17 december 2021 - 5 min. lezen
4 reacties 4

La Niña zal de winter van 2021-2022 domineren. Het effect daarvan op het weer in Europa is onzeker. Een recente studie toonde aan dat het vooral afhangt van waar de kern van La Niña zich bevindt. De laatste weken wijst alles erop dat deze La Niña meer naar het oosten opschuift. Dat kan een meer negatieve NAO-index in de hand werken.

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

La Niña domineert de winter van 2021-2022

We hebben te maken met een La Niña. De oppervlakte – zeewatertemperaturen rond de Evenaar langs de Centrale en Oostelijke – Pacifische Oceaan zijn onder normaal. Volgens de verschillende weermodellen houdt de huidige La Niña aan tijdens de hele winter en tot het begin van de lente. Tijdens april – juni schakelen we vervolgens over op ENSO neutrale condities.

La Niña duurt de hele winter. Tijdens de lente schakelen we wellicht over op ENSO neutrale condities. (NOAA)

Ontwikkeling en prognose van La Niña

De eerste prognoses voor La Niña van deze winter toonden de grootste negatieve anomalie in de centrale Pacifische Oceaan (Nino regio 3 en Nino regio 4). Dat betekent dat we een Central-Pacific La Niña (CP La Niña) zouden hebben. Echter, half november toonden de modellen een sterke uitbreiding van het koele zeewater naar het oosten, naar de oostelijke Pacifische Oceaan en deze trend hield de voorbije weken aan. Wellicht is de oorzaak een sterke anomalie van de oostenwind die het koele zeewater letterlijk naar het oosten duwt. De oorzaak van deze preferentiële oostenwind heeft te maken met de fase van de MJO. In tegenstelling tot wat de modellen eerder toonden voor deze winter hebben we daardoor nu te maken met EP La Niña met de grootste negatieve anomalie in Nino regio 3 en Nino regio 1+2.

La Niña is geëvolueerd naar een EP La Niña. (NOAA)

Gevolgen gunstig voor kouder weer?

So far, so good. Maar wat zijn nu de gevolgen voor het weer? Daarvoor gaan we naar een Studie van Zhang et al. (2015). Deze studie toonde aan dat de 2 verschillende types van La Niña een groot verschil in impact kunnen hebben op het weer, vooral tijdens januari-februari, iets later dan de piek in La Niña. Volgend op een EP La Niña toonde de studie aan dat een verzwakking van de straalstroom aannemelijk is met meer meanders en een grotere kans op een NAO-. Volgend op een CP La Niña wordt de straalstroom juist sterker met de bevordering van een NAO+ configuratie. Straf. Maar waarom is dat nu?

CP La Niña:

  • Sterke straalstroom tijdens de winter
  • NAO+ bevordert

EP La Niña

  • Zwakke straalstroom tijdens de winter
  • NAO- bevordert

In mensentaal, de kans op winterweer is groter met een EP La Niña (2021-2022) dan met een CP La Niña (2020-2021).

Een EP La Niña bevordert een NAO-configuratie. (Zhang et al., 2015).
NAO- tijdens januari-februari is bevorderd bij een EP La Niña en een NAO+ bij een CP La Niña. (Zhang et al., 2015)

Wat is de verklaring hiervoor?

De verklaring, althans wat de studie van Zhang et al. (2015) aantoont, is dat de afwijkingen in luchtdruk over de Noord-Pacifische Oceaan van cruciaal belang zijn. Deze beïnvloeden de gemiddelde sterkte van de polaire straalstroom en zo ook de golven (Rossby-waves), die zich vervolgens stroomafwaarts verplaatsen en daardoor de NAO-index bepalen.

De model-resultaten in de studie tonen dat bij een CP La Niña het centrum van onderdrukte convectieve activiteit iets meer westwaarts gelegen is. Daarnaast is de onderdrukking van de convectie sterker bij een CP La Niña.

Bij beide La Niña’s ontstaat er over de noordelijke Pacifische Oceaan een hogedrukgebied, welke een indicatie is voor een verzwakt Aleutian Laag. Maar wat bleek in de studie, tijdens een CP La Niña ligt de kern van dit hoog consistent meer naar het zuidoosten, een gevolg van de meer onderdrukte convectieve activiteit.

De gevolgen daarvan moeten we vervolgens zien in de subtropische straalstroom. De Oost-Aziatische tak daarvan is bij beide La Niña’s veel zwakker dan normaal (hieronder groene kleur). De Europees-Afrikaanse tak is echter sterker dan normaal bij een EP-La Niña en zwakker/zuidelijker bij een CP La Niña (rode kleur). En het effect van dit laatste zit hem in de Noord-Atlantische straalstroom. Een sterke subtropische jet voor de EP La Niña verzwakt de Noord-Atlantische straalstroom terwijl dit ongekeerd is voor de CP La Niña.

Een kleine verschuiving van het drukgebied in de noordelijke Pacifische Oceaan is dus van cruciaal belang en heeft aan de andere kant van Europa grote gevolgen.

Anomalie van de wind op 200 hPa. (Zhang et al., 2015).

Referentie:

Zhang, W., Wang, L., Xiang, B. et al. Impacts of two types of La Niña on the NAO during boreal winter. Clim Dyn 44, 1351–1366 (2015). https://doi.org/10.1007/s00382-014-2155-z

Lander

Door Lander

Afgestudeerd fysisch geograaf aan de KU Leuven in de specialisatie weer- en klimaat. Ik ben doctorandus glaciologie - klimatologie aan de VUBrussel met focus op gletsjers in de Alpen en in Azië. Sinds jongs af aan gepassioneerd door weer en klimaat focus ik mij binnen NoodweerBenelux op het schrijven van weerberichten, het geven van seminaries en het ontwikkelen van onze weerkaarten.


Verder lezen

Alles bekijken
45 Prognose

Zomerse temperaturen met af en toe een bui

4 dagen geleden - 3 min. lezen
1

Pyroceen: het tijdperk van vuur

23 juni 2022 - 3 min. lezen