19 januari 2022 - 12 min. lezen
0 reacties 0

Sneeuw…de winterliefhebbers onder ons zien het maar al te graag komen. Het is dan ook alle hens aan dek als er sneeuwkaarten opduiken op ons discussieforum! Toch komen echte sneeuwsituaties in de Lage Landen de jongste jaren niet zo vaak voor en hebben we regelmatig te maken met randgevallen, waarbij de weerkaarten er vaak veelbelovend uitzien, maar we uiteindelijk met smeltende sneeuw of doodgewone regen te maken krijgen. Om sneeuw te krijgen moeten alle puzzelstukjes juist in elkaar vallen en dat maakt dan ook dat sneeuw niet makkelijk te voorspellen valt!

Vandaag de dag beschikken we over veel (kant-en-klare) weerkaarten die via algoritmes het onderscheid kunnen maken tussen regen en winterse neerslag. Toch komt er bij het voorspellen van sneeuw meer kijken dan alleen het bekijken van een simpele weerkaart. Binnen de meteorologie zijn er dan ook handige tools voorhanden om een meer genuanceerde sneeuwverwachting op te maken en met een kritische blik weerkaarten te analyseren. Na het lezen van deze blog heb je al weer heel wat bagage om met meer vertrouwen een sneeuwsituatie te kunnen voorspellen.

Deelnemen aan discussie? Ben je ge├»nteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s opladen.

In een eerder uitgebreid artikel legden we al uit welke factoren van belang kunnen zijn om een sneeuwsituatie te voorspellen. Daarin haalden we het belang aan van enkele belangrijke factoren:

  • Hoogteligging
  • Temperaturen en luchtvochtigheid aan de grond
  • Temperaturen en luchtvochtigheid in de bovenlucht
  • De intensiteit van de neerslag en het proces van isothermie

Hoogte en nulgradengrens

De nulgradengrens is een belangrijke factor voor sneeuw. Vanaf deze temperatuur begint het te vriezen en eronder treedt smelt op. In gevallen waarbij de nulgradengrens niet aan de grond ligt, maar op enkele honderden meters hoog, speelt hoogteligging dus een belangrijke rol. In het laagland kan neerslag die als sneeuw valt in zo’n situatie smelten voor deze de grond bereikt, terwijl het in de Ardennen w├ęl kan sneeuwen, aangezien de nulgradengrens daar dan dichter bij de grond ligt, gezien de hoogteligging. Door dit principe sneeuwt het veel vaker in de Ardennen dan in het laagland.

Temperaturen en vochtigheid

Natteboltemperaturen

Ook de temperaturen spelen een rol, zowel aan de grond als in de hogere luchtlagen. Als aan de grond de temperaturen ver boven nul liggen is de kans dat de sneeuw blijft liggen veel kleiner. Ook het type bodem speelt daarin een rol. Toch zijn er gevallen waarbij het tot sneeuw kan komen, zelfs bij positieve temperaturen, daar komen we later nog op terug.

Ook de vochtigheid van de lucht speelt een rol. Hoe vochtiger de lucht, hoe makkelijker een sneeuwvlok zal smelten. Hoe droger de lucht, hoe langer een sneeuwvlok kan overleven voor deze smelt. Interessante indicatoren hiervoor zijn het dauwpunt (temperatuur die ontstaat door afkoeling bij eenzelfde vochtigheidsgraad) en de natteboltemperatuur (temperatuur die ontstaat door afkoeling door verdamping, waarbij de luchtvochtigheid toeneemt). Bij een lagere natteboltemperatuur (zeker als deze onder nul graden ligt) is de kans op droge sneeuw veel groter, dan bij hogere natteboltemperaturen. Zo is het zelfs mogelijk dat er (droge) sneeuw valt bij sterk positieve temperaturen als de lucht maar droog genoeg is en de luchtvochtigheid laag genoeg ligt!

Temperaturen op hoogte

Om (droge) sneeuw te hebben is het belangrijk dat de temperatuur onder nul graden ligt, ook op grotere hoogte en dat er tussen de grond en de hogere luchtlagen geen significante laag voorkomt met positieve temperaturen. Als de vallende neerslag een laag tegenkomt waarbij de temperatuur boven nul ligt (we noemen dat ook wel een “positieve neus”), en als deze laag dikker is dan zo’n 400 meter, dan smelt de sneeuw geheel en dan valt deze naar beneden als regen. Dat is een belangrijke vuistregel om te onthouden. Als deze regen valt op een bevroren ondergrond spreken we van ijzel. Belangrijk is wel dat deze warmere luchtlaag laag genoeg bij de grond voorkomt. Als er tussen de warme laag en de grond opnieuw een laag voorkomt met vriestemperaturen en die is voldoende dik, kan het zijn dat de regen (gesmolten sneeuw) daar terug bevriest en dat er ijsregen naar beneden valt. Deze factoren kunnen we allemaal makkelijk waarnemen op een doorsnede doorheen de atmosfeer (prognostische sounding).

Voorbeeld van een “positieve neus” waarbij de sneeuw smelt en als regen naar beneden valt.

Isothermie

Ook de neerslagintensiteit speelt een zeer belangrijke rol. Bij intense neerslag koelt de luchtkolom af door 2 processen: verdampende neerslag en smeltende neerslag. Beide processen onttrekken warmte aan de omgeving en kunnen de luchtkolom zodanig afkoelen dat neerslag die als regen valt stilaan meer en meer als sneeuw zal vallen, waarbij de nulgradengrens steeds verder naar het oppervlak daalt. Als deze het oppervlak bereikt kan het zijn dat er eerst regen valt, daarna smeltende sneeuw en uiteindelijk zelfs sneeuwaccumulatie! Dit proces “isothermie” verwijst naar het principe waarbij de luchttemperatuur door de vallende neerslag stilaan “isotherm” wordt en de temperatuur over een grote diepte rond 0┬░C schommelt.

Handige tips om de sneeuwverwachting meer te nuanceren

Naast de hierboven vermelde tips zijn er nog heel wat andere parameters waar we naar kunnen kijken om onze sneeuwverwachting meer kracht bij te stellen. Hieronder geven we enkele handige tricks die kunnen gebruikt worden om de weerkaarten met meer nuance en expertise te kunnen benaderen. We maken daarbij een onderscheid tussen een situatie met een front (stratiforme neerslag) en een onstabiele (convectieve) situatie met buien en koude bovenluchten.

Sneeuwsituatie met een front

De temperaturen tussen 1000 en 500 hPa

Een eerste parameter waar we naar kunnen kijken is de luchtmassa waarin we vertoeven en de temperaturen van de luchtkolom tussen de grond en 5.5 km hoogte. Dat kunnen we doen door naar de dikte te kijken van de laag tussen de grond (ca. 1000 hPa) en zo’n 5.5 km hoogte (ca. 500 hPa). Deze dikte is gerelateerd aan de gemiddelde temperatuur van deze luchtlaag. Hoe dikker deze laag, hoe zachter de lucht (en hoe minder kans op (droge) sneeuw), hoe dunner de laag, hoe kouder (en hoe groter de kans op (droge) sneeuw).

Er kan daarbij ook een onderscheid gemaakt worden tussen het laagland en de Ardennen (boven ca. 500m). O.w.v. de hoogteligging zal er bij een lagere dikte al sneller sneeuw voorkomen in de Ardennen i.v.m. het laagland. Bij een dikte kleiner dan 522 dam valt er overal sneeuw, bij een dikte groter dan 540 dam valt er overal regen. Daartussen zijn verschillende neerslagvormen mogelijk i.f.v. de hoogteligging. Let op! Deze parameters dien je altijd te bekijken i.f.v. de temperatuur in de tussenliggende lagen. Als er tussenin ergens een laag zou voorkomen met positieve temperaturen die dik genoeg is, is er ook kans op ijzel of ijsregen. Dat mag je dus niet zomaar uit het oog verliezen!

Type neerslag i.f.v. de dikte van de laag tussen 500 en 1000 hPa.

We kunnen bovenstaande info ook combineren met de temperaturen op 2 meter hoogte om in te schatten hoe groot de kans op sneeuw die kan blijven liggen. Uiteraard, als het vriest is de kans op sneeuw heel groot als de luchtlagen erboven ook koud genoeg zijn. Naarmate de temperaturen aan de grond toenemen, neemt de kans op sneeuw (die blijft liggen) verder af, maar dat is sterk afhankelijk van de luchtsoort en de dikte van de 500-1000hPa laag. Ook hier moeten we er steeds op letten dat we ook de soundings niet uit het oog verliezen om erop toe te zien dat er in de lagen tussenin geen significante lagen voorkomen met positieve temperaturen!

De kans op sneeuw i.f.v. de temperaturen aan de grond en de laag tussen 500 en 1000 hPa.
De vereisten voor isothermie

Hierboven legden we al uit hoe isothermie kan leiden tot sneeuwval. Ook hier zijn er een aantal randvoorwaarden die kunnen helpen bij een goede voorspelling. De duur van de neerslag (bij een frontale situatie met stratiforme neerslag) speelt een cruciale rol. De neerslag kan pas transformeren van regen naar sneeuw door isothermie als de duur lang genoeg is. Hoe langer de neerslag intens kan vallen, hoe dieper de isotherme laag wordt, en hoe groter de kans dat de regen uiteindelijk kan transformeren naar (droge) sneeuw.

Er is nog een bijkomende factor: en dat is de potenti├źle natteboltemperatuur. Als deze aan de grond hoger is dan 2.5┬░C (bij frontale regen) of hoger ligt dan 3.5┬░C (buien), dan is het niet aannemelijk dat de temperatuur aan de grond naar 0┬░C zal zakken.

Isothermie i.f.v. de neerslagduur.
Voorbeeldcase 7 januari 2022

Op 7 januari van dit jaar deed zich een interessante situatie voor. Een front met neerslag trok toen over de Benelux. Er werd toen sterk gespeculeerd over de neerslagsoort en kansen op sneeuw in Vlaanderen. Op basis van de weerkaartjes waren er immers een aantal modellen die voor (smeltende) sneeuw kozen, ook in Vlaanderen. Anderen kozen voor regen en enkel sneeuw in de Ardennen. Uiteindelijk bleek het laatste waar en viel er in Vlaanderen doodgewone regen en sneeuw in de Ardennen, zelfs enkel boven de 500 meter. Als we de situatie wat dieper analyseren aan de hand van het bovenstaande konden we dat ook inschatten.

De dikte van de 500-1000 hPa laag lag rond zo’n 534 dam en de temperaturen in Vlaanderen lagen overal boven het vriespunt en in de Ardennen rond het vriespunt. In de tabellen vinden we terug dat er in dit geval voor de Ardennen een grote kans is op smeltende sneeuw of sneeuw en dat het in Vlaanderen vooral regen is met een zeer kleine kans op smeltende sneeuw (<10%). Dat kwam dus mooi overeen met de werkelijkheid. Waarom waren er dan modellen die ook in Vlaanderen sneeuw voorspelden? Wel, dat had alles te maken met de neerslagintensiteit. Sommige modellen simuleerden een hogere neerslagintensiteit, waardoor er isothermie kon optreden. AROME is daar een mooi voorbeeld van. Dat zagen we ook zeer mooi terug in de soundings! Uiteindelijk bleek de neerslagintensiteit te laag te liggen voor dit proces en bleef het dus bij regen… Icond2 en ECMWF hadden dat het best ingeschat. Vanuit de theorie kon je dus al aanvoelen dat isothermie het enige proces was dat smeltende sneeuw zou kunnen mogelijk maken, maar dat dit proces overschat werd. Dat is iets wat trouwens wel vaker gebeurt bij AROME.

Sneeuwsituatie met onstabiele lucht en buien

In een onstabiele situatie zonder fronten, maar met koude boven en buien kunnen we naar andere parameters kijken. Daar spelen de temperaturen van de bovenluchten, de neerslagintensiteit alsook de temperatuur aan de grond een belangrijke rol. De temperaturen op 850 hPa (rond ca. 1.5 km hoogte) kunnen daarin een goede leidraad geven om de kansen op sneeuw in te schatten i.f.v. de temperaturen aan de grond. Als het niet vriest zijn temperaturen van minstens -5.5 à 6°C nodig om het tot sneeuw te laten komen in het laagland. Bij temperaturen kouder dan deze waarden is sneeuw zeer waarschijnlijk. Ook hier speelt de hoogteligging weer een belangrijke rol en kan het sneller sneeuwen (ook bij hogere temperaturen op hoogte) naarmate de hoogteligging toeneemt.

Als de temperaturen op 850 hPa dalen onder deze waarden is de kans op sneeuw groot. De sneeuwkans is afhankelijk van de hoogteligging en de temperatuur aan de grond.

In de winter en in het voorjaar spreken we ook wel over winterse buien. Er kan daarbij regen, smeltende sneeuw of korrelhagel vallen. Voor sneeuw is het dus belangrijk dat de nulgradengrens laag genoeg ligt (zowel van temperatuur als natteboltemperatuur). Ook de intensiteit van de neerslag speelt een rol. Bij een hevige bui kan er immers ook isothermie optreden met een transformatie naar sneeuw. Ook de diepte van de onstabiliteit is een belangrijke factor. Hoe hoger de onstabiliteit en hoe dieper de convectie, hoe groter de kans wordt dat er naast regen ook (stof)hagel kan vallen. Dat gebeurt sneller als de bovenluchten kouder worden en te temperaturen van de buientoppen erg laag liggen (doorgaans minder dan -20┬░C). Het verschil tussen de temperatuur van het opstijgend luchtpakketje en het verval van de verzadigde adiabaat speelt daarin ook een belangrijke rol. Hoe groter dat is, hoe groter de kans op hagel wordt.

Voorbeeldcase 20 januari 2022

De (aankomende) weersituatie van 20 januari 2022 is een interessante om te analyseren. De Benelux vertoeft dan in een onstabiele luchtmassa met van aanvoer polaire lucht die licht onstabiel is van opbouw. We zien op 850 hPa de temperaturen dalen naar -8/-9┬░C en er ontstaan (lichte tot hooguit matige) Noordzeebuien. De temperaturen op 2m zullen positief blijven met tussen 1 en 3┬░C in de ochtend en rond 5 of 6┬░C overdag. Uit de tabel zien we dat dit koud genoeg is om winterse neerslag op te leveren! Dat wil dus zeggen dat de buien naast regen ook natte sneeuw kunnen meebrengen of wat korrelsneeuw. De onstabiliteitsdiepte blijft wel beperkt tot onder 700 hPa en ook de wolkentoppen zijn niet kouder dan -10 tot -14┬░C, waardoor de kansen op hagel relatief beperkt zijn, net als de kansen op onweer. Voor onweer en hagel en fellere buien moeten de temperaturen op 5.5 km hoogte lager liggen en moet de onstabiliteitsdiepte hoger liggen.

Als we de soundings bekijken zien we dus lichte onstabiele profielen met onstabiliteit tot 750, maximaal 700 hPa. De nulgradengrens ligt ook relatief hoog, boven 500m, waardoor de kans op droge sneeuw laag is in het laagland. Bovendien is ook de natteboltemperatuur positief. Er kan dan hooguit smeltende sneeuw vallen of regen. Door de hoogteligging zal de neerslag in de Ardennen w├ęl makkelijker als sneeuw vallen die op de hogere delen ook kan blijven liggen, aangezien de nulgradengrens daar dichter bij het oppervlak ligt en ook de natteboltemperatuur dichter bij het vriespunt aanleunt.

Met deze 2 cases hebben we jullie heel wat nieuwe bagage meegegeven om sneeuwsituaties beter in te schatten. En nu… zelf aan de slag!

Samuel

Door Samuel

Afgestudeerd fysisch geograaf aan de KU Leuven in de specialisatie weer- en klimaat. Ik ben professioneel omgevings- en klimaatexpert en ben actief geweest als klimaatwetenschapper aan de KU Leuven. Al van kinds been af ben ik bijzonder gepassioneerd door weer en klimaat. Binnen NoodweerBenelux ben ik vooral actief als weerman, schrijf ik regelmatig artikels over weer en klimaat en geef ik seminaries i.f.v. de klimaattourn├ęe.


Verder lezen

Alles bekijken