0

De winterperiode brengt niet alleen schilderachtige sneeuwlandschappen met zich mee, maar ook het fenomeen van ijzel, een meteorologisch verschijnsel dat zowel betoverend als uitdagend is. Laten we dieper ingaan op wat ijzel is, hoe het ontstaat en welke impact het kan hebben op mens en omgeving.

Soorten wintergladheid

Voordat we echt duiken in de wereld van ijzel, gaan we eerst even langs de verschillende soorten wintergladheid die we kennen.

Er zijn 3 soorten gladheid:

  • Bevriezing van natte weggedeelten
  • Condensatiegladheid (rijpvorming)
  • Gladheid door neerslag (sneeuw en ijzel)

Bevriezing van natte weggedeelten ontstaat meestal bij opklaringen na een dag met neerslag. Als er weinig wind staat, kan de temperatuur van zowel de weg als de lucht zeer snel dalen. De weg heeft te weinig tijd gehad om volledig op te drogen. Zakt de temperatuur van het wegdek vervolgens onder het vriespunt, dan treedt gladheid op doordat de nog natte weggedeelten bevriezen.

Bij condensatiegladheid speelt ook de dauwpuntstemperatuur een grote rol. De naam zegt het al, deze vorm van gladheid ontstaat wanneer condensatie optreedt. De weg kan condenseren als de dauwpuntstemperatuur hoger is dan de temperatuur van het wegdek. Hierdoor beweegt vocht van de lucht naar het wegdek, waardoor de weg vochtig wordt. Zakt de temperatuur van het wegdek onder 0, dan ontstaat condensatiegladheid. Als dit proces plaatsvindt wanneer de temperatuur van het wegdek al onder het vriespunt is, dan noemen we dit rijpvorming. De weg slaat dan wit uit.

De laatste vorm van wintergladheid is gladheid door neerslag. Gladheid door sneeuw spreekt redelijk voor zich. Gladheidsbestrijders trekken erop uit om te strooien voordat de sneeuw begint te vallen, het zout zorgt ervoor dat de sneeuw wegsmelt. Bij ijzel werkt dit helaas niet en hierdoor is het meteen ook de gevaarlijkste gladheidssoort. Hoe dit komt, lees je hieronder.

Wil je meer weten over de verschillende soorten wintergladheid, lees dan dit artikel.

Wat is ijzel?

IJzel is (onderkoelde) regen die bevriest zodra deze in contact komt met oppervlakken waarvan de temperatuur onder vriespunt (<0°C) ligt. IJzel vormt zich meestal aan het eind van een vorstperiode. De dooi begint meestal op enige honderden meters hoogte in de atmosfeer, waar dan warmere lucht binnenkomt. De koudere lucht dichter bij het aardoppervlak, ook wel de ‘plaklaag’ genoemd, heeft door de lagere temperatuur een groter gewicht dan de zachtere lucht. Daardoor blijft vorst langer aanwezig aan het aardoppervlak.

De neerslag valt eerst nog als sneeuw, maar komt dus op enkele honderden meters een warmere luchtlaag tegen, met temperaturen boven nul. Hierdoor smelt de sneeuw en wordt het regen. Op een sounding of progtemp zien we dit als de ‘warme neus’ of de ‘positieve neus’.

De waterdruppeltjes vallen verder naar beneden en komen in de onderste luchtlaag terecht, waar de temperatuur weer onder het vriespunt ligt. Deze laag is echter niet dik genoeg om de waterdruppels helemaal te laten bevriezen. Er ontstaat onderkoelde regen of onderkoelde motregen.

Zodra het op de grond of op voorwerpen valt, bevriest het direct. Het resultaat is een dunne, doorschijnende laag ijs die zich vormt op wegen, bomen, draden en andere structuren. In het Engels noemen we ijzel ‘black ice’, vanwege de doorschijnende laag. Het is niet altijd goed zichtbaar voor weggebruikers en daardoor extra gevaarlijk.

Als de onderste laag met vriestemperaturen wel dik genoeg is om de waterdruppels volledig te laten bevriezen, dan noemen we de neerslag ijsregen. IJsregen valt meestal als kleine knikkertjes, maar kan ook vastvriezen.

Voorbeeld van een pogtemp met een warme neus van 17 januari 2024 in Luxemburg (Meteociel)

Sociale ijzel

Bovenstaande vorm van ijzel noemen we ook wel meteorologische ijzel, deze volgt het stappenplan zoals hierboven beschreven. In de meteorologie onderscheiden we echter nog een tweede type ijzel. Dit noemen we ‘sociale ijzel’. Bij sociale ijzel valt er regen, dus geen onderkoelde regen, op een bevroren ondergrond.

De regen bevriest waardoor spekgladde wegen ontstaan. Het effect is dus hetzelfde, maar het mechanisme is duidelijk anders. Toch noemen meteorologen dit naar het publiek toe ijzel, omdat ijzel een duidelijke associatie en alarmerende werking heeft en het publiek anders mogelijk verward kan raken.

Gladheidsbestrijding bij ijzel

Hoewel het winterse landschap er bij ijzel uit kan zien als een betoverend sprookje, brengt het ook aanzienlijke uitdagingen met zich mee. Straten en trottoirs worden spekglad, wat het risico op uitglijden en valpartijen verhoogt. Automobilisten moeten rekening houden met verminderde grip en langere remafstanden, wat leidt tot veel files en een verhoogd risico op ongevallen.

Naast de menselijke mobiliteit kan ijzel ook significante schade aan de infrastructuur veroorzaken. De ophoping van ijs op elektriciteitskabels en boomtakken kan leiden tot breuken en uitval. Deze extra belasting kan resulteren in stroomstoringen en schade aan bomen en gebouwen.

Zoals eerder gezegd, is ijzel de lastigste gladheidssoort om te bestrijden. Net als met sneeuw zullen gladheidsbestrijders preventief strooien met zout. De ijzellaag vormt zich echter gewoon bovenop het preventief gestrooide zout. De ijzellaag smelt wel heel langzaam weg van onderaf, maar de enorme gladheid is een feit.

Op het moment dat ijzel op de weg aanwezig is, wordt gestrooid met extra nat zout, wat sneller met de laag ijzel moet mengen. Wanneer de bovenkant van de laag ijzel door de menging zachter wordt, kan het zout mengen met de ijzel. Het verkeer zorgt ervoor dat het zout echt gaat mengen met de ijzel. Daar ligt ook meteen een ander probleem.

Bij een ijzelsituatie waarschuwen weerinstanties meteen met code oranje of code rood. Dit omdat de extreme gladheid ook al direct optreedt bij een lichte intensiteit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld sneeuwval. Hierdoor is meestal minder verkeer op de weg, waardoor het zout minder goed ingereden wordt.

Voorbeelden van ijzelsituaties

In de Benelux is de meest in het oog springende ijzelsituatie die van 1987. In het noorden van de Benelux (de provincies Friesland, Groningen en Drenthe) viel op 2 maart binnen een dag 25 tot 35 millimeter ijzel. Dat is dus een ijslaag van 3.5 centimeter! Wegen waren volledig onbegaanbaar en ook takken van bomen konden het gewicht van de ijzellaag niet aan en braken af. Verschillende hoogspanningskabels begaven het waardoor veel huishoudens in de regio met stroomstoringen kampten.

Niet alleen mensen werden getroffen, ook in de dierenwereld speelden voltrok zich een ontzettend drama. Dieren werden door de ijzel overvallen in hun slaap, veranderden in ijsklompen en vroren dood. Ook nadien vonden veel dieren de dood doordat de dikke laag ijzel het voedsel langere tijd onbereikbaar voor ze maakte.

Als we naar een iets recentere gebeurtenis kijken, komen we uit in januari 2016. Ook toen werd het noorden van de Benelux getroffen door zware ijzel. 600 mensen raakten gewond (voornamelijk met botbreuken), het verkeer lag plat en veel kinderen kregen ijsvrij.

Helemaal recent is de situatie op 17 januari 2024. Lagedrukgebied Irene bracht een scherpe grens van twee luchtmassa’s (luchtmassagrens of LMG). Koude lucht bevond zich ten noorden van het lagedrukgebied, met warmere lucht ten zuiden van Irene. In de overgangszone kwam het tot zware ijzel. Het gebied met ijzel was bijzonder uitgestrekt. Het strekte zich namelijk van Noord-Frankrijk, via België en Luxemburg, helemaal naar het oosten tot in Hongarije. Dat is meer dan 1000 kilometer!

Delen


Verder lezen

Alles bekijken