Uitwerking stratosfeer op de winter
Een stevige winter zonder SSW, las ik onlangs op internet. Wat de auteur opviel was dat het flink koud was deze winter in Scandinavië en ook in Oost-Europa, en daarin had hij gelijk. Onjuist was zijn constatering dat er geen SSW aan vooraf was gegaan. Weliswaar drie dagen voor de officiële start ervan, maar de effecten reikten ver over 1 december – onze menselijke grens voor de winter – heen. Hier een uitleg van de uitwerking van de stratosfeer op de winter. Daarna een voorzichtige blik in de toekomst.
- Volg NoodweerBenelux op X en Facebook
- Blijf up-to-date met livestreams en weervideo’s op Facebook
Winterbalans
Hoewel de winter op menigeen slapjes zal zijn overgekomen, met grote contrasten tussen zuidwest en noordoost, heeft deze tot nu toe aanmerkelijk meer kou en sneeuw gebracht dan zijn recente voorgangers. Een goed beeld hiervan geven de koudegetallen van Duitsland tot nu toe, vergeleken bij die van de vorige winter.
Nu al heeft deze winter die van vorig jaar ruimschoots overtroffen, gemiddeld 87 tegen 52 vorig jaar. Vooral de verschillen in Noord-Duitsland zijn groot. Daar buiten de bergebieden op grote schaal honderd tot 150 koudepunten. In Oost-Friesland, vlak over de grens, zijn het er circa vijftig.
- School jezelf bij met dit leuke weerboekje!

Sneeuwbalans
De verschillen zijn nog groter wanneer we kijken naar de sneeuwdekdagen. Sneeuwarmoede is een typisch kenmerk van de recente verzachting van het klimaat – zo telde de winter van 2020 in Duitsland gemiddeld slechts vier sneeuwdekdagen. Deze winter echter weet zich daar uitstekend aan te onttrekken.
Het gemiddelde van 23 dagen (tot nu toe!) overtreft nu al ruim de negen van vorig jaar (hele winter!). 2024 had er vijftien, 2023 veertien, 2022 elf. De laatste twee waren vooral in het noorden bijzonder sneeuwarm. 2021 met eveneens een SSW telde gemiddeld 28 sneeuwdekdagen in Duitsland. Dat aantal lijken we gezien de weersverwachtingen dit jaar opnieuw te gaan halen.

SSW’s en winterweer
Kijken we naar de laatste tien winters, dan gaven alleen die van 2017, 2018 en 2021 serieus winterweer. Niet toevallig hadden zowel 2018 als 2021 een SSW. Eerstgenoemde net niet, maar gemiddeld genomen was ook toen de stratosferische poolwervel gemiddeld zwakker dan normaal. 2024 bij grote uitzondering had juist wel een SSW, maar dan weer geen winterweer van betekenis.
Op de SSW van 2019 volgde wel winterweer, maar zeer gematigd. Van het blok koudere winters van 2009-2013 hadden drie een SSW en 2012 net niet. Alleen de winter van 2011 gedroeg zich anders, maar de kou van december 2010 wist zich in de rest van de winter niet meer te herhalen.

SSW aan het begin van de winter 25-26
Zoals we eerder zagen beleefden we op 28 november een SSW. Een record vroege, in het vervolg van de winter bleef de stratosferische poolwervel zwak, vergeleken met normaal. Alleen in januari beleefde deze nog een paar kortstondige oplevingen, ook de rest van deze winter belooft de polar night jet zwakker te zijn dan normaal. Alleen de eventuele tweede SSW, waarvan eerder sprake was, is niet gekomen. Zie in onderstaande grafiek ook het gigantische verschil met de winter van vorig jaar.

Wat doet de stratosfeer echt?
De cruciale vraag dient zich nu aan: kunnen we laten zien dat de stratosfeer deze winter van invloed was op het winterweer op het noordelijke halfrond? Om dat te checken is het handig om de geopotentiaal (lees: luchtdruk) op de verschillende drukniveaus tussen de lage stratosfeer en de hoge troposfeer onder de loep te nemen.
In het vierluik hieronder is de geopotentiaal voor de stratosfeer gezet boven die van de troposfeer. Het 200 hPa drukvlak is globaal de grens tussen beide, boven het noordpoolgebied. Getekend is het gemiddelde van 1 december vorig jaar tot en met 9 februari dit jaar.
Onmiskenbaar is de connectie tussen het hoogste drukvlak en het laagste. De twee stratosferische hogedrukkernen in het noordpoolgebied en de dipool van lagedruk op de Atlantische Oceaan zijn precies de dominante troposferische weersystemen van deze winter.

Het verticale profiel
Deze configuratie kan ook inzichtelijk gemaakt worden met een profiel van de anomalie van de geopotentiaal van het noordpoolgebied. In de tijdlijn zien we duidelijk de bron van de positieve anomalieën: de SSW eind november vorig jaar. Pulserend verplaatst de downwelling zich naar de lagere niveaus van de atmosfeer, om aan het einde van januari zijn maximale doorwerking te krijgen. Rond die tijd was de Noordpool maximaal geblokkeerd. Daarna keerde de westcirculatie terug.

Komende evolutie van de stratosfeer
Zoals hierboven geconstateerd is de eventuele tweede SSW niet gekomen. Wel een minor warming, die gestalte krijgt door de verplaatsing van de verzwakte stratosferische poolwervel naar Noord-Scandinavië. Je kunt daaruit afleiden dat het weer met kortere of langere vertraging onder invloed zal komen van noordwestelijke stromingen. In de tweede helft van februari maar zeker ook in het begin van de lente.
- Geïnteresseerd in het klimaat? Dan is deze literatuur iets voor jou!

Stratosferische pluim
Dat lijkt bevestigd te worden in de pluim. De stratosferische zonale wind blijft langdurig beneden normaal, ruime kansen zelfs op een vroegtijdige final warming. Hier wordt het beeld van deze hele winter al bevestigd: de stratosferische poolwervel is lang niet zo sterk als in eerdere jaren. Hoe zwakker de poolwervel, des te gemakkelijker kan de polaire lucht hieruit naar het zuiden uitstromen.

Lenteverwachting
Lange periodes van stabiel hogedrukweer, zoals eerder gesuggereerd door de modellen, lijken we dan ook niet te gaan krijgen deze lente. Dat zien we bevestigd worden in de seizoensmodellen. Het ECMWF berekent een dominant Groenlandhoog met een lange onstabiele zuidweststroming over onze omgeving.
Het UKMO (glosea5) toont een koudeput boven West-Europa. ECMWF heeft wat mij betreft een hogere waarschijnlijkheid, gezien de stratosferische ontwikkelingen maar ook vanwege zijn zeer geslaagde winterverwachting. Een herhaling van een schitterende lente als die van vorig jaar zit in ieder geval zeker niet in het vat.


