Arctisch zeeijs bereikt minimum van 2026: geen record, maar het ijs blijft dun
De zomer loopt op zijn einde op het noordelijk halfrond, en dat betekent dat ook het jaarlijkse smeltseizoen van het Arctische zeeijs vrijwel voorbij is. Rond half september bereikt het zeeijs rond de Noordpool doorgaans zijn kleinste omvang. In 2026 lijkt dat minimum inmiddels bereikt. Op 12 september bedroeg de ijsomvang volgens het National Snow and Ice Data Center (NSIDC) ongeveer 4,6 miljoen km². Een nieuw laagterecord wordt 2026 niet. Toch betekent dat niet dat het Arctische zeeijs zich herstelt. Daarvoor moeten we niet alleen kijken naar de oppervlakte, maar ook naar de dikte en dus het volume van het ijs.
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op YouTube
- Bekijk zelf de weerkaarten op onze site
Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.
Wat is zeeijs ook alweer?
Zeeijs is bevroren zeewater dat op de oceaan drijft. Het verschilt daarmee fundamenteel van gletsjers en ijskappen, die op land ontstaan uit sneeuw die gedurende vele jaren wordt samengeperst tot ijs. De oppervlakte van het Arctische zeeijs kent een uitgesproken jaarlijkse cyclus. Tijdens de winter bevriest oceaanwater en rond maart wordt doorgaans het jaarlijkse maximum bereikt. Daarna begint het smeltseizoen, met het minimum gewoonlijk in september. Sinds 1979 kunnen satellieten deze evolutie vrijwel continu volgen. Daarbij wordt vaak gesproken over de sea ice extent: het totale oceaanoppervlak waar minstens 15% zeeijs aanwezig is. Niet al het ijs is echter gelijk. Veel zeeijs wordt tijdens één winter gevormd en smelt de daaropvolgende zomer opnieuw. Dit noemen we eerstejaarsijs. IJs dat een zomer overleeft, kan meerdere jaren blijven bestaan en verder aangroeien. Dit meerjarige ijs is doorgaans dikker en beter bestand tegen zomerse smelt. Juist veel van dit oude, dikke ijs is de afgelopen decennia verdwenen.
- Geïnteresseerd in het weer? Bekijk dan dit leuke boekje eens!

2026: minimum rond 4,6 miljoen km²O
Volgens de dagelijkse gegevens van het NSIDC bedroeg de sea ice extent op 12 september 4,6 miljoen km². De curve is sindsdien afgevlakt en licht gestegen op 14 september, waardoor het zeer waarschijnlijk is dat het minimum rond deze periode is bereikt. Ook het Deense Meereisportal toont een minimum rond 4.7 miljoen km². Dat is laag in historisch perspectief, maar zeker geen record. Tijdens het smeltseizoen leek 2026 daar aanvankelijk dichter bij in de buurt te kunnen komen. In juli was er relatief weinig zeeijs aanwezig, maar gedurende augustus vertraagde de afname.

De gemiddelde ijsomvang bedroeg die maand ongeveer 6,1 miljoen km², 9,2% onder het gemiddelde van 1991-2020, maar slechts de twaalfde laagste augustuswaarde in de satellietreeks. Regionaal zagen we bovendien grote verschillen. Vooral aan de Euraziatische zijde van het Noordpoolgebied trok het ijs op verschillende plaatsen ver terug, terwijl elders meer ijs standhield.
Oppervlakte is maar de helft van het verhaal
Een tweede belangrijke eigenschap is veel moeilijker vanuit de ruimte te bepalen: de dikte van het ijs. Een ijsdek van twee meter dik bevat bij dezelfde oppervlakte uiteraard dubbel zoveel ijs als een ijsdek van één meter. Daarom geeft het totale zeeijsvolume aanvullende informatie over de toestand van het Noordpoolijs. Het Deense Meteorologische Instituut (DMI) berekent dagelijks de dikte en het volume van het Arctische zeeijs met een gekoppeld oceaan- en zeeijsmodel. De modelkaart van 15 september 2026 laat zien dat grote delen van het ijs in de centrale Noordelijke IJszee ongeveer 1 tot 2 meter dik zijn. Het dikste ijs vinden we vooral ten noorden van Groenland en langs de Canadese Arctische Archipel, waar lokaal ijs van meerdere meters dik resteert. Het totale gemodelleerde ijsvolume ligt rond 15 september op ongeveer 4.500 km³. Het volume ligt in 2026 duidelijk onder het gemiddelde over 2004-2013 en ook lager dan rond hetzelfde moment in 2022 en 2023. Daarmee ontstaat een genuanceerder beeld: 2026 is qua oppervlakte geen uitzonderlijk recordjaar, maar er resteert nog steeds relatief weinig en dun ijs.
- Wil je diepgaande info lezen over het klimaat? Dat kan je hier vinden.

