Skew T: De toestand van de atmosfeer in één oogopslag

Voor meteorologen is het essentieel om te weten hoe de atmosfeer zich gedraagt. Dit geldt zowel voor de waarnemingen in het heden als in de toekomst. Bij het opstellen van een verwachting voor bijvoorbeeld onweer, sneeuw of mist is niet alleen wat zich op de grond afspeelt belangrijk, maar ook het weer hoger in de atmosfeer. Aangezien weersverschijnselen van veel factoren tegelijkertijd afhangen, is het tamelijk lastig om dit in één oogopslag inzichtelijk te maken.

Toch is het meteorologen gelukt om dit voor elkaar te krijgen. In 1947 ontdekte N. Herlofson dat men – door de assen van bepaalde meteorologische parameters (zoals temperatuur) te kantelen – in staat is om meer dan twee eenheden op een grafiek te krijgen. Het resultaat hiervan is de Skew T diagram, ook wel sounding genoemd.

Uitleg Skew T

skew t diagram

Een Skew T diagram (bron: coastalsoaring.org)

Wanneer men bovenstaande grafiek voor het eerst ziet, kan deze verwarrend overkomen. De Skew T grafiek bestaat namelijk uit veel eenheden, met assen die gebogen of gekanteld zijn. Als we dieper gaan inzoomen op het diagram, dan komen we de volgende eenheden tegen:

  • Luchtdruk- en hoogteniveau (horizontale blauwe lijnen): Langs de linkerkant van de grafiek staat de luchtdruk in hPa (hectopascal) uitgezet. Bij elke luchtdrukwaarde hoort een bepaalde hoogte. Zo staat 850 hPa voor ongeveer 1,5 kilometer hoogte en 500 hPa voor circa 5,5 kilometer. Hoe verder omhoog in de atmosfeer, des te lager de luchtdruk.
  • Gradenlijnen (gekantelde blauwe lijnen): Van linksonder naar rechtsboven lopen de gradenlijnen. Deze geven het temperatuur-/dauwpuntniveau in een bepaald gedeelte van de atmosfeer (op het desbetreffende hPa-niveau) weer. Zoals de naam al zegt, is de gebruikte eenheid °C.
  • Droog-adiabaten (rode stippellijnen): Geven aan hoe hard de temperatuur van een pakketje met droge lucht daalt, wanneer het opstijgt.
  • Verzadigd-adiabaten (groene stippellijnen): Geven aan hoe hard de temperatuur van een pakketje met verzadigde lucht daalt, wanneer het opstijgt.
  • Mixing ratio’s (gele stippellijnen): Geven aan hoe hard het dauwpunt van een pakketje met (droge) lucht daalt, wanneer het opstijgt.
  • Windvaantjes: Illustreren de windsnelheid per hoogteniveau.

Met deze kennis kunnen we nu de waarnemingen in de grafieken zetten. Traditioneel wordt dit met ballonoplatingen gedaan. Hierin worden alle bovenstaande eenheden per hoogteniveau geregistreerd. De waarnemingen die we kunnen onderscheiden zijn:

  • Temperatuur (dikke rode lijn)
  • Dauwpunt (dikke groene lijn): De temperatuur waarop waterdamp in de lucht condenseert. Tevens een maatstaf voor de hoeveelheid vocht die in de lucht kan zitten. Een groot verschil tussen de temperatuurlijn en de dauwpuntlijn duidt op droge lucht.

Gebruik

In de hedendaagse meteorologie wordt de Skew T grafiek veelvuldig gebruikt. Veel modellen zoals ECMWF en GFS brengen gedurende elke modelrun een nieuwe Skew T uit, waar weermannen en -vrouwen hun verwachting op kunnen baseren. Voor heel wat weerverschijnselen is het van essentieel belang hoe hoog het dauwpunt en de temperatuur van de lucht zijn, zowel aan de grond als op hoogte.

Een goed voorbeeld daarvan zijn dooiaanvallen. Ligt de temperatuur in (vrijwel) de gehele luchtkolom onder het vriespunt, dan valt er sneeuw. Vaak treedt er op enige hoogte echter warme lucht binnen, waardoor de sneeuw over kan gaan in ijzel. Dit maakt de verwachting rondom winterse frontensituaties nogal complex, zoals we ook de afgelopen weken meerdere malen hebben kunnen zien.

Vooruitblik

Nu we een inkijk hebben in de betekenis van alle eenheden en waarnemingen in een Skew T, kunnen we concrete weersituaties gaan beschrijven. In het volgende artikel gaan we het hebben over mist. Ook dit kunnen we herleiden uit de Skew T diagram. Andere weerverschijnselen die we kunnen aflezen zijn onweer, ijzel, sneeuw, ijsregen en hitte.

  • Paulus Piet

    Interessant artikel Dexy. Wederom bedankt.