2 februari 2024 - 6 min. lezen
4 reacties 4

Het is misschien moeilijk te geloven, zeker in de winter, dat het weer in onze landen in belangrijke mate gevormd wordt door de weersontwikkelingen langs de evenaar. Algemeen bekend is de El Niño met zijn tegenhanger de La Niña, minder bekend maar niet minder belangrijk is de Madden Julian Oscillation (MJO). Na een algemene uitleg van dit weerfenomeen nemen we de lezer mee naar de praktijk van deze winter, de impact van de MJO begin december en half januari, maar ook nu.

Madden Julian Oscillation

Vanwege de enorme zonnestraling kent het gebied rond de evenaar veel neerslag uit convectieve bewolking en een hoge onweersactiviteit. Deze onstabiliteit is echter niet gelijkmatig over het gebied verdeeld, maar bestaat uit een clustering van onweerscellen die zich tegen de overheersende luchtstroming in langzaam naar het oosten verplaatst.

Het complex komt na circa dertig tot veertig dagen weer op herhaling, er is dus sprake van een cyclus. Deze cirkelgang, een ‘oscillation’, wordt naar hun ontdekkers de Madden Julian Oscillation (MJO), genoemd. Een illustratie geven we in de onderstaande afbeelding.

De uitgaande langgolvige straling (OLR) van het gebied rond de evenaar van eind december tot 27 januari jl. In de eerste periode grote activiteit boven het ‘Oceanic Continent’ (Indonesië), daarna verzwakkend met nieuwe kernen met name boven de Westelijke Pacific en de Atlantische Oceaan (NOAA).

Circle Of Death en RMM

Om dit fenomeen in beeld te krijgen is het gebied rond de evenaar in acht segmenten ingedeeld (zie plaatje 2). Het onderste deel beslaat de Indische Oceaan, rechts het ‘Maritieme Continent’ – dat is het zeegebied rond Indonesië, boven de westelijke Pacific en links de oostelijke Pacific en de tropische Atlantische Oceaan. 

De cirkel in het midden van het diagram wordt de Circle of Death genoemd, bij geringe onstabiliteit bevindt de MJO zich in dat gebied en speelt zij geen grote rol. De schaal die dat bepaalt, de zogenoemde RMM, bestaat uit een combinatie van de uitgaande langgolvige straling en de zonale winden op 200 en 850 hPa. Het plaatje van het begin van de winter toont de cirkelgang, met de MJO eind november in fase 2, begin december 3-4.

De fases van de Madden Julian Oscillation (MJO) van half november (paars) tot 17 december (rood). Tegen de wijzers van de klok mee beweegt de MJO zich vanuit het centrum (Circle Of Death) via fases 8 en 1 naar 4-5 om weer in de COD te eindigen (NOAA).

Blokkades of een westcirculatie

Dan nu de relevantie voor ons weer. Fases 6-8 bevorderen noordelijke blokkades, fases 2-5 daarentegen versterken de westcirculatie, met  nuances afhankelijk van het seizoen en de status van de ENSO. Belangrijke kanttekening: bij de uitwerking treedt een vertraging van een tot twee weken op. Het duurt namelijk enige tijd eer het signaal van de hoge troposfeer, daar waar de beïnvloeding vanaf de evenaar begint, neer is gedaald tot op zeeniveau.

Zo zagen we begin december 2023 een uitgesproken winterse setting met hogedruk bij IJsland terwijl de MJO zich in fase 2-4 bewoog; de respons kwam pas in het tweede decade van december toen het roer helemaal om ging met een strakke westcirculatie en enorm veel regen.

De MJO in januari

Iets vergelijkbaars gebeurde half januari (zie plaatje 2) Na de eerste week stelde zich een textbook blokkade in, opnieuw in de regio IJsland-Noorwegen; terwijl dit zich ontwikkelde was vanuit de tropen het degeneratieproces echter al in gang gezet: de bijl lag al aan de wortel van de boom.

Tegen het weekend van 12/13 januari kwam de dooi en na een herstart met de nodige sneeuw was het definitief over en uit. Weer een uitzichtloze westcirculatie, net als veertig dagen eerder; geen toeval: precies de duur van de cyclus van de MJO.

Vanaf de COD beweegt de MJO in een nieuwe rondgang opnieuw naar het ‘Maritime Continent’. Een grote amplitude in fase 2 en een lus in fase 3 markeren de kracht van de zonaliserende fases, met ook nog eens de sterke fases 4-5. (NOAA)

Wat leert ons dit voor de (nabije) toekomst?

We hebben begin februari nog steeds te maken met een dominante westcirculatie. Kijkend echter naar de lange termijn projectie van de MJO zien we dat deze zich in de voor de ontwikkeling van blokkades gunstige fase 7 bevindt.

Met in ons achterhoofd de vertraging van 1-2 weken die voor de doorwerking van de MJO staat, mag er opnieuw een verzwakking van de westcirculatie verwacht worden. Niet onbelangrijke voetnoot: de amplitude van de MJO schuurt tegen de Circle of Death aan, compenserend effect is dat de MJO een lus doorloopt waardoor deze belangrijk langer in de blokkerende fases zal vertoeven.

Zoals het er nu naar uitziet zullen aan het einde, over pakweg drie weken, bovendien de zonaliserende fases slechts in zwakke vorm doorlopen worden, in de Circle Of Death. Komt er opnieuw een blokkade tot stand dan hoeft vanuit de tropen geen grote aantasting verwacht te worden.

De huidige staat van de MJO inclusief de vooruitzichten voor de komende drie weken. Na een lang traject met significante amplitude door fases 6 en 7 maakt de MJO de komende tien dagen een lus met geringere amplitude, later eindigend in de Circle Of Death (EC46)

Nog een stratosferische noot

Hoe staat het ondertussen met de stratosfeer boven de Noordpool? Na de reflectieve SSW van half januari heeft de herstelde SPV zich naar Noord-Rusland verplaatst. Met aan de westflank een noord- tot noordwestelijke stroming begunstigt dit koude, polaire stromingen boven Europa.

In de Noord-Atlantische regio zien we dan ook, na de terugslag van een hernieuwde westcirculatie, vanuit de stratosfeer alsnog hogedrukimpulsen richting de troposfeer, geheel in lijn met een gewone downwelling na een stratosferische opwarming.

In de tweede week van februari zou dit zijn beslag moeten krijgen door middel van hogedrukimpulsen boven Groenland en een overgang naar een regime met een zuidelijke straalstroom (negatieve NAO), een Atlantische rug, een blokkade boven Europa. De winter krijgt goed mogelijk dus een tweede (derde) adem.

De anomalie van de geopotentiaal boven het Noordpoolgebied (boven 60 NB) in de Noord-Atlantische regio. Gestreepte pijl stelt de downwelling van een eerdere opwarming voor resulterend in het winterweer half januari. De tweede pijl de downwelling na de officiële SSW van 17 januari (Judah Cohen).

Paul Verheij

Door Paul Verheij

Na een klein jaar op de klimatologische Dienst van het KNMI gewerkt te hebben, heb ik fysische geografie gestudeerd, bijvak meteorologie. Sinds 1977 ben ik met een onderbreking actief voor de Vereniging voor Weer en Klimaat, ik schrijf voor hun blad Weerspiegel regelmatig artikelen over weerhistorie of de stratosfeer. Met Sebastiaan Cobelens ben ik medeorganisator van de Wintermeeting.


Verder lezen

Alles bekijken