Mist in het herfstseizoen: hoe en waar ontstaat het precies?

We beleven momenteel een fraaie nazomerperiode in de Benelux. De zon schijnt flink en de temperaturen weten te klimmen tot 20°C of iets erboven. Een hogedrukgebied in combinatie met weinig wind is verantwoordelijk voor het mooie weer. Desondanks brengt dit weertype ook risico’s met zich mee.

Zo kan er in de nachten gemakkelijk mist ontstaan. De ochtenden beginnen dan ook vaak grijs. Wat is de oorzaak van de vele mist waar we in het herfstseizoen mee te maken hebben?

Ontstaanswijze van mist

In de atmosfeer bevindt zich altijd in enige mate vocht in de vorm van waterdamp. De hoeveelheid waterdamp wisselt echter sterk van moment tot moment en ook van plek tot plek. Is de aangevoerde lucht droog (bijvoorbeeld vanaf het Europese vasteland), dan zit er logischerwijs minder waterdamp in de lucht dan wanneer de aangevoerde lucht vochtig is.

Weilanden staan meer waterdamp aan de atmosfeer af dan zandgronden. Kortom, de omstandigheden ter plekke én op een bepaald moment bepalen de vochtigheid.

weiland

Boven weilanden is meer vocht (waterdamp) aanwezig dan boven zandgronden. Vandaar dat er boven weilanden makkelijker mist ontstaat.

Nu is het zo dat er altijd een maximale hoeveelheid waterdamp in de lucht kan zitten. Deze hoeveelheid waterdamp is gekoppeld aan een bepaalde temperatuurwaarde, die we het dauwpunt noemen. De luchtvochtigheid is de verhouding tussen dauwpunt en normale temperatuur.

Ligt de luchttemperatuur op 12°C en de temperatuur ook, dan is de luchtvochtigheid 100%. Op het moment dat de normale temperatuur daalt tot het dauwpunt, condenseren namelijk alle waterdampdeeltjes tot waterdruppels.

Het gevolg is dat de atmosfeer verzadigd raakt met waterdruppeltjes die in de lucht ‘zweven’. En die zwevende waterdruppeltjes noemen we mist. Andersom geldt: hoe hoger de luchttemperatuur ten opzichte van het dauwpunt, des te meer waterdruppels er verdampen tot waterdamp.

De luchtvochtigheid zal in dit geval dalen. De normale temperatuur kan nooit lager liggen dan de dauwpunttemperatuur, want dat zou betekenen dat de atmosfeer meer vocht bij zich draagt dan hij aankan. En dat is natuurkundig niet mogelijk.

Mist in het najaar

Zoals we in de vorige paragraaf zagen, is mist dus verzadigde lucht (luchtvochtigheid van 100%). Dauwpunt en temperatuur hebben hierbij dezelfde waarde. Maar hoe komt het nu dat de herfst het mistseizoen bij uitstek is? Het heeft alles te maken met een combinatie van teruglopende daglengte en de aangevoerde luchtsoort.

In de herfst worden de dagen weer korter en de zon steeds zwakker. Dit leidt tot meer uitstraling dan in het zomerhalfjaar, wanneer de dagen langer zijn en de zon krachtiger is. Uitstraling leidt tot afkoeling. En zoals we zagen is afkoeling noodzakelijk om het dauwpunt te bereiken.

Doordat het in het najaar bij heldere condities makkelijker afkoelt dan in de lente en zomer, wordt het dauwpunt dan ook in een veel eerder stadium bereikt. Mist vormt zich dus veel eerder in de nacht. Daarbij komt dat de zon ‘s morgens later opkomt en bovendien meer tijd nodig heeft om de aanwezige mist op te lossen.

Mist in de lente en zomer lost sneller op, doordat de zon op een aanzienlijk vroeger tijdstip opkomt en ook eerder krachtig genoeg is om de grijzigheid weg te branden.

mist

Tijdens de steeds langere nachten kan zich sneller mist vormen. Overdag heeft de zon weinig kracht om dit op te lossen.

Rest ons de vraag: hoe kan het dat mist een voorkeur heeft voor de herfst, terwijl de daglengte in de winter nagenoeg gelijk is? De aangevoerde lucht speelt hier een grote rol in. In de winter hebben we vaak te maken met luchtsoorten vanaf noordelijke breedten. Deze zijn koud en relatief droog van oorsprong.

Met name dat laatste is van belang, want in droge lucht ontstaat maar moeilijk laaghangende bewolking. In de herfst daarentegen komt de aangevoerde luchtmassa, klimatologisch gezien, meestal uit het zuiden van Europa. Lucht uit Zuid-Europa is warm en vochtig van oorsprong. Deze luchtsoort vormt bij weinig wind de ideale voedingsbodem voor mist.

Een ander kenmerk van zuidelijke luchtmassa’s is dat ze een hoog dauwpunt hebben. Met andere woorden: er ontstaat al bij een hogere luchttemperatuur mist dan bij koude/droge luchtmassa’s in de winter.

Verwachting voor vannacht

Op dit moment hebben we ideale condities voor de vorming van nevel en mist. Er is de afgelopen periode veel regenwater gevallen en de lucht is verzadigd met vocht. Doordat de nachten helder zijn, de wind bijna niets voorstelt en de dauwpunten hoog liggen, kan dit vocht ’s nachts eenvoudig condenseren tot waterdruppels.

Zaterdagochtend had vooral het zuidoosten van de Benelux ermee te maken. Daar bleef de nevel tot het middaguur hangen. Komende nacht kan er opnieuw laaghangende bewolking en nevel ontstaan. Zondagochtend duurt het even voordat dit allemaal oplost, maar uiteindelijk breekt de zon rond 10.00 à 11.00 uur op de meeste plaatsen wel door. Wat rest, is een prachtige dag met maxima tussen 18 en 21°C.

maximum zondag

Zondag hebben we prachtig nazomerweer met temperaturen tot 21°C! (bron: wetteronline.de)

Vanaf maandag trekt de oostenwind wat aan. Daardoor vindt er meer menging in de lucht plaats, wat het moeilijker maakt om mist te laten ontstaan. De zon blijft een belangrijke rol houden in het weerbeeld, maar vanuit het oosten trekken er ook van tijd tot tijd meer wolkenvelden over de Benelux.

Vooral het noordoosten van Nederland maakt zowel maandag als dinsdag kans op een bui. Woensdag en donderdag keert de zon volop terug en draait de wind meer naar zuidoostelijke richtingen. Als gevolg daarvan lopen de maxima nog wat verder op: donderdag kan het in België zelfs 22 °C worden.


Lees ook eens: