel jouw eigen passie? Ben je geïnteresseerd om als vrijwilliger weergerelateerde artikels te schrijven? Contacteer ons dan via jobs@noodweer.be

Wat is kustconvergentie?

Vaak buien aan de kust in het najaar

Mensen die aan de kust wonen zullen het fenomeen zeker herkennen. Vaak zon en droog weer in het voorjaar en de zomer, maar wisselvallig weer met talrijke buien aan het eind van de zomerperiode en in het najaar. Dit, terwijl het in het binnenland vaak veel droger is. Het is een zeer typisch fenomeen dat elk jaar opnieuw terugkeert. We noemen dat in de meteorologie ‘kustconvergentie’.

  • Nog meer leren over meteorologie? Dit boek kunnen we zeker aanraden.

Er zijn heel wat factoren die bijdragen tot het ontstaan van kustconvergentie in het najaar. We lijsten ze hieronder even op.

kustconvergentie
Een typische situatie van kustconvergentie met een buienlijn die tijdens de ochtend langs de kustlijn ontstaat.

Verschillen in windsnelheid en -richting tussen zee en land

Verschil in windsnelheid

Een verschil in windsnelheid of windrichting tussen de kust en het binnenland is een van de voornaamste factoren die bijdragen aan het tot stand brengen van kustconvergentie. Boven zee kan de wind ongehinderd doorwaaien over een zeer lange afstand, zeker bij noorden- tot noordwestenwinden (hoge fetch). Boven de nagenoeg vlakke zee zijn er quasi geen ruwheidselementen aanwezig, waardoor de windsnelheden veel hoger kunnen oplopen dan in het binnenland.

  • Meet de windsnelheid en richting op een digitaal manier met je eigen weerstation. De weerdata kan u bekijken via een app.

Het landoppervlak is veel ruwer. Dat komt voornamelijk door de aanwezigheid van ruwheidselementen zoals bebouwing, bomen en struiken,…. De verhoogde ruwheid op het land zorgt ervoor dat de wind afgeremd wordt en windsnelheden veel lager liggen dan op zee en aan de kust.

Als de wind aan land gaat en afgeremd wordt, kan er een ophoping van lucht ontstaan langsheen de kust. Hierdoor wordt de lucht gedwongen te stijgen (convergentie treedt op) en wordt er onstabiliteit gecreëerd, waardoor buien zich makkelijk kunnen vormen.

Verschil in windrichting

Vaak komt het ook voor dat de windrichting verschilt tussen zee en binnenland. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat, wanneer een lagedrukgebied passeert, de wind aan de kust uit het noordwesten waait, terwijl de wind boven het land uit het zuidwesten waait. Op de scheidingslijn waar de windrichting een sprong maakt, treedt er een samenvloeiing op van de lucht. Dat leidt opnieuw tot convergentie, waardoor de lucht begint te stijgen en stapelwolken en buien zich makkelijk kunnen vormen.

Illustratie van het verschil in windrichting – en snelheid tussen zee en land en het ontstaan van een troglijntje (convergentielijn) op dit grensvlak.

Onstabiliteit door warme zeerwater en koude bovenluchten

Kustconvergentie is een typisch fenomeen voor het einde van de zomerperiode en het najaar. Net na de zomer zijn de zeewatertemperaturen het warmst (16-20°C). Tegelijkertijd koelt het boven land geleidelijk meer en meer af, zeker ’s nachts, aangezien de nachten opnieuw langer worden. Op die manier ontstaat er – vooral ’s nachts en in de ochtendperiodes – een duidelijk temperatuurcontrast tussen de zee en het land.

In het najaar zijn de zeetemperaturen beduidend hoger, waardoor de onstabiliteit vooral boven zee vergroot.

In het najaar krijgen we ook vaker te maken met depressies, die koeler weer met zich meebrengen, ook in de bovenlucht. En ook dat hebben we nodig voor het vormen van kustconvergentie. De atmosfeer wordt namelijk onstabieler als er een groot contrast bestaat in temperatuur tussen de grond en de hoger luchtlagen.

  • Meet de neerslag op de ‘oude’ manier met een pluviometer in de tuin. Deze pluviometer kunnen we aanbevelen.

Doordat in het najaar de zeewatertemperaturen hoger liggen dan de landtemperaturen (vooral ’s nachts en ’s ochtends) kunnen er zich in deze periode langsheen de kustlijn makkelijk buien vormen, wanneer er een depressie overtrekt met koude bovenluchten. Het contrast tussen de warme zee en de koude bovenlucht zorgen dan voor een toenemende onstabiliteit en het ontstaan van buien (mogelijk met onweer) langsheen de kust.

Fijnmazige weermodellen kunnen het effect van kustconvergentie zeer goed inschatten.

In combinatie met een verschil in windrichting en – snelheid kan kustconvergentie ontstaan, met een zeer uitgesproken buienlijn die langsheen de kustgebieden ontstaat. Op het land blijft het dan vaak droog. Overdag warmt het land weer op en kunnen de buien die ontstaan op deze buienlijn ook in het binnenland (her)opleven. In de kustgebieden kan het dan in de namiddagperiode opnieuw droger worden.

Sommige linkjes bevatten affiliate