De warmste zomer ooit: wat maakt zomer 2026 anders dan eerdere recordzomers?
De zomer van 2026 gaat de geschiedenisboeken in. In zowel België als Nederland werd het de warmste meteorologische zomer sinds het begin van de metingen. Maar betekent dat automatisch dat 2026 ook de meest extreme zomer was die we ooit hebben meegemaakt? Niet noodzakelijk. De zomer van 1947 was bijvoorbeeld nog zonniger. 1976 bracht een uitzonderlijke combinatie van langdurige hitte en droogte. 2018 was eveneens extreem droog en warm, terwijl 2019 de boeken inging als de zomer waarin voor het eerst temperaturen boven 40°C werden gemeten in België en Nederland. En 2022 was uitzonderlijk warm, droog én zonnig. We plaatsen zomer 2026 daarom naast enkele van de meest opmerkelijke zomers uit onze meetgeschiedenis. Wat maakte 2026 zo bijzonder? En welk drukpatroon zorgde voor deze recordzomer?
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op YouTube
- Bekijk zelf de weerkaarten op onze site
Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.

2026: gemiddeld nooit eerder zo warm
Laten we beginnen met de meest objectieve maat: de gemiddelde temperatuur over juni, juli en augustus (meteorologische zomer). In Ukkel bedroeg die in de zomer van 2026 maar liefst 20,3°C, tegenover 17,9°C normaal (+2,4°C). Daarmee werd het vorige record van 19,9°C uit 2018 met maar liefst 0,4°C verbeterd. Ook de gemiddelde maximumtemperatuur brak een record met 25,2°C, net als de gemiddelde minimumtemperatuur met 15,2°C. Vooral dat laatste is opvallend: niet alleen de dagen waren dus warm, ook de nachten bleven uitzonderlijk zacht.

Ook Nederland verbrak het record overtuigend. In De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur uit op 19,3°C. Het vorige record bedroeg 18,9°C in 2018. Daarna volgen 2003 met 18,7°C, 2022 met 18,6°C en 2025, 2006 en 2019 met 18,5°C. De legendarische zomers van 1976 en 1947 volgen met 18,4°C. Opvallend is vooral hoe sterk recente zomers de ranglijst domineren. Een zomer hoeft tegenwoordig dus een steeds hogere temperatuur te bereiken om überhaupt nog in de buurt van een record te komen. Maar temperatuur is slechts één manier om een zomer te beoordelen.
1947: de eindeloze zomer
Maar hoe vergelijkt de zomer van 2026 zich met voorgaande zomers? Wie oude klimaatreeksen bekijkt, komt bijna onvermijdelijk uit bij 1947. In België kende dat jaar maar liefst vier hittegolven. In Ukkel werden over de hele zomer 47 zomerdagen (T>25°C) geregistreerd. Dat record staat zelfs na zomer 2026 nog altijd overeind: 2026 kwam met 46 dagen één dag tekort. Ook de zon draaide overuren. In Ukkel scheen ze tijdens de zomer van 1947 819,8 uur.

In Nederland staat 1947 eveneens nog altijd bovenaan met 839,8 zonuren in De Bilt. Ter vergelijking: 2026 kwam in Ukkel uit op 778 uur en 41 minuten. De zomer van 2026 was dus bijzonder zonnig, maar nét minder dan het record van 2022 en duidelijk minder dan 1947 volgens de historische meetreeks. In De Bilt eindigde 2026 met 762,5 uur zon op de vijfde plaats. 1947 was dus niet de warmste zomer gemiddeld, maar de duur en persistentie van het (zonnige) zomerweer waren uitzonderlijk.

1976: hitte én droogte
Voor veel oudere lezers blijft 1976 waarschijnlijk dé referentiezomer. In Ukkel was het destijds met gemiddeld 19,2°C de warmste zomer van de twintigste eeuw. Dat gebeurde bovendien in een klimaat dat aanzienlijk koeler was dan vandaag. De meteorologische zomer telde er slechts 23 neerslagdagen, het laagste aantal van de eeuw. De hitte en droogte veroorzaakten zelfs drinkwatertekorten, waardoor plaatselijk water moest worden aangevoerd. Ook wat extreme warmte betreft blijft 1976 indrukwekkend. In de volledige Ukkelse meetreeks staat het jaar nog steeds bovenaan met 18 tropische dagen. De zomer van 2026 kwam met 15 tropische dagen heel dichtbij, terwijl 1911 met 14 tropische dagen eveneens verrassend hoog in de historische ranglijst staat.
In Nederland was 1976 bovendien een van de droogste zomers uit de meetreeks: in De Bilt viel tijdens de drie zomermaanden slechts 112,6 mm neerslag, tegenover 239,3 mm normaal. Dat helpt verklaren waarom 1976 in het collectieve geheugen zo’n uitzonderlijke status heeft. Het was niet alleen warm: de warmte ging samen met wekenlange droogte en zichtbare gevolgen voor landbouw, natuur en watervoorziening.
2018 en 2022: de moderne droogte- en zonzomers
Ook recenter zijn er zomers die op bepaalde vlakken extremer waren dan 2026. 2018 combineerde langdurige warmte met extreme droogte. In De Bilt viel tijdens de meteorologische zomer amper 86,4 mm neerslag, de op twee na laagste waarde sinds 1901. Met gemiddeld 18,9°C bleef 2018 tot dit jaar bovendien de warmste Nederlandse zomer ooit. 2022 was dan weer een opvallende combinatie van warmte, droogte en zon. In Ukkel bedroeg de gemiddelde temperatuur 19,6°C en de gemiddelde maximumtemperatuur 24,7°C. Er waren 36 zomerdagen en 12 tropische dagen. In Nederland was 2022 met 18,6°C destijds de op twee na warmste zomer sinds 1901. De Bilt registreerde maar liefst 837,5 uur zon, bijna evenveel als het recordjaar 1947. En ook in Ukkel blijft 2022 voorlopig het officiële zonnerecord binnen de huidige gehomogeniseerde reeks: 779 uur en 11 minuten, tegenover 778 uur en 41 minuten in 2026. Een verschil van amper een half uur.
2019: niet de warmste zomer, wel de heetste dag
En dan is er nog 2019. Die zomer illustreert misschien wel het beste waarom “warmste zomer” en “extreemste hitte” niet hetzelfde betekenen. Gemiddeld eindigde 2019 in Ukkel op 19,1°C. In De Bilt bedroeg het zomergemiddelde volgens de huidige reeks 18,5°C. Zeer warm dus, maar duidelijk onder 2026. Op 25 juli 2019 gebeurde echter iets wat tot dan vrijwel ondenkbaar leek. In Gilze-Rijen werd 40,7°C gemeten: voor het eerst overschreed Nederland officieel de grens van 40°C.
In België ging het nog verder. In Ukkel werd 39,7°C gemeten, terwijl het in Begijnendijk 41,8°C werd. Dat is nog altijd het Belgische absolute hitterecord. Op tientallen Belgische meetpunten werd die dag 40°C of meer geregistreerd. 2019 was dus niet de warmste zomer als geheel. Maar wanneer je vraagt: wanneer beleefden we de meest extreme hitte?, dan blijft 25 juli 2019 voorlopig de maatstaf.

Waarom werd 2026 dan toch nummer één?
Waar zit dan precies het bijzondere karakter van zomer 2026? Het record kwam niet alleen tot stand door één spectaculaire uitschieter. Het hele temperatuurniveau lag uitzonderlijk hoog. In Ukkel werden 46 zomerdagen en 15 tropische dagen geregistreerd. De gemiddelde maximumtemperatuur van 25,2°C was hoger dan het oude record van 24,8°C uit 1976. Tegelijk was de gemiddelde minimumtemperatuur van 15,2°C veruit de hoogste uit de reeks. Ter vergelijking: in 1976 bedroeg die slechts 13,3°C en staat dat jaar op dit criterium pas op plaats 26. Dat verschil is belangrijk. Een zomer kan spectaculair hete middagen hebben, maar wanneer daar frisse nachten en koelere periodes tegenover staan, blijft het seizoensgemiddelde beperkt. In 2026 bleef de achtergrondtemperatuur juist bijzonder hoog. Het Nederlandse warmtegetal onderstreept dat beeld. Daarbij wordt voor iedere dag tussen april en oktober berekend hoeveel de etmaalgemiddelde temperatuur boven 18°C uitkomt. Op 5 september stond 2026 op 204,9, inmiddels de hoogste waarde uit de reeks. Daarachter volgen 2006 (201,3), 1947 (196,3), 2018 (196,0), 1976 (163,8), 2022 (138,3), 2019 (130,9) en 1911 (117,0). 2026 onderscheidt zich dus vooral door de totale hoeveelheid warmte.

Hoe uitzonderlijk was 2026 voor het klimaat van zijn tijd?
Als we spreken over de “extreemheid van een zomer” is er nog een andere manier om naar historische recordzomers te kijken: hoe sterk week zo’n zomer af van het klimaat dat eraan voorafging? Daarvoor vergelijken we iedere bijzondere zomer met de gemiddelde zomertemperatuur van de dertig voorafgaande jaren. Dan ontstaat een verrassend ander beeld.
Zomer 2026 lag 2,16°C boven het gemiddelde van 1996–2025. Dat is bijzonder, maar niet ongezien. De zomer van 1947 springt er het sterkst uit: met gemiddeld 18,98°C was deze maar liefst 2,64°C warmer dan de dertig voorafgaande zomers. Ook 1976 (+2,51°C) en 2003 (+2,40°C) waren relatief tot het klimaat van hun tijd nog uitzonderlijker dan 2026. Misschien wel de opvallendste vergelijking is die met 1911. Die zomer was gemiddeld slechts 18,23°C, meer dan 2°C koeler dan 2026. Maar tegenover de dertig voorgaande jaren bedroeg de afwijking +2,18°C: vrijwel exact even groot als de +2,16°C van 2026.

Dat laat mooi zien wat klimaatopwarming met onze referentie doet. Een zomer hoeft tegenwoordig niet alleen uitzonderlijk te zijn om records te breken; hij vindt ook plaats bovenop een veel warmer achtergrondklimaat. Het gemiddelde van de dertig zomers vóór 1911 bedroeg in onze Ukkelse reeks ongeveer 16,05°C. Voor de dertig zomers vóór 2026 is dat inmiddels 18,08°C: ruim 2°C hoger. 2026 is dus absoluut de warmste van deze zomers, maar 1947 en 1976 waren relatief tot hun eigen tijd nog grotere uitschieters.
De weerkaart achter de recordzomer
Laten we nu nog even de weerkaarten analyseren. Ook op de weerkaarten had zomer 2026 een herkenbaar patroon. Vooral vanaf half juni vestigde zich een omvangrijk hogedrukgebied boven grote delen van Europa, dat maar weinig van plaats veranderde. Zo’n situatie wordt een blokkade genoemd: het hogedrukgebied blokkeert als het ware de gebruikelijke westcirculatie, waardoor Atlantische depressies en hun koelere, vochtige lucht moeilijker tot de Benelux kunnen doordringen. Onder hogedruk daalt de lucht bovendien, waardoor wolken oplossen en de zon veel ruimte krijgt. Tijdens de meest extreme fase eind juni lag de kern van het hogedrukgebied aanvankelijk boven Spanje en Frankrijk en schoof vervolgens noordwaarts. Eerst werd warme lucht uit het zuiden aangevoerd, waarna de wind op 24 juni naar het oosten en op 26 juni verder naar het zuidoosten draaide. Daarmee bereikte nog hetere continentale lucht de Benelux. In het Nederlandse Ell liep de temperatuur die dag op tot 39,4°C.
Toch lag de Benelux niet de volledige zomer onder één en hetzelfde hogedrukgebied. Begin juni was de westcirculatie bijvoorbeeld nog duidelijk aanwezig en ook in juli waren er koelere onderbrekingen. Het bijzondere van 2026 zat daarom eerder in het telkens opnieuw terugkeren van hogedruk en warme luchtmassa’s, waardoor koelere episodes onvoldoende lang duurden om het zeer hoge seizoensgemiddelde sterk naar beneden te halen.
Een bekend recept voor extreme zomers
Interessant is dat we dit patroon ook bij verschillende historische topzomers herkennen. De legendarische droogte van 1976 ontstond na hardnekkige hogedrukgebieden boven West-Europa, die al in het voorjaar een groot neerslagtekort hadden opgebouwd. In 2018 lag vanaf april vrijwel voortdurend een hogedrukgebied ergens in de buurt van Noord- en West-Europa. Atlantische depressies werden naar het noorden of zuiden afgebogen en Nederland kreeg daardoor uitzonderlijk vaak noordelijke en oostelijke stromingen.

Daar zit meteen een interessante nuance. Hogedruk betekent niet automatisch extreem hete lucht. In juli 2018 lag de hoge druk bijvoorbeeld vaak boven de Noordzee en Groot-Brittannië, waardoor de wind geregeld uit het noorden kwam. Dankzij veel zon en droge omstandigheden werd het landinwaarts toch zeer warm, maar de Noordzee hield vooral de kust relatief koel. In 2026 kwam tijdens de heetste episodes juist een gunstigere positie voor extreme hitte voor, waarbij warme lucht vanuit Zuid-Europa en later vanuit het zuidoosten rechtstreeks naar onze omgeving kon stromen. De details verschillen dus van zomer tot zomer, maar het basisrecept keert opvallend vaak terug: een geblokkeerde westcirculatie, veel hogedruk boven Europa, weinig Atlantische storingen en langdurig veel zon. Waar de kern van het hogedrukgebied precies ligt, bepaalt vervolgens of we vooral droog en zonnig weer krijgen, of daar bovenop ook zeer hete lucht uit Zuid-Europa wordt aangevoerd. Op 25 juli zorgde onderstaande weerkaart voor de warmste dag ooit. Lagedruk boven de Atlantische Oceaan, hogedruk boven Europa, en tussen beide in een ZO-wind die tropische lucht naar de Benelux pompte.

Geen enkele zomer is op alles recordhouder
Welke zomer uiteindelijk het meest extreem was, hangt af van de maatstaf. 1947 was uitzonderlijk zonnig en langdurig zomers, 1976 heet en droog, 2018 opnieuw extreem warm en droog, 2019 bracht de absolute hitterecords en 2022 combineerde warmte, droogte en zon. 2026 onderscheidt zich vooral door het totaalbeeld: veel warme en tropische dagen, bijna recordveel zon, recordwarme nachten en bovenal het hoogste gemiddelde temperatuurniveau ooit. Toch bepaalt zo’n gemiddelde niet noodzakelijk onze perceptie: langdurige droogte, één intense hittegolf of temperaturen boven 40°C blijven vaak sterker hangen. Bovendien is onze klimatologische referentie opgeschoven: de zomer van 2026 lag in Ukkel nog eens 2,4°C boven de al warme normaal van 1991-2020. 2026 brak dus niet elk afzonderlijk zomerrecord, maar nooit eerder was een volledige zomer in de Benelux gemiddeld zo warm.
