Nieuwe klimaatsimulaties op komst: extreme opwarming wordt minder waarschijnlijk, maar 1,5°C raakt uit zicht
Om de zes à zeven jaar starten klimaatwetenschappers wereldwijd een nieuwe generatie klimaatsimulaties. De volgende generatie, CMIP7, begint nu vorm te krijgen. Deze simulaties zullen een belangrijke wetenschappelijke basis vormen voor het volgende grote klimaatrapport van het IPCC dat tegen eind 2029 moet klaar zijn. Daarvoor zijn zeven nieuwe scenario’s opgesteld die beschrijven hoe de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen zich deze eeuw zou kunnen ontwikkelen. En daaruit komt zowel goed als slecht nieuws naar voren. Het goede nieuws? De meest extreme scenario’s uit het verleden worden tegenwoordig als veel minder plausibel beschouwd. Het slechte nieuws? Ook het halen van de meest ambitieuze klimaatdoelstellingen (de opwarming beperken tot +1,5°C) is ondertussen moeilijker geworden.
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op YouTube
- Bekijk zelf de weerkaarten op onze site
Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.
Van bijna 5°C naar maximaal ongeveer 3,3°C
In de vorige generatie klimaatsimulaties, CMIP6, liep de mogelijke mondiale temperatuurstijging tegen 2100 uiteen van ongeveer 1,5°C tot 4,7°C ten opzichte van het pre-industriële klimaat. De nieuwe scenario’s bestrijken een duidelijk kleinere bandbreedte: ongeveer 1,6°C tot 3,3°C in 2100. Vooral aan de bovenkant is dat een opvallende verandering. Het bekende zeer hoge uitstootscenario, SSP5-8.5, kwam uit op ongeveer 4,7°C opwarming. Het hoogste nieuwe scenario komt op een centrale schatting van ongeveer 3,3°C.
- Ontdek dit boek waarin klimaatverandering gedocumenteerd staat!

Dat komt onder andere doordat een toekomst waarin het gebruik van steenkool gedurende de hele eeuw explosief blijft groeien steeds minder realistisch wordt. Hernieuwbare energie is veel goedkoper geworden, er wordt wereldwijd enorm geïnvesteerd in schone energie en er bestaat inmiddels klimaatbeleid dat enkele decennia geleden nog ontbrak. Voor het eerst in meerdere generaties klimaatscenario’s wordt de bovengrens voor de verwachte uitstoot daarom duidelijk naar beneden bijgesteld. Dit is een goede boodschap om te brengen, maar ook een moeilijke. Het feit dat we niet het meest pessimistische scenario volgen is immers niet per se een goede boodschap.
Maar ook 1,5°C wordt steeds moeilijker
Dat klinkt misschien alsof het klimaatprobleem kleiner wordt. Dat is echt niet het geval. Ook aan de onderkant zijn de scenario’s namelijk veranderd. Een toekomst waarin de aarde onder 1,5°C opwarming blijft (het legendarische Akkoord van Parijs), wordt niet langer als een realistisch scenario meegenomen. Zelfs in het meest ambitieuze scenario stijgt de temperatuur eerst tot ongeveer 1,8°C rond het midden van deze eeuw, om daarna dankzij zeer sterke emissiereducties en het verwijderen van CO₂ uit de atmosfeer weer te dalen tot ongeveer 1,5 à 1,6°C tegen 2100. Een tijdelijke overschrijding, een zogenaamde overshoot, van de 1,5°C-grens lijkt inmiddels vrijwel onvermijdelijk.

En wat als het huidige klimaatbeleid doorgaat?
Interessant is dan vooral het zogenaamde medium scenario. Daarin wordt aangenomen dat het klimaatbeleid dat in 2025 daadwerkelijk van kracht was, wordt voortgezet. Beloftes die nog niet in concreet beleid zijn omgezet, worden daarbij niet meegerekend. In dat scenario stijgt de mondiale temperatuur naar ongeveer 2,9°C in 2100. De grens van 2°C wordt rond 2050 overschreden en rond 2110 komt de wereld uit op ongeveer 3°C opwarming. Klimaatonderzoekers benadrukken wel dat dit géén voorspelling is. Klimaatbeleid kan de komende decennia worden aangescherpt, maar ook worden teruggedraaid. De zeven scenario’s zijn daarom verschillende mogelijke toekomstpaden, geen voorspellingen met elk een bepaalde kans.

Zeven mogelijke toekomsten
De nieuwe scenario’s zijn bovendien eenvoudiger benoemd. Namen zoals SSP1-2.6 en SSP5-8.5 verdwijnen naar de achtergrond. In plaats daarvan spreken we nu simpelweg over scenario’s die lopen van very low en low tot medium en high. Ook technisch verandert er veel. Zo zullen de nieuwe klimaatmodellen voor het eerst zelf berekenen hoeveel van onze CO₂-uitstoot in de atmosfeer achterblijft en hoeveel door oceanen en ecosystemen wordt opgenomen. Daardoor kunnen onzekerheden in de koolstofcyclus beter worden meegenomen. Daarnaast lopen de nieuwe simulaties niet alleen tot 2100, maar tot 2150, met aanvullende scenario’s zelfs tot 2500. Dat is belangrijk voor processen die zeer traag reageren, zoals zeespiegelstijging en veranderingen van de grote ijskappen (Antarctica en Groenland).
- Start in ieder geval al met jouw weerhobby door dit kwalitatieve weerstation aan te schaffen.

Goed én slecht nieuws
De belangrijkste boodschap van CMIP7 is dus genuanceerd. Een wereld met bijna 5°C opwarming in 2100 lijkt tegenwoordig een stuk minder plausibel dan tien of twintig jaar geleden. Dat is deels het gevolg van echte vooruitgang: hernieuwbare energie, technologische ontwikkelingen en klimaatbeleid hebben de meest extreme uitstootpaden minder waarschijnlijk gemaakt. Maar tegelijkertijd hebben we zoveel tijd verloren dat 1,5°C zonder tijdelijke overschrijding eveneens uit beeld raakt. Waar we uiteindelijk tussen die twee uitersten terechtkomen, staat niet vast. Dat wordt voor een belangrijk deel bepaald door de keuzes die de komende jaren en decennia worden gemaakt. De eerste volledige CMIP7-klimaatsimulaties worden later verwacht. Pas dan zullen we ook veel gedetailleerder kunnen bekijken wat deze nieuwe toekomstscenario’s betekenen voor bijvoorbeeld hittegolven, droogte, extreme neerslag en het klimaat in de Benelux, en nieuwe alleen voor de globale temperatuur.
Deze blog is gebaseerd op de inhoud en figures van deze explainer.
