De Benelux is een gebied wat al lange tijd bij uitstek geschikt is voor weidevogels. Van sommige soorten, zoals de grutto en de scholekster, komt internationaal gezien in onze regio het grootste percentage voor. Het gaat al decennia lang niet goed met de weidevogels. Intensivering van de landbouw levert daar een behoorlijke bijdrage aan. Maar wat is de invloed van het weer eigenlijk op de jaarlijkse aantallen weidevogels?

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

Deel jouw eigen passie? Ben je geïnteresseerd om als vrijwilliger weergerelateerde artikels te schrijven? Contacteer ons dan via jobs@noodweer.be

De grutto

Achteruitgang weidevogels

De Benelux is een van de weinige regio’s met uitgestrekte weidegebieden en is daardoor het belangrijkste broedgebied in Europa voor deze groep vogels.

De meeste weidevogels zijn van oorsprong kust- en steppevogels.

Weidevogels zijn nestvlieders. Als de jongen uit het ei zijn gekomen, verlaten ze binnen een dag het nest en moeten ze zelf op zoek naar voedsel, vaak nog onder toeziend oog van hun ouders.

  • Fotografeer niet alleen de wolken, maar waag ook je kans om dieren te spotten in de natuur. Deze spiegelreflex camera’s kunnen we aanraden. (aff.)

Weidevogels horen bij het vlakke Nederlandse weidelandschap. Ze zijn net zo vanzelfsprekend als molens en koeien. Of beter gezegd: waren. Het gaat de laatste decennia slecht met deze dieren. Dit ondanks meerdere pogingen om de reductie te stoppen.  

Word premium partner van NoodweerBenelux! Mail naar sales@noodweer.be

De afname van het aantal weidevogels is meerledig. De voornaamste reden is de voortdurende afname van geschikt leefgebied, met als hoofdoorzaken intensivering van de agrarische sector en toenemende ruimtelijke druk, onder meer door verstedelijking.

De sterke intensivering gaat gepaard met verlaging van het grondwaterpeil, gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting.

Graslanden worden ook steeds eerder en meerdere malen per jaar gemaaid. Hierdoor hebben weidevogels onvoldoende tijd om hun broed- en opgroeiperiode te volmaken. De overlevingskans van weidevogelkuikens is klein geworden, omdat in moderne graslanden meestal onvoldoende voedsel en dekking te vinden is.

Ook het weer speelt een belangrijke rol in de jaarlijkse variatie van het aantal grutto’s, kieviten, scholeksters en tureluurs.

De kievit

Wat is de invloed van lage temperaturen op weidevogels?

Allereerst speelt de temperatuur een grote rol tijdens het broedseizoen van (weide)vogels.

Het mag bijvoorbeeld niet te koud zijn.

Het laatste koude begin van het voorjaar was twee jaar geleden, in 2018.

In februari begint de kievit al met het leggen van eieren. Februari 2018 was in de Benelux behoorlijk koud.

In De Bilt en Ukkel was de gemiddelde temperatuur respectievelijk 0.7 en 0.8 °C, waar dit normaal rond de 3.5 °C is.

Ook de maand maart verliep koud, ongeveer 1.5 °C kouder dan normaal.

Vanaf april lag de gemiddelde temperatuur wel weer ruim boven het langjarig gemiddelde.

De koude februarimaand betekende slecht nieuws voor de kievit. Zoals gezegd heeft de kievit de eerste leg in februari. In 2018 ging deze eerste leg bijna compleet verloren.

Dit was niet alleen bij de kievit het geval, maar ook bij andere weidevogels die vroeg broeden.

Pas in april, wanneer bijvoorbeeld de grutto begint met broeden, waren de omstandigheden gunstiger.

De grutto wordt in Nederland ook wel de ‘Vogel des Vaderlands’ genoemd.

Dat weidevogels niet goed gedijen onder koude omstandigheden heeft veel te maken met het bodemleven.

De meeste dieren hebben lange snavels waarmee ze zo’n tien centimeter in de bodem kunnen zoeken naar kevers, wormen en allerlei insecten.

Bij aanhoudend koud weer blijft de bodemtemperatuur ver achter, met als gevolg dat insecten zich dieper in de grond begeven. Daarnaast moeten de vogels ook meer energie verbranden om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Er dient dus voldoende voedsel beschikbaar te zijn om de lage temperaturen te kunnen doorstaan.

Maar ook bij hoge temperaturen ontstaat er een probleem voor weidevogels.

De scholekster

De invloed van droogte

Een koud voorjaar heeft dus vaak negatieve gevolgen voor het broedresultaat van weidevogels. Maar ook aan een warm voorjaar kleven nadelen.

Dit was bijvoorbeeld goed merkbaar in 2019. Met een gemiddelde temperatuur van 10.2 °C tegen 9.5 °C normaal was de lente van 2019 zacht in Nederland. In Ukkel werd een gemiddelde temperatuur van 10.5 °C genoteerd, waar het langjarig gemiddelde 10.1 °C is.

In het voorjaar viel in de Benelux gemiddeld 15 millimeter minder dan normaal. De meeste regen viel begin van maart, daarna bleef het droger.

Het gevolg was dat de landbouwgronden snel uitdroogden en er onvoldoende water beschikbaar was om het tekort aan te vullen. De grond was dit keer niet hard door de vorst, maar door de droogte.

  • Registreer de neerslag op een handmatige manier via een pluviometer. Liever een digitaal weerstation die het werk voor jou doet? Dan adviseren we deze WS-5500 van Alecto. (aff.)

Deze weersomstandigheden hadden een negatief effect op de aanwezige weidevogels.

Voedselgebrek was hiervan de belangrijkste oorzaak.

Door sterke uitdroging van de bodem kropen wormen en andere insecten opnieuw dieper de grond in, moeilijker bereikbaar voor de weidevogels.

In de provincies Friesland en Groningen werd de waterstand in greppels en sloten verhoogd. Ook werd geld beschikbaar gemaakt voor het besproeien van percelen.

Dit had ook positieve gevolgen voor de weidevogels, die in deze drassige plekken hun voedsel konden vinden.

Toch zijn de cijfers schrikbarend.

Waren er in de jaren ’70 van de vorige eeuw nog zo’n 100 000 grutto paren, nu zijn dat er nog ongeveer 35 000. Dit is elk jaar een afname van 2%. Met het gegeven dat 95% van de complete grutto populatie zich in de Benelux bevindt zijn deze waarden ronduit zorgwekkend.

Ook de kievit, tureluur en scholekster laten een dalende trend zien tussen de 1.5 en 4.5% per jaar (vanaf 1996).

Laat ons hopen dat samenwerking tussen de agricultuur sector en de Vogelbescherming een stagnatie in afname van weidevogels oplevert.

De tureluur