El Niño… een terugkeer in 2014?

Het oppervlak van onze planeet bestaat voor 71% uit water. Het is van groot belang dat we informatie verzamelen over de veranderingen in het zeewater. De satelliet Jason-2 volgt onze oceanen en brengt de veranderingen in het zeeniveau in kaart, samen met temperatuurschommelingen. De temperatuur van het zeewater is een belangrijk gegeven bij het voorspellen van veranderingen in weer en klimaat. Het ziet er naar uit dat zich een El Niño zou kunnen vormen…

Kelvin-golven

El Niño

Momenteel geeft de Jason-2 satelliet onrustwekkende beelden weer van de Stille Oceaan die sterk lijken op de beelden uit 1997. In de lente van 1997 ontstond een El Niño (= sterke opwarming van het oceaanwater met veranderingen in het weer tot gevolg). El Niño betekent letterlijk ‘Kleine Jongen’ en verwijst naar de Kerstperiode wanneer de eerste tekenen van opwarming zich voordoen aan de kusten van Peru en o.a. daar de atmosfeer beïnvloeden gedurende lange tijd.

De satelliet neemt momenteel een reeks van Kelvin-golven waar. Dit zijn grote rimpels in het zeeniveau die de Stille Oceaan oversteken van Australië naar Zuid-Amerika. Onderzoekers houden deze golven nauwlettend in het oog, want net zoals in 1997 zouden ze een voorbode van El Niño kunnen zijn.

El Niño in 1997

De twee fenomenen, Kelvin-golven en El Niño, zijn aan elkaar gelinkt door de wind. De passaatwind waait van oost naar west. Daarbij wordt het warme oppervlaktewater naar Indonesië vervoerd. Bijgevolg is het zeeniveau zo’n 45 cm hoger rondom Indonesië dan bij de evenaar. Daarom krijgt de streek de naam de ‘warmpool’, het grootste reservoir van warm water op onze planeet.

Soms valt de passaatwind even weg voor een paar dagen of weken en verplaatst dit hogere zeeniveau met warm zeewater zich terug in de richting van Zuid-Amerika. Dit is een Kelvin-golf. Het is een fenomeen dat zich wel enkele keren voordoet per jaar.

El Niño ontstaat wanneer de passaatwind gedurende enkele maanden afzwakt. De Kelvin-golven doen het zeeniveau stijgen en warmen daarbij het water rond de evenaar op.

Passaatwind

Gevolgen van een El Nïno

De El Niño van 1997 werd door de satelliet TOPEX/Poseidon (1992-2006) zichtbaar gemaakt. De beelden tonen een stijging van zo’n 10 cm in het zeeniveau rond de evenaar en dat over de hele lengte tussen Australië en Zuid-Amerika.

Hetzelfde patroon is nu zichtbaar in de Stille Oceaan. Verschillende Kelvin-golven begeven zich sinds midden januari naar het oosten. In midden april was er een derde verzwakking van de passaatwind. Onderzoekers bij NASA en NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration) houden deze winden nauwlettend in het oog. Om echt van een El Niño te spreken zal zich een nog langere afwezigheid van de passaatwind moeten voordoen. Dat kan zorgen voor een wereldwijde verandering in het weer. Hoe en of het verder zal evolueren, zal de komende maanden duidelijk worden.

Het zeewater in 2014

Mocht er een El Niño ontstaan in 2014 dan kan dit serieuze gevolgen hebben voor zowel het oosten als het westen. In Zuid-Amerika waar veel mensen leven van visvangst zal door de afwezigheid van voedingsstoffen in het warme water minder vis aanwezig zijn. Dit kan leiden tot een economische ramp. Ook zal in het normaal droge gebied meer hevige regenval ontstaan met mogelijks modderlawines en aardverschuivingen tot gevolg. Aan de andere kant bij Indonesië en Australië zal El Niño voor extreme droogte zorgen, een ramp voor de plaatselijke landbouw. In ergere gevallen kan dit leiden tot oncontroleerbare bosbranden.

Ook andere delen van de wereld kunnen gevolgen ondervinden van deze opwarming: overstromingen of net extreme droogte. Bij ons zouden de gevolgen beperkt kunnen blijven, met mogelijks een natter voorjaar.

Bron: NASA, Dr. Tony Phillips

Foto’s: NASA


Lees ook eens: