Door welke weerseffecten wordt het hantavirus bevorderd?
De weersextrema van de laatste jaren hebben steeds meer invloed op de verspreiding van infectieziekten. Vooral in kwetsbare regio’s zoals Latijns-Amerika en het Caribisch gebied neemt de bezorgdheid toe, met name na de recente dodelijke besmettingen door het hantavirus op een cruiseschip begin mei. Specifieke weersomstandigheden blijken de verspreiding van het virus te bevorderen. Een uitbraak in het verleden kon zelfs met een sterke El Niño geassocieerd worden. Eén ding is duidelijk, er is een overkoepelende One-Health aanpak nodig die zowel menselijke demografie en gezondheid, dierpopulaties en klimaat integreren.
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op Youtube
Dit virus komt wereldwijd voor maar was tot nu toe niet erg bekend, omdat het bij ons maar zelden voorkomt of ongemerkt passeert. In de Benelux zijn besmettingen met het hantavirus zeldzaam en meestal van een mildere variant (Puumala) dan degene die momenteel de media overheerst (het Andes-hantavirus).
Hantavirus: aanwezig als fijnstof in aerosolen waar besmette knaagdieren leven
Het hantavirus veroorzaakt griepachtige symptomen tot ernstige aandoeningen zoals het hantavirus pulmonair syndroom (HPS) en hemorragische koorts met renaal syndroom (HFRS).
Hantavirussen behoren tot de familie van zogenaamde RNA-virussen en worden voornamelijk overgedragen via knaagdieren. Mensen raken besmet door het inademen van aerosolen die fijnstof of vochtdruppeltjes bevatten met virusdeeltjes uit urine, uitwerpselen of speeksel van besmette dieren. Dat is de belangrijkste besmettingsroute. Uiteraard is direct contact met zo’n dieren en hun uitwerpselen ook nefast.
In tegenstelling tot veel andere virussen spelen knaagdieren een centrale rol als reservoir.
Vooral soorten uit de families Cricetidae (woelmuizen, hamsters, enz.) en Muridae (muizen, ratten en andere) zijn belangrijk voor de verspreiding.
Hantavirus: een opkomend zoönose
In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied is het hantavirus een opkomende zoönose (maar experts spreken niet van een begin van een pandemie), hoewel het virus overal in de wereld voorkomt. In deze regio’s is de situatie extra complex doordat meerdere infectieziekten tegelijk voorkomen, zoals dengue, zika en leptospirose. Dit maakt een correcte diagnose moeilijk, omdat de symptomen vaak op elkaar lijken.

Tropische ecosystemen
Zuid- en Midden-Amerika kent een enorme biodiversiteit. Vooral in tropische en “neotropische” ecosystemen leven veel verschillende knaagdierensoorten die mogelijks drager zijn van het hantavirus. Ook kenmerkend voor deze knaagdieren is dat ze zich razendsnel aanpassen aan veranderende omgevingen, bijvoorbeeld landbouwgebieden.
- Ken jij de hypertropen al?
Landgebruik en menselijke activiteit
In Zuid-Amerika en elders neemt akkerland steeds meer plaats in, omdat wouden en wilde natuur aan sneltempo worden geruimd om plaats te maken voor teelten. Hierdoor neemt het contact tussen mens en dier toe, wat de kans op besmetting vergroot.
Deze evolutie is vooral te zien waar het landgebruik en demografie aan snelle veranderingen zijn onderworpen, in combinatie met een niet-optimale afvalverwerking. Stortplaatsen om en rond grote steden en gebrekkige hygiëne zijn immense risicofactoren (en volgens sommige media de bron van besmetting bij de overledenen op het cruiseschip begin mei).
Kortom, ontbossing, landbouw en verstedelijking veranderen ecosystemen ingrijpend en brengen mensen dichter bij besmette dieren. Door het wijken van natuurlijke roofdieren nemen knaagdierpopulaties bovendien nog meer toe.
Klimaat: vooral neerslag heeft een invloed op de verspreiding van het hantavirus
Klimaatfactoren kunnen een rol spelen bij de verspreiding van het hantavirus. Regenval, temperatuur en luchtvochtigheid beïnvloeden de populaties van knaagdieren en dus de proliferatie van virussen. Onderzoek toont dat vooral neerslag bepalend is voor de groei van knaagdierpopulaties.
Meer regen zorgt voor meer voedsel voor knaagdieren, die zich bovendien razendsnel voortplanten. Hun aantallen nemen dan ook explosief toe na een regenachtige periode. Dit verhoogt het risico op menselijke infecties aanzienlijk.
- Effecten van het coronavirus op de lucht- en waterkwaliteit.
El Niño bracht meer regen én het hantavirus naar de VS in 1993
Een bekend voorbeeld hiervan is de uitbraak in de Verenigde Staten in 1993, die volgde op een periode van uitzonderlijk veel regen door El Niño. De toename van vegetatie leidde tot een explosieve groei van knaagdierpopulaties, wat resulteerde in meer besmettingen bij mensen.
- Deze zomer komt er een zware El Niño.
In het Caribisch gebied worden regenpatronen sterk beïnvloed door El Niño en andere klimaatschommelingen. Droge en natte seizoenen wisselen elkaar af, maar klimaatverandering zorgt voor extremer weer, wat we al zagen met orkaan Melissa. Niet alleen de extreme neerslagsommen op Jamaica, maar ook de totale verwoesting die de orkaan met zich meebracht, zal de knaagdierpopulaties en hun viruslading zeker begunstigd hebben.
Het kwakkelende klimaat kan leiden tot zowel droogte als hevige regenval, wat de verspreiding van onder andere het hantavirus op verschillende manieren beïnvloedt.
- De Canarische Eilanden (waar het cruiseschip met de besmette mensen tijdelijk aanmeert) waren al extreem regenachtig deze winter.
Niet alle klimaateffecten zijn echter eenduidig. Terwijl regenval duidelijk samenhangt met meer besmettingen, is het effect van temperatuur en luchtvochtigheid minder consistent.

Gevaarlijkere variant: het Andes-hantavirus
In Zuid-Amerika komt vooral het Andes-hantavirus voor, een van de gevaarlijkste varianten. Dit virus kan in zeldzame gevallen ook van mens op mens worden overgedragen en heeft een sterftecijfer tot 50%. De verspreiding van dit virus hangt sterk samen met de aanwezigheid van knaagdieren.
Ondanks toenemende kennis blijven er veel vraagtekens. Niet alle diersoorten die als gastheer voor het virus optreden zijn bekend en verschillende virusvarianten doen de ronde. Bovendien zijn gezondheidszorgsystemen in sommige regio’s ontoereikend, wat snelle detectie en bestrijding bemoeilijkt.
One Health
Er is duidelijk nood aan meer onderzoek in een “One-Health”-verband naar de links tussen klimaat, milieu, dierpopulaties en infectieziekten. Een beter begrip van deze wisselwerkingen is essentieel om toekomstige uitbraken te voorspellen en te voorkomen.
