Een tweede stratosferische opwarming dient zich aan
Twee weken terug schreef ik over de nieuwe winterkansen tegen het einde van januari, uitgaande van de invloeden van de teleconnecties. Die zijn er inderdaad gekomen, maar wel slechts voor een beperkt deel van de Lage Landen. Het noordoosten van Nederland – de ‘gouden driehoek’ – kreeg vorst, ijsdagen, ijzel en sneeuw. De rest van de Benelux bleef zacht, vaak zelfs lenteachtig. De oorzaken en het vervolg worden besproken, met speciale aandacht voor de teleconnecties. Een tweede stratosferische opwarming dient zich aan.
- Volg NoodweerBenelux op X en Facebook
- Blijf up-to-date met livestreams en weervideo’s op Facebook
Grens winter en lente dichtbij
De afgelopen week domineerde een zuidelijke bovenstroming, aan de grond woei de wind aanvankelijk uit het zuidoosten, later krimpend naar het oosten. Koude lucht uit Oost-Europa stroomde westwaarts. Halverwege de week bereikte deze Duitsland. Plaatselijk vroor het ’s nachts meer dan vijftien graden. In het zuidwesten van Europa bleef het echter mild. Aanvankelijke berekeningen, namelijk dat het ook in de Benelux zou gaan winteren, werden niet bewaarheid.
- Geïnteresseerd in het weer? Schaaf je kennis dan bij met dit leuke weerboekje!

Uitstroom van kou uit Amerika
Debet hieraan was de uitstroom van felle kou boven Noord-Amerika, die over de Atlantische Oceaan stroomde. Diepe depressies, die ontstonden boven het relatief zachte oceaanwater, versterkten de westcirculatie. Hoewel een hoog boven Groenland tegengas bood, met een uitloper naar Scandinavië, won de zachte lucht het pleit. De kou bereikte in de tweede helft van de vorige week enkel de drie noordelijke provincies van Nederland. Door föhn over de middelgebergten van Duitsland bleef het elders mild, lenteachtig zelfs.

Troposferische opwarming
Toch is het perspectief van een winterse periode nog niet buiten beeld. In het oog springend op de weerkaarten is een krachtig hogedrukgebied boven de Noordpool. Normaal gesproken domineert daar in de zachte winters de lagedruk, met een krachtige westcirculatie tot gevolg. Het polaire hogedrukgebied is de resultante van de krachtige warmte-advectie richting de Noordpool, eerder in de winter. Hoe meer warmte naar de Noordpool gevoerd wordt, des te meer kou er naar de gematigde zone kan uitstromen.

Langdurige poolblokkade
Feitelijk is de Noordpool al vanaf het begin van de winter geblokkeerd. In december lag het zwaartepunt van de hogedruk bij de Aleoeten. In Noordoost-Amerika werd het koud, en de koude lucht stroomde uit over de oceaan, op dezelfde wijze als we de afgelopen tijd zien. Pas rond Kerst veranderde dat patroon en vormde zich hogedruk bij Groenland, met uitlopers naar Scandinavië. Eind januari hebben beide hogedrukgebieden zich samengevoegd.

Downwelling
Deze blokkade kan gezien worden als een gevolg van de SSW van 28 november vorig jaar. Van het reflectieve type, oorzaak dat de eerste uitwerking in de noordelijke Pacific plaatsvond. In tweede instantie breidde de downwelling zich uit naar Scandinavië en later naar Groenland. Dat hebben we gemerkt, rond en vlak na de jaarwisseling. Pakken sneeuw, hoewel Zuidwest-België meest gespaard bleef.
- Geïnteresseerd in het klimaat? Dan is deze literatuur iets voor jou!

Ondertussen heeft de stratosferische poolwervel zich enigszins hersteld. Dankzij de gunstige fase van de MJO houdt de noordelijke hogedruk zich echter nog wel staande. Op zijn minst tot begin februari.

Scherpe tegenstellingen
Rond de maandwisseling ligt de vorstgrens nog steeds over onze omgeving. Soms breidt de kou zich uit, dan trekt hij zich weer terug. De tegenstellingen verscherpen zich daarbij, en op de grens tussen beide luchtsoorten kan behoorlijk wat winterse neerslag vallen. Het blijft vervolgens uitermate onzeker of de dooi of de vorst doorzet. Ondertussen trekken ontwikkelingen in de stratosfeer weer de aandacht.

Tweede mogelijke SSW
Een nieuwe opwarming dient zich aan. Troposferische hogedruk over Rocky Mountains verstoort de poolwervel hoog in de stratosfeer. Rond de maandwisseling hebben zich op het 10 hPa drukvlak twee hogedrukkernen gevormd. Twee golven (waves) dus.
Daar waar convergentie optreedt (waar de stromingslijnen samenkomen), veroorzaakt dit een stijging van temperatuur. Net zoals bij het oppompen van een fietsband. Eerst bovenin de kolom, later ook naar beneden toe.

Wave 2
De SSW in november was van het type wave 1, waarbij slechts aan één kant van de vortex opwarming plaatsvond. Hierdoor werd de SPV enkel verplaatst, niet gebroken. De wave 2 echter valt de vortex van twee kanten aan. In dit geval niet alleen vanuit de Rocky Mountains, maar ook met een golf boven Siberië. Die twee komen aan het einde van het proces samen en zorgen voor een klassieke splitsing van de stratosferische poolwervel. Goed herkenbaar zijn de opwarmingen in de convergentiezone van de twee vortexen: één ten oosten van de Hudsonbaai, de ander ten noorden van Mongolië.

Stratosfersiche pluim
In de pluim van de stratosfeer zien we de zonale wind eerst flink in kracht toenemen. Dat moment correspondeert met de eerste afbeelding van de stratosfeer. Deze zwanenzang is heel gebruikelijk in het proces van een stratosferische opwarming. Door de stuwing verplaatst zich extra veel warmte naar de bovenste stratosfeer.
Van daaruit versterken zich de waves in de stratosfeer, met mogelijk de uiteindelijke SSW tot gevolg. Of die er komt staat nog geenszins vast. Dat op zich is echter arbitrair: grote kans dat de poolwervel rond half februari opnieuw ernstig verzwakt.

Vooruitzichten eerste helft februari
Ook aanvang februari blijft de poolkou Noord-Amerika teisteren. De uitstroom van die kou over de Atlantische Oceaan doet de depressie-activiteit telkens weer nieuw leven inblazen. De noordelijke hogedruk handhaaft zich ondertussen wel. Hierdoor blijft de straalstroom op een zuidelijke koers: veel neerslag hierdoor rond de Middellandse Zee.
- Ooit al gehoord van een stormglas? Bestel het hier!
Hierbij past een negatieve NAO: hogedruk noord op de Atlantische Oceaan, lagedruk ten zuiden daarvan. Dat op zich betekent blijvend kansen op winterweer, met de grens van de vorst over of in de buurt van de Benelux.

Langere termijn vooruitzichten
Op de wat langere termijn (EC46) laat het zich aanzien dat de kern van hogedruk wat meer westwaarts komt te liggen, waardoor poolkou op grotere hoogte over Scandinavië uit kan stromen, om in het vervolg mogelijk de Benelux aan te doen. Dit kan gemakkelijk uitmonden in een kortere of langere periode met felle vrieskou. Vanwege de aanstaande tweede stratosferische opwarming bestaat bovendien gerede kans dat dit patroon zich in de eerste maand van de lente voortzet, zo niet langer.

