0

In december 2020 gaf NoodweerBenelux voor het eerst in haar bestaan een level 3 waarschuwing voor sneeuw en wind af. In het level 3 gebied werd gewaarschuwd voor sneeuwaccumulatie van 10-20 cm in combinatie met windstoten tot 80 km/u. Een harde wind tijdens sneeuwval kan onder andere voor sneeuwophopingen of sneeuwduinen zorgen. In de meteorologie gebruiken we termen zoals sneeuwjacht en sneeuwstorm. Maar wanneer mogen we deze termen precies gebruiken?

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.

Sneeuwjacht

Zoals eerder beschreven kan de combinatie van sneeuw en wind gevaarlijke situaties opleveren. Het zou goed kunnen dat u nog nooit van de term sneeuwjacht gehoord hebt. Het wordt dan ook niet vaak gebruikt.

De definitie van sneeuwjacht is als volgt:

  • Sneeuwval bij een harde tot krachtige wind (5-6 Bft)

Tijdens de sneeuwjacht dwarrelt de sneeuw niet verticaal naar beneden, maar eerder horizontaal. Niet fijn als je op dat moment lopend of op de fiets buiten bent. Maar ook in de auto is het niet fijn, omdat de sneeuw zich kan ophopen op de voorruit. Ook kunnen zichtbaarheden flink teruglopen in het verkeer.

Sneeuwduinen

Bij de combinatie van sneeuw en wind kan de sneeuw naar één punt getransporteerd worden. Hier kunnen zich dan sneeuwduinen vormen. Ze zien er uit als duinen zoals je ze op het strand tegenkomt. Sneeuwduinen ontstaan op zogeheten luwtepunten. Hier heeft de wind minder effect en zo kan de sneeuw het aardoppervlak bereiken. In de winter van 2010 ging Groningen gebukt onder zware sneeuwval met sneeuwduinen tot 1 meter hoog!

Krijgt de wind uiteindelijk wel weer grip op de sneeuwduinen, dan ontstaat driftsneeuw. Dit is sneeuw die ‘aan de wandel gaat’. Driftsneeuw noemen we ook wel stuifsneeuw. Dit kan overigens ook sneeuw zijn die van bijvoorbeeld besneeuwde daken afwaait. Het hoeft dus effectief niet te sneeuwen om driftsneeuw te krijgen.

In de meteorologie maakt men onderscheid tussen lage en hoge driftsneeuw. Men spreekt van lage driftsneeuw als het zicht op ooghoogte niet wordt belemmerd. Hier beweegt de sneeuw zich dus vlak boven het aardoppervlak. Bij hoge driftsneeuw wordt het zicht op ooghoogte wel belemmerd. Dit kan dus gevaarlijke situaties in het verkeer opleveren.

Sneeuwduinen in januari 2010 (Jannes Wiersema)

Sneeuwstorm

De laatste combinatie van sneeuw en wind die we behandelen, is de sneeuwstorm. In de Engelse taal staat een sneeuwstorm ook wel bekend als een ‘blizzard’.

De definitie van een sneeuwstorm is:

  • Sneeuwval bij een windkracht van 8 Bft of hoger

Het staat buiten kijf dat dit maatschappij ontwrichtende gevolgen kan hebben. Een sneeuwstorm kan metershoge sneeuwduinen tot gevolg hebben. In de 20e eeuw kwam een sneeuwstorm in de Benelux gemiddeld eens per 5 jaar voor.

Het meest illustratieve voorbeeld is ongetwijfeld 1979. Op 14 februari (Valentijnsdag bestond toen nog niet) gingen delen van de Benelux gebukt onder een zeer zware sneeuwstorm. Vooral het noorden van Nederland werd zwaar getroffen. Daar hadden ze vanaf 13 februari in de namiddag bijna 4 complete dagen te maken met driftsneeuw. Uiteindelijk kwamen de sneeuwduinen tot een hoogte van 6 (!) meter. Zichtwaarden liepen terug tot 5 meter. Hoeveel sneeuw er uiteindelijk gevallen is, is niet bekend. De KNMI-stations gaven in het noorden van Nederland geen neerslagsom door. Ze waren compleet bedolven onder de sneeuwduinen.

Na 17 februari werd het weer rustiger en nam de maatschappij langzaam zijn normale vormen weer aan. Sneeuwresten bleven nog weken liggen. Een ‘mooi’ voorbeeld om aan te geven hoe gevaarlijk de combinatie van sneeuw en wind kan zijn.

De sneeuwduinen reiken tot de nok van het dak tijdens de sneeuwstorm van 1979 (Jannes Wiersema)

Delen


Verder lezen

Alles bekijken