Waarom is zeeijs zo belangrijk?
Het smelten van zeeijs heeft nauwelijks een rechtstreeks effect op de zeespiegel. Zeeijs drijft immers al in het water. Voor het klimaat is het verdwijnen ervan echter bijzonder belangrijk. Een wit ijsoppervlak weerkaatst een groot deel van het inkomende zonlicht. Wanneer dat ijs verdwijnt, komt de veel donkerdere oceaan tevoorschijn. Die absorbeert aanzienlijk meer zonnestraling en warmt daardoor sterker op. Vervolgens kan daardoor weer meer ijs verdwijnen: de zogenaamde ijs-albedo-terugkoppeling. Zeeijs beïnvloedt daarnaast de uitwisseling van warmte en vocht tussen oceaan en atmosfeer en vormt een essentieel onderdeel van het Arctische ecosysteem.
Het record van 2012 blijft overeind
Het meest extreme smeltseizoen sinds het begin van de satellietmetingen blijft 2012. Toen kromp de Arctische zeeijsomvang tot slechts 3,39 miljoen km². Een krachtige Arctische storm hielp dat jaar het toch al dunne ijs verder uiteen te drijven. Daarna volgt 2020 met 3,82 miljoen km². Het vermoedelijke minimum van 2026 van ongeveer 4,6 miljoen km² ligt dus ongeveer 1,2 miljoen km² boven het record uit 2012. Toch is het langetermijnbeeld veel belangrijker dan de rangschikking van één afzonderlijk jaar. Alle 19 laagste septemberminima uit de satellietreeks vonden plaats tussen 2007 en 2025. Sinds 1979 is het septemberminimum met ongeveer 12% per decennium afgenomen. Dat er niet ieder jaar een nieuw record wordt gevestigd, is normaal. Windrichting, bewolking, luchttemperatuur, oceaantemperatuur en stormen veroorzaken aanzienlijke verschillen tussen individuele zomers. Die jaarlijkse grilligheid ligt bovenop een duidelijke dalende langetermijntrend.

Wanneer wordt de Noordpool ijsvrij?
Die trend zet zich volgens klimaatmodellen de komende decennia voort. Wetenschappers spreken daarbij meestal van een praktisch ijsvrije Noordpool wanneer in september minder dan 1 miljoen km² zeeijs resteert. Er kan dan bijvoorbeeld nog ijs aanwezig zijn ten noorden van Groenland en de Canadese Arctische Archipel. Volgens het IPCC zal de Noordelijke IJszee waarschijnlijk minstens één keer vóór 2050 praktisch ijsvrij zijn in september, ook bij scenario’s waarin de uitstoot van broeikasgassen sterk wordt teruggedrongen. Hoe vaak zulke ijsarme zomers daarna voorkomen, hangt wél sterk af van hoeveel de aarde verder opwarmt. Het vermoedelijke minimum van 2026 levert dus waarschijnlijk geen nieuw record op. Maar dat is niet hetzelfde als goed nieuws. Het Arctische zeeijs is tegenwoordig veel kleiner, jonger en dunner dan enkele decennia geleden. De oppervlakte kan van jaar tot jaar behoorlijk fluctueren: de langetermijnontwikkeling in oppervlakte, dikte én volume vertelt een veel duidelijker verhaal. Een zomer zonder nieuw record is daarom nog geen herstel van het Noordpoolijs.
