Een jaar van extremen voor de gletsjers in de Alpen

Nu het smeltseizoen in de Alpen (bijna) voorbij is, worden de resultaten van de gletsjermetingen van afgelopen zomer op steeds meer plaatsen gepubliceerd. Na een jaar van extremen zien we dat het smeltrecord niet verbroken is op de meeste plaatsen ondanks de record droge en ook warme zomer. Oorzaak hiervoor is de uitzonderlijk grote sneeuwhoeveelheid die aan het einde van vorig winterseizoen (april-mei) nog de gletsjers bedekte, vooral in het westen.  

Gletsjers in de Alpen verloren afgelopen zomer 2-3% van hun massa.

Al jarenlang verliezen de gletsjers in de Alpen elk jaar ijs. Het aanmaken van ijs kan de smelt niet meer compenseren waardoor er een netto verlies ontstaat en de gletsjers terugtrekken. Ooit was het echter anders. In de 19e eeuw nog kenden de gletsjers in de Alpen hun grootste omvang sinds de laatste ijstijd met elk jaar een toename van het ijs. Daarna veranderde deze trend en begonnen de gletsjers aan hun inkrimping. Sinds 2000 is deze trend bovendien duidelijk versneld. Projecties tonen aan dat de Alpen tegen 2100 ongeveer 80-90% van hun ijsmassa zullen verliezen.

Pasterze gletsjer

De Pasterze gletsjer aan de GrossGlockner kromp de afgelopen decennia zeer snel. Toeristen die vroeger de massieve gletsjers konden bewonderen, herkennen het ijs niet meer. (Gletscherarchiv.de)

Als PhD student ‘glaciologie-klimatologie’ doe ik zelf momenteel onderzoek op de Morteratsch gletsjer in Zwitserland met ons team van de universiteit van Brussel. Elk jaar gaan we eind september, begin oktober, op de gletsjer om de tol van het smeltseizoen op te meten. Onderstaand artikel is dan ook een combinatie van openbare data van de gletsjers die zijn opgemeten door andere universiteiten en de data van de Morteratsch gletsjer.

Morteratsch gletsjer in 1911 en 2015

De Morteratsch gletsjer in Zwitserland kromp tussen 1911 en 2015 zeer intens. (Gletscherarchiv.de)

Eigenschappen van een gletsjer

De belangrijkste eigenschap van een gletsjer is de massa balans wat neerkomt op het verschil tussen accumulatie (alle processen die massa toevoegen aan de gletsjer: sneeuw, lawines, …) en ablatie (alle processen die massa verwijderen van de gletsjer: smelt, sublimatie, …).

Massa balans = Accumulatie – Ablatie 

Is deze balans aan het einde van het jaar positief, dan heeft de gletsjer massa gewonnen op die plaats; is deze negatief, dan heeft de gletsjer massa verloren. Typisch wordt deze balans gemeten op verschillende plaatsen op de gletsjer met behulp van stokken die in het ijs gedrild zijn. Deze data wordt dan geïnterpoleerd om een beeld te krijgen van de hele gletsjer.

Stokken die een jaar later meer uitsteken dan voordien ->ablatie (smelt) > accumulatie
Stokken die een jaar later minder uitsteken dan voordien -> ablatie (smelt) < accumulatie

Evolutie massa balans

Een voorbeeld van de massa-balans-evolutie over 3 jaar. We zien dat tijdens jaar 1 en 2 de gletsjer massa heeft verloren aangezien de accumulatie kleiner was dan de ablatie. Tijdens jaar 3 zorgde een grote accumulatie in het begin van het seizoen voor een netto positieve balans aan het einde van het jaar. Netto verloor de gletsjer wel massa over de 3 jaar in zijn totaliteit.

Het jaarlijks opmeten van de stokken aan het einde van het smeltseizoen (eind september-begin oktober in de Alpen) is het werk van de glacioloog. Vermits dit werk vrij intensief is, heeft elke universiteit/afdeling gespecialiseerd in glaciologie zo zijn ‘eigen’ gletsjer, waar ze jaarlijks naar toe gaan. Uiteraard moet de ‘stake data’ dan gecorrigeerd worden voor de beweging van de stokken etc., wat achteraf gebeurt op de PC. Wie het Engels goed onder de knie heeft, kan in onderstaande tekst lezen hoe de balans precies gemeten wordt.

Methode om de massa balans van een gletsjer te meten

De methode om de massa balans te meten met behulp van stokken. (Thesis Lander Van Tricht)

Om de smelt van de gletsjers goed te begrijpen, is het belangrijk te weten dat een gletsjer bestaat uit twee delen: een accumulatiegebied (accumulatiezone) waar de accumulatie groter is dan de ablatie en een ablatiegebied (smeltzone) waar er massa verloren gaat. Een gletsjer in evenwicht wint elk jaar evenveel massa in het accumulatiegebied als die er verloren gaat in het ablatiegebied, waardoor de netto balans 0 is. Tijdens het jaar beweegt het ijs dan van de accumulatie naar de ablatie zone om het verlies te compenseren.

Echter, door de klimaatverandering is de sneeuwlijn (grens tussen accumulatie- en ablatiegebied) omhoog aan het gaan en wint de gletsjer elk jaar minder massa terug dan dat er verloren gaat. Er ontstaat zo dus een onevenwicht waardoor er elk jaar meer ijs smelt dan dat er bijkomt waarvan we het resultaat uiteraard kennen: de gletsjers smelten en trekken terug.

Zones van een gletsjer

Een gletsjer bestaat uit een accumulatie-zone waar de gletsjer massa wint (massa balans > 0) en een ablatie-zone waar de gletsjer massa verliest (massa balans < 0). (Antarcticglaciers.org)

Imbalans van de gletsjers

Met het stijgen van de sneeuwgrens (temperatuur gaat omhoog, sneeuw valt steeds hoger) wordt de accumulatie zone van de gletsjers steeds kleiner. Zo ontstaat er een disbalans, waardoor het ijs terugtrekt en dunner wordt.

Het smeltseizoen begon goed

De gletsjers in de Alpen winnen hun massa uit de wintersneeuw. Vorig jaar viel er in de Alpen aan het einde van de winter nog uitzonderlijk veel sneeuw waardoor de uitgangspositie zeer goed was. Eind april lag er nog dubbel zoveel sneeuw als normaal voor de tijd van het jaar. Grote sneeuwhoeveelheden, laat op het seizoen, vormen dan een buffer die het smeltseizoen (bloot ijs) veel later op gang laat komen. Pas als de sneeuw verdwenen is, kan het ijs (de gletsjer zelf) namelijk beginnen smelten.

Sneeuw in Vaujany

Eind vorig seizoen lag er uitzonderlijk veel sneeuw. Daardoor kwam het smeltseizoen iets later op gang. (Meteo Grenoble)

Veel sneeuw in Val d'Isère

Ook in Val d’Isère lag er uitzonderlijk veel sneeuw. (@ValdIsere)

Sneeuw april 2018

Kijk maar zelf eens hoe groot het verschil was tussen 12 april 2018 en 2017. (@Twitter Tignes)

Extreem droge zomer en warme temperaturen deden ijs extra smelten

Echter, door de vroege hoge temperaturen (mei-juni) smolt de extra sneeuw razendsnel weg tijdens het begin van de zomer. De buffer was zo al snel verdwenen waardoor de smelt van het ijs toch sneller dan eerst voorzien kon starten. Bovendien werd de zomer vrij zacht en vooral extreem droog. Daar waar er normaal tijdens de zomer wel eens sneeuw valt om de gletsjers tijdelijk te bedekken (zeker bovenaan) ,was het nu gewoon helemaal droog.

Dat resulteerde in een uitzonderlijk hoge sneeuwlijn (tot 3300 meter)!  Zelden was het accumulatiegebied in de Alpen zo klein. Wetende dat het met ongeveer 1°C afkoelt per 150 meter kunnen we deze tendens de volgende jaren doortrekken. De sneeuwlijn zal altijd maar hoger uitkomen aan het einde van het seizoen.

Sneeuwlijn Pers gletsjer

De sneeuwlijn op de gletsjers is met behulp van satellietbeelden zeer eenvoudig te herkennen. Op 6 juli lag deze rond de 3000 meter op de Pers gletsjer in het Berninamassief. (Planet Data)

Het front van de Morteratsch gletsjer

Het front van de Morteratsch gletsjer werd bijna 10 meter dunner per jaar. (Thesis Lander Van Tricht)

Eindbalans

Op basis van de afgelopen zomer hadden we dan ook een recordsmelt verwacht. Echter, omwille van de sneeuw gedurende het begin van het seizoen is de totale balans niet het meest negatief sinds het begin van de metingen. De cijfers van andere gletsjers in Zwitserland toonden aan dat de gletsjers dit jaar ongeveer 2.5% van hun totale massa verloren hebben wat overeenkomt met 1.4 miljard kubieke meter ijs. In het westen iets minder (omwille van de grote sneeuwhoeveelheid) en in het oosten wat meer. Om dit cijfer beter te kunnen vatten,volgt er een voorbeeld: als we dit ijs zouden omrekenen naar water en zouden verspreiden over België zou er overal 42 liter per vierkante meter water liggen.

De Morteratsch gletsjer verloor sinds 1991 ongeveer 35% van zijn totale massa. Aan het front werd de gletsjer dit jaar 10 meter dunner, terwijl het front zowaar 100 meter terugtrok. Omwille van de responstijd van 30-50 jaar zal deze gletsjer nog minstens 100 jaar terugtrekken (we verwachten namelijk een verdere stijging van de temperatuur en beslissingen die nu genomen worden i.v.m. het klimaat, hebben pas veel later gevolgen…).

Terugtrekking Morteratsch gletsjer

Sinds 1870 is de Morteratsch gletsjer slechts gedurende 5 jaar (op 150 jaar!) gegroeid of langer geworden. De laatste jaren is de terugtreksnelheid duidelijk versneld. (Gletscherarchiv)

Pasterze gletsjer

Wie herkent de Pasterze gletsjer nog? Deze gletsjer krimpt extreem snel. (Gletscherarchiv.de)

Zo, het moge duidelijk zijn dat het opnieuw een slecht seizoen was voor de Alpiene gletsjers. We hopen nu uiteraard op een koude en vooral sneeuwrijke winter, zodat de gletsjers toch weer even op adem kunnen komen.

Hebben jullie foto’s van de gletsjers? Post ze dan hieronder of stuur ze op! Gletsjeronderzoek kan niet zonder foto’s 🙂


Lees ook eens: