El Niño 2026-2027 breekt nu al records
De El Niño van 2026-2027 ontwikkelt zich in een uitzonderlijk tempo. In amper enkele maanden is de tropische Stille Oceaan omgeslagen van La Niña naar een zeer sterke El Niño. Inmiddels zijn de eerste records gebroken, terwijl El Niño normaal pas rond november tot januari zijn maximale kracht bereikt. De nieuwste verwachtingen laten zien dat verdere versterking waarschijnlijk is. Hoe uitzonderlijk is deze El Niño nu al, en wat kunnen we de komende maanden verwachten?
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op YouTube
- Bekijk zelf de weerkaarten op onze site
Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.

Van La Niña naar El Niño
El Niño is de warme fase van de zogeheten El Niño-Southern Oscillation (ENSO), een natuurlijke schommeling in de tropische Stille Oceaan. Normaal blazen vrij krachtige passaatwinden warm oppervlaktewater richting Indonesië en Australië. Voor de westkust van Zuid-Amerika kan daardoor relatief koud water uit de diepere oceaan naar boven komen. Tijdens El Niño verzwakken deze passaatwinden of keren ze lokaal zelfs om. Het warme water schuift dan oostwaarts en de centrale en oostelijke tropische Stille Oceaan warmen sterk op. Daardoor verplaatsen ook grote gebieden met tropische onweersbuien zich. Dat verandert vervolgens de atmosferische circulatie op duizenden kilometers afstand. El Niño behoort daarom tot de belangrijkste natuurlijke bronnen van klimaatschommelingen van jaar tot jaar.
Begin 2026 heerste nog La Niña, de koude tegenhanger van El Niño. In het voorjaar verdween die afkoeling razendsnel. In juni stelde NOAA officieel vast dat El Niño was begonnen. Sindsdien is de opwarming in de tropische Stille Oceaan alleen maar versneld, en nu worden de eerste records al bereikt.
3 graden warmer dan normaal
Een veelgebruikte maat voor El Niño is de temperatuur in de zogenaamde Niño 3.4-regio, een gebied rond de evenaar in het centrale deel van de Stille Oceaan. In de week rond 19 september 2026 lag de oppervlaktetemperatuur daar volgens NOAA maar liefst 3,05 °C boven het gemiddelde (zie hieronder). Daarmee werd het vorige record van 3,03°C (19 november 2015) verbroken. En niet alleen het zeeoppervlak is extreem warm. Op sommige plaatsen in de oostelijke tropische Stille Oceaan bevindt zich tot ongeveer 150 meter diepte water dat 6 tot 8 °C warmer dan normaal is, lokaal zelfs rond 9 °C.
De hoeveelheid warmte die onder het oppervlak opgeslagen ligt, is belangrijk: deze kan de El Niño de komende maanden verder voeden. De Australische weerdienst meldde dat de warmte-inhoud van de bovenste oceaan in de equatoriale Stille Oceaan in juli een recordniveau bereikte in de meetreeks vanaf 1979.
Ook de atmosfeer reageert uitzonderlijk sterk
Voor een volwaardige El Niño is warm zeewater alleen niet voldoende. Ook de atmosfeer moet reageren. En dat gebeurt nu volop. De luchtdrukverdeling tussen het westen en oosten van de tropische Stille Oceaan is sterk veranderd, de passaatwinden zijn verzwakt of lokaal omgekeerd en de tropische buienactiviteit is naar het oosten verschoven.
De zogeheten Southern Oscillation Index (SOI) bereikte volgens het Nieuw-Zeelandse NIWA in juli zelfs zijn meest negatieve maandwaarde sinds het begin van de reeks in 1876. Een sterk negatieve SOI past bij een krachtige El Niño. Er zijn dus inmiddels records zichtbaar in zowel de oceaan als de atmosfeer.
Maar waarom bestaan er verschillende El Niño-getallen?
Bijzonder is dat NOAA sinds 2026 voor zijn officiële ENSO-monitoring vooral gebruikmaakt van de Relative Oceanic Niño Index (RONI). Daarbij wordt niet alleen gekeken hoeveel warmer de Niño 3.4-regio is dan vroeger, maar ook hoe warm deze regio is ten opzichte van de rest van de tropische oceanen. Dat is belangrijk in een opwarmend klimaat: vrijwel alle oceanen zijn tegenwoordig warmer dan enkele decennia geleden. De relatieve index probeert die achtergrondopwarming gedeeltelijk uit het El Niño-signaal te halen.
Ook volgens die strengere maatstaf is 2026 uitzonderlijk. De wekelijkse relatieve Niño 3.4-afwijking bereikte begin september ongeveer +2,0 °C. De zeer hoge klassieke Niño 3.4-waarden kunnen dus niet simpelweg één-op-één worden vergeleken met oude El Niño’s zonder rekening te houden met de opwarming van de oceanen. Maar zelfs wanneer dat gebeurt, blijft de huidige ontwikkeling zeer sterk.
Piek moet nog komen, halen we +4°C?
Misschien wel het opvallendste is de timing. El Niño bereikt gemiddeld pas zijn grootste sterkte tussen november en februari. De huidige (record) waarden worden dus gemeten terwijl het event normaal nog maanden te gaan heeft. De meerderheid van de modellen laat de relatieve Niño 3.4-index uiteindelijk rond +4°C uitkomen. Volgens verschillende weerdiensten zou dit daarmee zelfs de sterkste El Niño kunnen worden sinds betrouwbare waarnemingen rond 1950 begonnen.

Uitzonderlijke maanden in aantocht
De El Niño van 2026–2027 heeft zijn absolute maximum dus nog niet bereikt, en is nu al bijzonder. Een recordwarme Niño 3.4-regio voor september, uitzonderlijke warmte diep in de oceaan en een recordsterke atmosferische reactie laten zien hoe snel het klimaatsysteem de afgelopen maanden is omgeslagen. De komende twee tot vier maanden worden daarom bijzonder interessant. Als de huidige verwachtingen uitkomen, kan de El Niño van 2026-2027 zich naast, of mogelijk zelfs boven, de beroemde gebeurtenissen van 1982-1983, 1997-1998 en 2015-2016 plaatsen. En net nu de eerste records worden gebroken, moet de periode waarin El Niño normaal zijn hoogtepunt bereikt nog beginnen.
