Komen hittegolven vaker voor door klimaatverandering?
We beleven momenteel een intense hittegolf die wel eens zeer lang zou kunnen aanhouden. Bovendien lijkt het de voorbije jaren alsof hittegolven steeds vaker voorkomen. Waar langdurige warmte vroeger eerder uitzonderlijk was, krijgen we tegenwoordig bijna elke zomer wel één of meerdere periodes met aanhoudend hoge temperaturen. Maar klopt dat gevoel ook? En welke rol speelt klimaatverandering hierin?
- Weerliefhebber? Volg ons via X en Facebook
- Volg de interessante weerberichten op Youtube
Deelnemen aan discussie? Ben je geïnteresseerd om deel te nemen als weeramateur of liefhebber van het weer aan het weerforum? Onderaan dit artikel krijg je bliksemsnel & gratis toegang tot alle reacties. Je kan ook je eigen weerfoto’s uploaden.
Een duidelijke trend in België en Nederland
Wat is een hittegolf ook alweer? Wel volgens de Belgische en Nederlandse definitie is dit een periode van minstens 5 dagen met maxima boven 25°C, waarvan minstens 3 dagen een temperatuur boven 30°C halen.
De cijfers laten weinig ruimte voor twijfel. Zowel in België als in Nederland is het aantal hittegolven de voorbije decennia sterk toegenomen. In Ukkel, waar de officiële Belgische meetreeks teruggaat tot 1833, kwamen hittegolven vroeger relatief sporadisch voor. In de eerste helft van de twintigste eeuw werden soms meerdere jaren na elkaar geregistreerd zonder één enkele hittegolf. In 2021 en 2024 kregen we eveneens geen hittegolf in België. Belangrijk is wel dat een landelijke hittegolf enkel bereikt wordt als de criteria voor een hittegolf in Ukkel gehaald worden. Opvallend, in 1947 kwamen er liefst 4 hittegolven voor in 1 jaar!

Sinds de jaren 1990 zien we een duidelijke versnelling. De zomers van 2003, 2006, 2018, 2019, 2020, 2022, 2023 en 2025 leverden allemaal langdurige hitteperiodes op. Volgens de trendlijn (rode lijn hierboven) zitten we nu op 1.13 wat wil zeggen dat we gemiddeld meer dan 1 hittegolf per jaar krijgen, terwijl dit 50 jaar geleden nog gemiddeld 1 keer om de 4 jaar was. Ook in Nederland is dezelfde evolutie zichtbaar. De officiële meetreeks van De Bilt toont dat het aantal hittegolven sinds de jaren 1980 sterk is gestegen. Vooral de laatste twintig jaar springen eruit, met verschillende zomers die records vestigden. Kortom: hittegolven zijn vandaag niet alleen frequenter dan vroeger, maar vormen stilaan een vast onderdeel van onze zomers.
Historische hittegolven blijven indrukwekkend
Het feit dat hittegolven nu vaker voorkomen betekent niet dat extreme hitte vroeger niet voorkwam. Ook in het verleden werden opmerkelijke hittegolven geregistreerd. De zomer van 1947 geldt nog steeds als één van de meest uitzonderlijke uit de Belgische en Nederlandse weergeschiedenis. Gedurende weken bleef het vrijwel onafgebroken warm en droog. Ook de zomer van 1976 staat in het collectieve geheugen gegrift door de combinatie van hitte en extreme droogte. Meer recent denken velen terug aan de zomer van 2003, die in grote delen van Europa tienduizenden extra sterfgevallen veroorzaakte. Daarna volgden onder meer de hittegolven van 2018, 2019, 2020 en 2022. Vooral juli 2019 was opmerkelijk, toen in zowel België als Nederland voor het eerst temperaturen boven 40°C werden gemeten. Wat vroeger uitzonderlijke gebeurtenissen waren die eens per generatie voorkwamen, lijken vandaag steeds vaker terug te keren.
1947
De zomer van 1947 geldt als één van de warmste en droogste zomers van de twintigste eeuw in België en Nederland. Van eind juni tot begin september domineerden hogedrukgebieden het weerbeeld, met langdurige droogte, veel zonneschijn en meerdere hittegolven. Hoewel de absolute temperatuurrecords van vandaag niet werden bereikt, was vooral de uitzonderlijke duur van de warmte opmerkelijk. Er werden in 1947 maar liefst 4 hittegolven geregistreerd. Maastricht beleefde de warmste nacht van de 20e eeuw op 29 juli, toen de temperatuur niet lager kwam dan 26 graden.


1976
De hittegolf van 1976 wordt vaak beschouwd als de referentie voor langdurige hitte en droogte in de Lage Landen. Tussen juni en augustus viel er toen bijzonder weinig neerslag en werden meerdere hittegolven geregistreerd. Vooral juli 1976 verliep extreem warm. De combinatie van aanhoudende droogte, watertekorten en landbouwschade maakte deze zomer tot één van de meest impactvolle van de voorbije eeuw.

2003
De Europese hittegolf van 2003 betekende een kantelpunt in de moderne klimatologie. In grote delen van West- en Centraal-Europa werden temperatuurrecords gebroken en de hitte leidde tot naar schatting meer dan 70.000 extra sterfgevallen. In België en Nederland was vooral de intensiteit van de warmte uitzonderlijk, met temperaturen die gedurende lange tijd ruim boven normaal lagen. De zomer van 2003 wordt vaak beschouwd als een voorproefje van de hitte-extremen die door klimaatverandering steeds waarschijnlijker worden.
Waarom komen hittegolven vaker voor?
De belangrijkste verklaring is eenvoudig: de aarde warmt op. Sinds het einde van de negentiende eeuw is de gemiddelde temperatuur wereldwijd met ongeveer 1,4°C gestegen. In West-Europa verloopt die opwarming zelfs nog sneller. België en Nederland zijn vandaag gemiddeld meer dan 2°C warmer dan ongeveer honderd jaar geleden. Daardoor verschuift de volledige temperatuurverdeling naar hogere waarden.

Een dag die vroeger uitzonderlijk warm was, komt vandaag veel vaker voor. Bovendien wordt de drempel voor een hittegolf sneller bereikt en langer vastgehouden. Daarnaast lijken bepaalde weerspatronen die hitte bevorderen vaker voor te komen. Langdurige hogedrukgebieden kunnen warme lucht uit Zuid-Europa of Noord-Afrika dagenlang naar onze regio sturen. Wanneer zo’n situatie samenvalt met droge bodems en veel zonneschijn, kunnen temperaturen bijzonder hoog oplopen.
Hittegolven worden ook intenser
Niet alleen het aantal hittegolven neemt toe, ook hun intensiteit verandert. De hoogste temperaturen tijdens hittegolven liggen vandaag vaak enkele graden hoger dan vroeger. Waar maxima van 30 tot 32°C vroeger al uitzonderlijk waren, worden tegenwoordig regelmatig waarden van 35°C of meer bereikt. Een bijkomend probleem is dat ook de nachten warmer worden. Tijdens klassieke hittegolven koelde het vroeger vaak nog af tot 12 à 15°C. Tegenwoordig blijven minima tijdens sommige hitteperiodes boven 20°C hangen. Zo’n zogenaamde tropische nachten zorgen ervoor dat gebouwen minder kunnen afkoelen en verhogen de gezondheidsrisico’s aanzienlijk. Vooral in stedelijke gebieden wordt dit versterkt door het stedelijk hitte-eilandeffect. Beton, asfalt en gebouwen slaan overdag warmte op en geven die ’s nachts slechts langzaam weer af.

Moeten we onze definitie van een hittegolf aanpassen?
Dat brengt ons bij een interessante discussie. In België en Nederland spreken we officieel van een hittegolf wanneer gedurende minstens vijf opeenvolgende dagen een maximumtemperatuur van minstens 25°C wordt gehaald, waarvan minstens drie dagen boven 30°C uitkomen. Deze definitie is gebaseerd op metingen in Ukkel. Maar in een opwarmend klimaat wordt die drempel steeds makkelijker bereikt. Sommige klimatologen stellen daarom de vraag of deze definitie nog wel voldoende onderscheid maakt tussen normale zomerse warmte en werkelijk uitzonderlijke hitte. Als de temperatuurverdeling waarop deze drempels gebaseerd zijn steeds verder opschuift naar hogere waarden, moeten we dan ook onze definitie niet herzien?

Daarbij zijn verschillende pistes mogelijk. Zo wordt in verschillende Europese landen steeds vaker gewerkt met gezondheidsgerelateerde drempels, waarbij niet alleen de maximumtemperatuur maar ook factoren zoals luchtvochtigheid, nachttemperaturen en de duur van de warmteperiode worden meegenomen. Een andere mogelijkheid is het gebruik van een warmtegetal, waarbij de totale warmtebelasting tijdens een hitteperiode wordt gekwantificeerd. Op die manier wordt niet alleen gekeken naar het aantal warme dagen, maar ook naar hoe uitzonderlijk warm die dagen werkelijk zijn. Daarnaast wordt binnen de klimatologie steeds vaker gewerkt met relatieve definities van extreme hitte. Zo hanteert de Europese klimaatdienst Copernicus vaak een benadering waarbij temperaturen worden vergeleken met historische percentielen. Een hittegolf wordt dan bijvoorbeeld gedefinieerd als een periode waarin de temperatuur gedurende meerdere dagen boven de 95ste percentielwaarde van het lokale klimaat uitkomt. Het voordeel hiervan is dat de definitie automatisch rekening houdt met regionale verschillen en veranderingen in het klimaat doorheen de tijd.
Een Europese benadering zou de vergelijkbaarheid tussen landen kunnen verbeteren, al blijft het belangrijk om rekening te houden met lokale omstandigheden. Wat uitzonderlijke hitte is in Scandinavië, hoeft dat immers niet te zijn in Zuid-Spanje. Welke definitie uiteindelijk het meest geschikt is, blijft onderwerp van discussie, maar het is duidelijk dat een klimaat dat steeds verder opwarmt ook nieuwe vragen oproept over hoe we extreme warmte precies definiëren.
