6 januari 2024 - 4 min. lezen
1 reacties 1

Op de weerkaarten verschijnt dit weekend een indrukwekkende blokkade boven Schotland en Noorwegen, in dezelfde tijd zien we een stevige stratosferische opwarming boven Noord-Rusland, die zich later uitbreidt naar Alaska (plaatje 1). In hoeverre is de blokkade te herleiden op stratosferische processen en wat zeggen die over de lange termijn verwachtingen voor de winter?

Om te beginnen moet eraan herinnerd worden dat de aanstaande Atlantische blokkade getriggerd wordt door een eerdere Canadian Warming, omstreeks 20 december. Voor de troposferische respons op een stratosferische opwarming staat minimaal één week, veel vaker vraagt dat twee weken; dat zien we nu zich voor onze ogen voltrekken. Dat betekent gelijk dat de komende opwarming zijn uitwerking nog moet gaan krijgen, ergens in het tweede deel van deze maand.

Afbeelding1. Forse stratosferische opwarming verplaatst zich naar Alaska.

Tegelijk moet een andere kwestie aan de orde gesteld worden: wat is de status van deze opwarming? Kijkende naar de pluim (plaatje 2) dan zien we meteen dat de zonale wind niet negatief (lees: oostelijk) wordt. Geen Sudden Stratospheric Warming (SSW) dus, want die is gedefinieerd als de omkering van de zonale wind op 10 hPa drukvlak en 60 graden noorderbreedte. Geen weersomslag dan ook, is een conclusie die vervolgens gemakkelijk getrokken kan worden. Zo simpel ligt de situatie echter niet. De atmosfeer heeft geen boodschap aan door ons mensen vastgelegde arbitraire grenzen

Afbeelding 2. Zonal wind wordt niet negatief, dus geen SSW.

Displacement van de poolwervel

Waarom zou de troposfeer bijvoorbeeld niet reageren als de zonale wind in plaats van 1 m/s oostelijk 1 m/s westelijk blijft? Om dit manco te ondervangen heeft Judah Cohen de minor warming geïntroduceerd: een stratosferische opwarming die net geen major warming is – eentje die wel voldoet aan de officiële definitie van de SSW. Minor warmings betreffen eigenlijk altijd een verplaatsing (Displacement) van de stratosferische poolwervel (SPV), zonder splitsing ervan.

Een Displacement heeft een door de bank genomen minder lange uitwerking op de troposfeer. Desondanks: als alles goed valt kan de uitwerking beduidend zijn. Een recent voorbeeld van een minor warming die wel grote invloed had op het weer is die van 17 januari 2012 (zie plaatje 3). De temperatuur steeg tot +4 °C , maar de zonale wind, hoewel sterk in kracht afgenomen, bleef westelijk: 10 m/s, in dezelfde orde van grootte als nu. Eind januari volgde een tiendaagse koudegolf (De Bilt).

Afbeelding 3. Een minor warming was de voorbode voor een koudegolf in 2012

Uit het archief: december 1941

Een ander misschien nog wel meer aansprekend voorbeeld is de minor warming van eind december 1941. Tot 8 graden boven nul op 10 hPa (plaatje 4), maar de SPV handhaafde zich boven de Noordpool of Canada. Januari begon zacht maar ontaarde in een uitzonderlijk winters vervolg.

Afbeelding 4. Een minor warming in 1941 ontaarde in een flinke winterprik later in 1942.

Continentaal arctische kou spreidde zich over een groot deel van Europa uit en de Benelux werd het strijdtoneel met de zachte oceaanlucht die vanuit het zuidwesten opdrong. Een behoorlijk aantal dooiaanvallen later werd het pleit pas echt ten gunste van de kou beslist, na de major warming in februari. Toen breidde de hogedruk zich eindelijk van Scandinavië naar IJsland en verder westwaarts uit.

Minor Warming als voorbode van WC

De crux is dat voor de minor warming dezelfde wetmatigheden gelden als voor een major warming, met dien verstande dat het bij eerstgenoemde zelden een splitsing van de SPV betreft. Als de troposfeer ontvankelijk is voor een weersomslag en de poolwervel na de warming gunstig gepositioneerd is, kan een minor warming zelfs beter uitwerken dan een major warming met slechte uitgangsomstandigheden. Zo deden SSW’s van bijvoorbeeld 2001, 2003, 2006, 2008 en 2019 nagenoeg niets en hadden die van 2002 en 2007 zelfs een averechts effect (dus een versterking van de troposferische vortex).

Impact van komende minor warming?

Wat kunnen wij nu van de komende minor warming verwachten? Om effecten van een SSW te begrijpen is een studie van Domeisen bijzonder nuttig. (zie plaatje 5). Voor een goede doorwerking is vooral een Europese blokkade gunstig, contraproductief werkt een Groenlandblokkade.

Afbeelding 5. Voor een goede connectie tussen minor warming en troposfeer is een Europese blokkade beter dan een blokkade nabij Groenland. Dat zien we goed in bovenstaande afbeelding en de ‘rode dips’ naar het aardoppervlak.

De weerkaart bij de minor warming komend weekend (plaatje 6) toont geen Groenlandblokkade, daarvan uitgaande mag verwacht worden dat er een reële kans bestaat dat de ingezette blokkade later in de maand door de minor warming zal worden bestendigd. Keert daarentegen de westcirculatie volwaardig terug dan wordt een winters weertype, gezien het ontbreken van een klassieke SSW,  in het laatste deel van de winter een moeilijk verhaal. 

Afbeelding 6. Voorlopig zien we in de korte termijn geen blokkade nabij Groenland. De effecten van de minor warming kunnen dus iets sterker aanhouden.

Paul Verheij

Door Paul Verheij

Na een klein jaar op de klimatologische Dienst van het KNMI gewerkt te hebben, heb ik fysische geografie gestudeerd, bijvak meteorologie. Sinds 1977 ben ik met een onderbreking actief voor de Vereniging voor Weer en Klimaat, ik schrijf voor hun blad Weerspiegel regelmatig artikelen over weerhistorie of de stratosfeer. Met Sebastiaan Cobelens ben ik medeorganisator van de Wintermeeting.


Verder lezen

Alles bekijken