Versnelde stijging van de globale zeewatertemperatuur in de 21e eeuw
De temperatuur van het zeeoppervlak (SST) is een belangrijke indicator voor klimaatverandering, omdat oceanen het overgrote deel van de overtollige warmte in het klimaatsysteem opnemen. In deze blog wordt gekeken naar de wereldwijde en regionale trends in zeewatertemperatuur sinds het begin van de metingen. Op basis van rechtstreekse metingen en satellietwaarnemingen tonen de gegevens aan dat de meeste oceaangebieden opwarmen, maar dat deze opwarming niet overal gelijkmatig verloopt. Deze ruimtelijke verschillen zijn het gevolg van verschillende complexe processen.
Stijging van de globale zeewatertemperatuur
Metingen van de zeewatertemperatuur (āsea surface temperatureā of āSSTā) gebeuren reeds sinds de 19e eeuw. Dit gebeurde eerst op basis van observaties van schepen. Deze gaan terug tot het midden van de 19e eeuw en behoren tot de langst beschikbare instrumentele gegevens voor het bestuderen van zeewatertemperaturen. Sinds het begin van de jaren 1980 zijn er ook metingen beschikbaar via satellieten en boeien.
Het samenbrengen van deze gegevens in een homogene tijdsreeks laat nu een interessant patroon zien. De gemiddelde zeewatertemperaturen (SST) over de oceaan buiten de poolgebieden (60°Z-60°N) zijn sinds het begin van de metingen in 1850 namelijk aanzienlijk gestegen. Eind jaren 1970 begon deze duidelijk stijging, en deze opwarming zet zich vandaag de dag nog steeds versneld voort.
- Lees alles over het klimaat via dit leuke boekje.
Tussen het einde van de 19e eeuw (1880-1900) en de afgelopen vijf jaar (2019ā2023) is de gemiddelde globale SST zo met ongeveer 0,9°C gestegen. De huidige trend zit op zoān 0,15°C per decennium. De opwaartse trend in de temperatuurcurve is dan ook duidelijk te zien. Wel observeren we nog veel variabiliteit in de data, met pieken en dalen in de curve.
De belangrijkste oorzaak van deze jaar-tot-jaarvariabiliteit is de El NiƱo-Zuidelijke Oscillatie (ENSO): periodes met warmere (El NiƱo) of koelere (La NiƱa) dan gemiddelde SSTās in het centrale en oostelijke tropische deel van de Stille Oceaan. El NiƱoās verhogen tijdelijk de wereldwijde gemiddelde SST, en La NiƱaās verlagen die tijdelijk.

Ruimtelijke verschillen in opwarming
Deze stijging is echter niet overal gelijk. Tot de gebieden die het snelst opwarmen behoren delen van de Noordelijke IJszee, de Oostzee, de Zwarte Zee en delen van de Grote Oceaan. Ook binnen het Europa-gebied is de gemiddelde zeewatertemperatuur duidelijk gestegen sinds het begin van de samengevoegde metingen in 1850. De snelheid van de opwarming is echter niet constant geweest, maar vertoont wel een duidelijke versnelling sinds de jaren 2000.

Ruimtelijke verschillen in de mate van opwarming van de zeewatertemperatuur (SST) worden veroorzaakt door een complex samenspel van verschillende processen. Een belangrijke factor is de oceanische circulatie, waarbij zeestromingen zoals de Golfstroom warm water over grote afstanden transporteren. Veranderingen in deze stromingen kunnen ertoe leiden dat sommige gebieden sneller opwarmen, terwijl andere zelfs tijdelijk afkoelen.
- Meet de temperatuur met dit weerstation.
Geografische ligging beïnvloedt eveneens de temperatuurtrends. In de poolgebieden, vooral in het Noordpoolgebied, zien we een versnelde opwarming. Dit wordt onder andere versterkt door het albedo-effect: naarmate zee-ijs smelt, wordt minder zonlicht weerkaatst en meer warmte geabsorbeerd. Gesloten of halfgesloten zeeën, zoals de Zwarte Zee, warmen ook vaak sneller op dan open oceanen, omdat ze sterker reageren op regionale weersomstandigheden en minder uitwisseling hebben met koud diepzeewater.
Ook (verminderde) luchtvervuiling, veranderende windpatronen druksystemen en interne oceaanfeedbacks beĆÆnvloeden de zeewatertemperatuur door hun effect op warmtetransport, verdamping, stralingsbalans en verticale menging in de oceaan.

Deze waarnemingen tonen dus een interessant en vrij eensgezind patroon: net als de lucht warmt ook het oceaanoppervlak op. Het begrijpen van deze patronen is essentieel om de gevolgen van klimaatverandering beter te kunnen inschatten en om de toekomstige ontwikkelingen en diens gevolgen op regionaal en globaal niveau nauwkeuriger te voorspellen en in te schatten.
