Aprilse grillen: wat zijn ze en hoe ontstaan ze?

Als het maar lang genoeg regenachtig en koud weer is in de maand april, hoor je mensen vaak zeggen: ‘zie je wel, april doet wat hij wil’. In België heeft men het vaak over aprilse grillen. Wat zijn die aprilse grillen eigenlijk? Welk weertype is typerend hiervoor en bij welk stromingspatroon ontstaat dit weertype?

Klimatologie in april

Van alle maanden in het kalenderjaar kent april de grootste variatie in temperatuur. Aan het begin van de grasmaand ligt de gemiddelde maximumtemperatuur op 11°C. Deze neemt toe naar circa 17°C aan het einde van de maand. En dan zijn dit nog maar gemiddelden…de extremen vertonen nog veel grotere verschillen. Zo heeft het op de Hoge Venen wel eens streng gevroren, maar zijn er ook in het laagland van België wel eens tropische temperaturen gemeten. Sneeuw is zeker aan het begin van de maand nog heel gewoon, waar er in de tweede helft van de maand wel eens stranddagen geweest zijn.

Het is al met al niet vreemd dat april grossiert in zowel uitschieters naar boven als uitschieters naar beneden. En vooral die uitschieters naar beneden blijven ons vaak het meest bij: ‘de aprilse grillen‘.

Aprilse grillen nader uitgelicht

Aan het begin van de lente zijn de zeeën en oceanen op zijn koudst. Water neemt immers maar traag de temperatuur van de lucht erboven over en dus valt de laagste temperatuur van zeeën/oceanen altijd een hele tijd (vaak meerdere maanden) later dan het moment met de laagste zonnestand. Het gevolg is dat het zeewater voor de Belgische en Nederlandse kust in de maand maart het koudst is.

In april begint het zeewater geleidelijk weer warmer te worden. Echter warmt het Europese vasteland vele malen sneller op dan de Noordzee, de Oostzee en de Atlantische Oceaan. Hierdoor ontstaat er een enorm temperatuurcontrast tussen land en zee. En door dit contrast wordt er op zijn beurt weer een luchtcirculatie in gang gezet. Boven het snel opwarmende Europese vasteland ontstaat door toedoen van thermische stijgbewegingen een groot lagedrukgebied. Boven de koude zeeën nestelen zich, als gevolg van thermische daalbewegingen, hogedrukgebieden.

Aangezien de westkust van Europa tamelijk noord-zuid georiënteerd ligt, kun je je voorstellen dat hoge druk zich in het voorjaar thuis voelt in het westen (boven de koude Atlantische Oceaan) terwijl lage druk zich vooral thuis voelt in het midden en oosten van Europa (boven het continent en Scandinavië). Tussen deze luchtdruksystemen kan de lucht maar uit één kant waaien: vanuit het noorden. Het is dus niet gek dat we deze windrichting vaker in het voorjaar zien dan in andere jaargetijden, want de thermische verdeling van land/zee-contrasten zorgt daarvoor.

Met deze overheersende, noordelijke stroming in het voorjaar stroomt regelmatig polaire lucht over onze contreien. Het is in deze luchtsoort waarin gemakkelijk winterse buien kunnen ontstaan.

noordelijke stroming
Een typerende situatie voor april: hoge druk op de Atlantische Oceaan in combinatie met lage druk op het continent. Daartussen waait de wind over een groot gebied uit een noordelijke richting.

Onstabiel

Hoe kouder de bovenlucht, des te meer verticale luchtbewegingen en des te meer kans op stevige buien. Vooral als de lucht van over zee komt, en dus veel vocht bevat, kan zo’n koude bovenlucht resulteren in buien met onweer, korrelhagel en sneeuw. Bij dergelijke buien kan het kwik in luttele minuten meer dan vijf graden dalen tot zelfs soms maar net boven het vriespunt. Tussen de buien door is de lucht vaak diepblauw en warmt het weer snel op naar een graad of 10.

aprilse grillen
Tijdens winterse buien kan het ook in april soms nog tijdelijk behoorlijk wit worden.

Hoe vaak komt het voor?

Aprilse grillen zien we, net als maartse buien, bijna ieder jaar wel terugkeren in de grasmaand. Een gemiddelde aprilmaand telt 1 à 2 sneeuwdagen. Dit geldt voor vrijwel alle locaties in de Benelux. Op de Hoge Venen zijn 4 of 5 sneeuwdagen zelfs normaal. De bekendste ‘april doet wat hij wil’-situatie van de afgelopen jaren staat op naam van april 2016. Een diepe noordwestcirculatie veroorzaakte in de derde decade van deze maand toen dagenlang buien met onweer, sneeuw en korrelhagel. Ook lagen de temperaturen toen erg laag: Maastricht noteerde op de 26e een maximum van slechts 5,8°C. In het binnenland kwam het lokaal tot lichte vorst.

maximumtemperatuur 26 april 2016
De maximumtemperaturen in Nederland op dinsdag 26 april 2016

Wel moet hierbij opgemerkt worden dat aprilse grillen de laatste jaren een steeds zeldzamer fenomeen worden. Gedurende de afgelopen drie decennia is april de sterkst opwarmende maand van alle maanden in het jaar. Je ziet steeds vaker aprilmaanden waarbij er geen enkele sneeuwdag wordt gemeten. In de top 10 van warmste aprilmaanden zijn er 7 gemeten na het jaar 2000 (KNMI). En als het al een keer tot sneeuw komt, is het vaak smeltende sneeuw, die weer snel wegsmelt.

En dit jaar?

Voorlopig lijkt het er niet op dat april 2019 een gooi gaat doen naar sneeuw, onweer en hagel. We krijgen wel wat lichte vorst komende nacht, maar daarna gaat de kou alweer uit de lucht. Misschien dat het rond het midden van de week tijdelijk wat kouder wordt. De maxima dalen dan naar waarden rond of iets onder de 10°C. Maar echt ‘april doet wat hij wil’ kun je dit niet noemen, aangezien de neerslag op woensdag en donderdag vooral egale regen zal zijn en geen buien zoals bij aprilse grillen het geval is.

april gemiddelde temperatuur
April door de jaren heen


Lees ook eens: