Eerste sneeuwval van betekenis in de Alpen na record warme zomer
Na een bijzonder warme zomer en een zachte start van oktober lijkt het Alpenweer later deze week eindelijk een duidelijk herfstiger en op hoogte zelfs winters karakter te krijgen. Vanaf donderdag stroomt vanuit het noordwesten gevoelig koudere lucht richting de Alpen. Vooral langs de noordkant neemt daarbij de kans op sneeuw toe met een fors dalende sneeuwgrens. Voor de zwaar getroffen Alpengletsjers komt die weersomslag geen moment te vroeg, en komt het smeltseizoen van 2026 wellicht (eindelijk) ten einde.
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op YouTube
- Bekijk zelf de weerkaarten op onze site
- Blijf op de hoogte van onze nieuwsberichten via: Google!
Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.
Recordwarme zomer in delen van de Alpen
De voorbije zomer was uitzonderlijk warm in grote delen van de Alpen. West-Europa beleefde zelfs de warmste zomer sinds het begin van de ERA5-metingen, met een gemiddelde temperatuur die 2,5°C boven het gemiddelde van 1991-2020 lag. Ook in grote delen van Zwitserland, Italië en Oostenrijk lagen de zomertemperaturen op recordniveau. Zwitserland en Oostenrijk noteerden hun warmste zomer ooit gemeten. Vooral juni en augustus verliepen uitzonderlijk warm, terwijl langdurige droge periodes de sneeuw- en ijsverliezen in het hooggebergte verder versterkten.
- Geïnteresseerd in het weer? Dan word je met dit boek een expert!

Sneeuwgrens flink naar beneden
Komende dagen blijft het nog vrij zacht weer in de Alpen. Vanaf donderdag 8 oktober volgt dan een veel duidelijkere weersomslag. Een koufront bereikt eerst de Westelijke Alpen en trekt vervolgens verder oostwaarts. Langs de Franse Alpen, het Mont Blancgebied en de Zwitserse noordkant neemt de neerslag toe. Tegelijkertijd daalt de temperatuur op grote hoogte fors. Op 850 hPa, rond 1450 m, daalt het kwik tot onder 5°C. Ook vrijdag blijft het vooral langs de noordkant wisselvallig met regen en sneeuw. De precieze timing en intensiteit zijn nog onzeker, maar de kans op een duidelijke winterse opfrisser in het hooggebergte is inmiddels aanzienlijk.
- Liggen jouw sneeuwkettingen al klaar als je naar de Alpen rijdt?

De sneeuwgrens ligt begin deze week nog rond 2800 meter. Tegen donderdag en vrijdag kan de sneeuwgrens op verschillende plaatsen zakken tot ongeveer 1500 à 2000 meter. Tijdens intensievere neerslag zijn lokaal tijdelijk nog lagere sneeuwgrenzen mogelijk. Vooral boven 2000 meter kan zich daardoor een verse sneeuwlaag vormen. Het zwaartepunt lijkt momenteel te liggen op de Westelijke Alpen en de Alpennoordkant. De zuidzijde profiteert minder: daar kan een noordwestelijke tot westelijke stroming juist föhneffecten en drogere condities met meer zon veroorzaken.

Hoeveel sneeuw er exact zal vallen, blijft nog onzeker. De details hangen sterk af van de snelheid van het koufront en de mate waarin koude lucht tegen de noordelijke Alpenrand wordt opgestuwd. Van een definitieve start van de winter is uiteraard nog geen sprake. Sneeuwval in oktober is normaal in het hooggebergte en lager gelegen sneeuw zal de sneeuw snel opnieuw verdwijnen. Op de gletsjers is de kans groter dat de sneeuw blijft liggen aangezien hier de sneeuw van onderuit wordt afgekoeld.
Na extreem warme zomer is sneeuw meer dan welkom
Voor de Alpengletsjers is de afkoeling bijzonder welkom. De zomer van 2026 was opnieuw desastreus voor het ijs. Vooral in Zwitserland zijn de cijfers indrukwekkend. Volgens de metingen van GLAMOS (Glacier Monitoring in Switzerland) verdween in één jaar tijd meer dan 5% van het resterende Zwitserse gletsjervolume. Alleen het extreme smeltjaar 2022 was nog iets slechter (toen 6%). Op individuele gletsjers nam de gemiddelde ijsdikte met 2,5 tot 4 meter af, terwijl op sommige gletsjertongen lokaal tot ongeveer 10 meter ijs verdween.
In amper vijf jaar verloor Zwitserland bijna 20% van zijn totale gletsjervolume. De slechte zomer werd voorbereid door een sneeuwarme winter. Eind april lag op de Zwitserse gletsjers gemiddeld ongeveer 25% minder wintersneeuw dan in de referentieperiode 2010–2020. In het Engadin liep dat tekort zelfs op tot ongeveer 40%. Daardoor verdween de beschermende sneeuwlaag op veel plaatsen vroeg in de zomer en kwam het donkere gletsjerijs snel bloot te liggen. Daarna volgden van mei tot en met september herhaaldelijk droge en zeer warme periodes met verschillende hittegolven. De nulgradengrens lag in die vijf maanden maar liefst 76 dagen boven 4000 meter, meer dan dubbel zo vaak als normaal. Op sommige gletsjers, waaronder Allalin, Clariden, de Grote Aletschgletsjer en de Rhône-gletsjer, werd in 2026 zelfs de sterkste smelt uit de meetreeks gemeten.
Witte bergen, maar nog geen winter
De sneeuw van later deze week zal de verliezen van de voorbije zomer natuurlijk niet herstellen. Daarvoor is een langdurig sneeuwrijk winterseizoen nodig. Maar verse sneeuw heeft wel meteen een positief effect op de hoogste gletsjers: een wit sneeuwdek reflecteert veel meer zonnestraling dan donker gletsjerijs en kan verdere smelt in het najaar sterk afremmen. Na maanden van grotendeels grijze en sneeuwarme hooggebergtes lijkt het Alpenlandschap later deze week dus opnieuw een stuk witter te worden. De winter staat nog niet voor de deur, maar zijn eerste duidelijke visitekaartje lijkt wel onderweg.

