ANALYSE: Hoe kon het in Lelystad de afgelopen tijd zo warm worden?

Normaal gesproken zijn Noord-Brabant en Limburg in het voorjaar de warmste gebieden van Nederland. Dit jaar zijn de hoogste maximumtemperaturen echter op een andere plek gemeten. Zo was het KNMI-station Lelystad de afgelopen tijd regelmatig de warmste plek van Nederland. Hoe kon dit zo gebeuren?

Beschrijving Lelystad en provincie Flevoland

Lelystad is de hoofdstad van de Nederlandse provincie Flevoland. Dit is een vrijwel volledig kunstmatig aangelegde provincie in Noord-Nederland, die als droogmakerij ontstaan is in de voormalige Zuiderzee (tegenwoordig: IJsselmeer en Markermeer). Flevoland bestaat uit twee delen: de Noordoostpolder (noordelijke deel) en de Flevopolder (zuidelijke deel). De Noordoostpolder is reeds in 1942 geopend, de Flevopolder opende pas in 1986.

Bij het droogmaken werden (ring)dijken om het toekomstige land aangelegd, van waaruit het binnendijkse gebied werd leeggepompt. Wat overbleef was de zeeklei die zich op de bodem van de Zuiderzee bevond. Vandaar dat zeeklei de meest voorkomende bodemsoort van Flevoland is.

Akkerbouw

Kleigrond is een uitermate vruchtbare bodemsoort. Daardoor is deze zeer geschikt voor akkerbouw. Gewassen, fruit en bloembollen gedijen dan ook goed op de Flevolandse bodem. Het landschap is sterk verkaveld, waarbij op veel kavels akkerbouw plaatsvindt. Dit geldt zowel voor de zuidelijke Flevopolder als de noordelijke Noordoostpolder.

bloembollen noordoostpolder

Op de vruchtbare kleigrond in Flevoland worden in het late voorjaar vooral bloembollen geteeld. Het levert een bonte verzameling aan kleuren op.

Kale kleigrond

In de lente staan zijn veel akkers in de Flevopolder nog kaal: er worden (op bloembollen na) nog geen gewassen op verbouwd. Daardoor staat de kleigrond nu direct in contact met de atmosfeer waardoor de grond snel kan opwarmen en uitdrogen. Later in het zomerhalfjaar zijn de akkers geheel begroeid en zal dit effect minder zijn (de gewassen vormen dan immers een soort ‘dekentje’).

Kleigrond weerkaatst veel licht waardoor ze van nature snel opwarmt. Zeker wanneer de bodem ook nog eens droog is. De afgelopen periode was zeer droog, zonnig en warm. Zodoende heeft de Flevolandse klei flink kunnen uitdrogen. Door de vele zonnige dagen en april en mei is de zonne-instraling op de kale klei bovendien maximaal geweest. Dit vormde de ideale basis voor sterke opwarming op veel dagen.

Zuidoostenwind

Maar het verhaal is nog niet helemaal klaar. Ook al verloopt een lente droog en zonnig, dan hoeft dit nog niet direct tot sterke opwarming te leiden. De windrichting is misschien nog wel het allerbelangrijkste. Bij een wind uit westelijke richtingen hebben het koude Markermeer en IJsselmeer grote invloed op de temperatuur in Flevoland. Zelfs als de voorgeschiedenis zeer droog is, blijft het kwik er dan enkele graden achter bij de zuidoostelijke delen van Nederland. Maar indien de wind uit het zuidoosten komt kan het juist sterk opwarmen. De invloed van het koude water valt dan geheel weg, zeker omdat het Veluwemeer (aan de zuidoostkant van de polder) zeer klein van omvang is en daardoor nauwelijks een temperende invloed heeft op de temperatuur.

Bovendien ligt Lelystad in het westen van de Flevopolder. De meeste akkers liggen ten oosten en zuiden van de provinciehoofdstad. Als de wind uit het zuidoosten komt, betekent dit dat de lucht dus een lang traject aflegt over de kale klei-akkers. Ook dit zorgt voor extra opwarming.

Dagrecords

Zowel op 19 april, 22 april als 6 mei jongstleden was Lelystad Airport het warmste KNMI-station van Nederland. Op donderdag 19 april werd het er 29,6°C, op zondag 22 april 27,9°C en op zondag 6 mei 27,2°C. De eerstgenoemde twee waarden zijn goed voor datumrecords, de laatstgenoemde vormt een derde plek van meest hoge maximumtemperaturen op 6 mei. Kortom, de temperaturen die Lelystad de afgelopen weken heeft behaald waren van een uitzonderlijk kaliber.

maximum nl 22 april

(KNMI)

maximum nl 6 mei

(KNMI)

Conclusie

De combinatie van kale kleigrond, een zeer droge en zonnige voorgeschiedenis en het frequent optreden van zuidoostenwinden op warme dagen heeft ertoe geleid dat er in de Flevopolder (en dan met name in de hoofdstad Lelystad) extreme temperaturen zijn gemeten.

De kans op herhaling van dergelijke temperaturen is nog steeds erg klein, maar wordt wel geleidelijk steeds groter. Door de opwarming van de aarde zijn er in de toekomst steeds meer langdurig warme perioden mogelijk. Net als het feit dat droogte de komende eeuw naar waarschijnlijkheid vaker zal optreden, waardoor extra opwarming van het aardoppervlak mogelijk is. April is bovendien de maand waarin de temperatuurstijging het hardst verloopt. Daarom valt het niet uit te sluiten dat we gedurende de 21ste eeuw vaker met dit soort warmterecords te maken krijgen. Is het niet in Lelystad, dan wel ergens anders in de Benelux.


Lees ook eens: