Effect van winterweer op het gedrag van vogels

Traditioneel gebeurt de massale najaarsvogeltrek in de maanden september en oktober. Jaarlijks trekken dan miljoenen vogels van het noorden, waar ze broeden, naar het zuiden om de winter door te brengen bij mildere temperaturen. Sommige soorten stellen zich tevreden met ons mild winterklimaat en overwinteren in West-Europa.

Andere soorten zoeken het verder en trekken richting Zuid-Europa of zelfs tot diep in Afrika en vliegen tijdens die tocht over onze streken. Ook bij ons zijn er een heel aantal broedvogels die in het winterhalfjaar wegtrekken richting het zuiden. Denk aan bijvoorbeeld onze drie zwaluwsoorten: boerenzwaluw, huiszwaluw en oeverzwaluw, als bekendste voorbeelden.

Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van onweer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

vogeltrek

Vogeltrek

Veel van de vogelsoorten die bij ons overwinteren zijn afkomstig uit het hoge noorden (Scandinavië, Siberië en zelfs Spitsbergen). Omdat het, als alles normaal verloopt, in het hoge noorden een pak kouder wordt dan bij ons, verkiezen die soorten om de winter hier door te brengen. Dat heeft veel, zo niet alles, te maken met het voedselaanbod. Met een sneeuwdek op de bodem is het voor ganzen, lijsterachtigen, en ook zelfs vinken, erg moeilijk om aan voedsel te komen. Bij ons is dat sneeuwdek een pak minder evident en dus kunnen vogels hier normaal gezien probleemloos de winter doorbrengen.

Een andere factor voor reguliere najaarstrek is de aanwezigheid van veel of weinig voedsel in de vorm van zaden, noten en vruchten in de Scandinavische en Siberische bossen. Dragen de bomen erg veel vruchten, een zogenaamd mastjaar, dan is de drang om te vertrekken kleiner dan in de jaren dat er weinig voedsel beschikbaar is. Dit is duidelijk te zien in de aantallen trekvogels die worden geteld boven de Lage Landen.

Sneeuw- en ijstrek

Maar er zijn natuurlijk van die jaren waar winterliefhebbers dol op zijn! Jaren waarin het tot forse sneeuwval en/of vorst komt in België en Nederland. Vogels die er op rekenen in onze milde winters voldoende voedsel te vinden, moeten in dergelijke situaties onverwachts op de wieken. In zulke situaties kunnen er plots massale trekbewegingen waargenomen worden in ons luchtruim, buiten de klassieke trekperiodes in het voor- en najaar. Die trek wordt ‘sneeuw- of ijstrek’ genoemd en kan erg spectaculair zijn met vele tienduizenden vogels in het luchtruim (bovendien vaak ook ongewoon mooi belicht voor de waarnemers, door de sneeuw die door de reflectie ook voor belichting van onderaan zorgt).

Spectaculaire voorbeelden van sneeuwtrek moeten, helaas, alweer even terug in de tijd gezocht worden. Misschien wel het meest befaamde voorbeeld van het laatste decennium was de kramsvogeltrek van januari 2010. De kramsvogel is een lijsterachtige (in de volksmond “tjakkers” genoemd, omwille van zijn karakteristieke geluid) die voornamelijk broedt in Noord en Midden-Europa en in de hoger gelegen gebieden in West-Europa. In het najaar trekt de kramsvogel naar zijn overwinteringsgebieden. Deze liggen in West en Zuid-Europa en dus zeker ook zowel naar mijn, als uw tuin als er wat bessenstruiken staan.

voorbeeld kramsvogel

Kramsvogel

De winter van 2009-2010 was een erg sneeuwrijke winter. Na 3 sneeuwepisodes in december en januari, kregen we eind januari een forse sneeuwzone die dankzij een stevige oceaanblokkade vanuit het noorden de volledige Lage Landen onder een stevig sneeuwtapijt bedekte. En daar waar de kramsvogels normaal de voorbije sneeuwzones wisten uit te zitten, vertrokken ze nu massaal richting het westen op zoek naar sneeuwvrije gebieden! Op Nederlandse en Belgische vogeltrek-telposten werden vele duizenden kramsvogels genoteerd. (data beschikbaar dankzij trektellen.nl)

totaal getelde kramsvogels 2010

Telling kramsvogels boven Nederlandse vogeltrek-telposten in januari en februari 2010

totaal getelde kramsvogels in 2009

Meting in januari en februari 2009 ter vergelijking van 2010 (let op de andere schaal!)

weersituatie 30 januari 2010

Weersituatie 30 januari 2010 (knmi.nl)

Een tweede voorbeeld van een ‘sneeuwtrekgevoelige’ vogel, is de veldleeuwerik. Iedereen kent de veldleeuwerik wel van de heldere zang die ’s zomers hoog boven de velden weerklinkt. In de winter krijgen onze veldleeuweriken het gezelschap van duizenden soortgenoten uit het Hoge Noorden die hier hun winterhonger komen stillen op de akkers. Maar net omdat ze hun voedsel moeten zoeken op de grond zijn ze erg gevoelig voor sneeuwbedekking op de bodem. Veldleeuweriken zijn, samen met bijvoorbeeld kieviten, de eerste vertrekkers bij een sneeuwdek.

Een mooi voorbeeld hiervan was waar te nemen in december 2010. December 2010 is de sneeuwrijkste maand uit de geschiedenis met 23 sneeuwdagen in Ukkel! En dat liet zich ook voelen bij de vogels. De kieviten hadden bij eerdere sneeuwval al de benen (nu ja, de wieken) genomen, maar voor de veldleeuweriken was het op 17 en vooral 18 december 2010, na 3 dagen van stevige sneeuwbuien/zones, genoeg geweest. Op de telposten passeerden duizenden veldleeuweriken richting het zuidwesten.

totaal getelde veldleeuweriken 2010

Telling veldleeuweriken in december 2010

totaal getelde veldleeuweriken 2011

Telling veldleeuweriken in december 2011

totaal getelde kieviten 2010

Totaal aantal getelde kieviten in december 2010

Maar het hoeft niet altijd sneeuw te zijn. Lange vorstperiodes zijn ook een gesel voor veel vogelsoorten en kunnen ook stevige vogelbewegingen op gang brengen. Vogels die afhankelijk zijn van open water proberen zelf zo lang mogelijk een wak in het dichtvriezende water te houden. Eenden zorgen hier zelf voor door in groep rond te zwemmen en zo het water in beweging te houden.

Niet-zwemmende vogels krijgen het in lange vorstperiodes erg moeilijk. Een klassiek voorbeeld, de ijsvogel, eet in de winter vis. Vriezen de plassen en rivieren dicht, dan verhongeren de ijsvogels. De trend van het aantal ijsvogels (SOVON) is prachtig te linken aan de koudegetallen van het KNMI. Naast ijsvogels zijn ook reigers, waterrallen en waterhoenen erg gevoelig aan bijtende koude.

eenden op het ijs

Eenden op het ijs

Vogelvoorspellingen

Een vraag die dan al gauw naar voren komt is: kunnen vogels anticiperen op slecht weer en zo hun trek aanvatten alvorens ze in de barre koude terecht komen? Met andere woorden: kunnen wij aan het gedrag van trekvogels aflezen dat er een koudere periode zit aan te komen?

Daarvoor moeten we even naar de anatomie van de vogel kijken. Vogels bezitten een nogal mysterieus orgaan in hun oor: het orgaan van Vitali of het paratympanisch orgaan; dit is in staat om zeer kleine veranderingen in atmosferische luchtdruk te meten. Daardoor zijn vogels in staat om hun gedrag aan te passen aan de kleinste veranderingen in de luchtdruk. Zo toonden Amerikaanse onderzoekers in het tijdschrift Animal Behaviour aan, dat witkeelgorzen die in ‘normale omstandigheden’ nogal slome opstaanders zijn, vlugger uit de veren komen om zich te voeden wanneer de luchtdruk in de loop van de nacht daalt en er dus mogelijk regen op komst is.

Diezelfde gedragsaanpassingen zien we bij vogels op trek, die hun routes aanpassen aan drukdalingen. Op die manier vermijden ze, indien mogelijk, depressies en dus slecht weer.

Dat vogels zich aanpassen aan weersveranderingen op langere termijn is echter niet aangetoond. Het loopt zelfs regelmatig grondig mis. Kraanvogels, een grote vogelsoort die in het voor- en najaar over het oosten van de Benelux trekt van en naar hun broedgebieden in het noorden, kunnen wel tegen een stootje als het op winterweer aankomt. Toch verkiezen ze om niet al te lang in diep winterse omstandigheden te verblijven. Ondanks die voorkeur zien we dat er steeds meer kraanvogels noordelijk overwinteren (Lac du Der, Rugen, …) en dus niet doortrekken naar hun klassieke overwinteringsgebieden in Spanje en Portugal. Maar ook die noordelijke overwinteraars geven er de brui aan als het te koud wordt.

In het voorjaar vertrekken de kraanvogels als één van de eersten, richting broedplaatsen. Al in maart vindt de grote uittocht plaats en dus gebeurt het regelmatig dat de noordelijkste broeders onder hen in erg winterse omstandigheden terechtkomen, waardoor hun broedsel mislukt. Mochten ze die late winterprikken voelen aankomen, zouden ze hun meer fundamentele gedrag, het broeden, zeker aanpassen…maar dit is dus niet het geval!

kraanvogels op trek

kraanvogels op trek (foto Jac Janssen)

Dus samenvattend kan vogelgedrag hoogstens gebruikt worden om sneeuw- en ijsbedekking in de relatief dichte omgeving in te schatten en om weersveranderingen op zeer korte termijn te voorspellen. De gedachte dat we grote weersveranderingen op middellange en lange termijn zouden kunnen voorspellen aan de hand van vogeltrek is aanlokkelijk, maar er blijkt dus niets van aan te zijn. Helaas!

In samenwerking met Jelle Van den Berghe, docent natuurbeheer aan de PXL Hogeschool in Diepenbeek en zijn eigen ecologisch advies- en studiebureau ‘Ecotoop’.

Andere artikelen afkomstig van Jelle:

  1. Invloed mens op de klimaatverandering
  2. Vlinders profiteren van topzomer


Lees ook eens: