Gevoelstemperatuur, windchill en dauwpunt

In het weerbericht hoort men altijd de verwachting van de temperatuur. Zelden zult u echter iets horen over de gevoelstemperatuur, ook wel windchill genoemd. Als het flink waait dan beleven we de temperatuur vaak lager dan vermeld wordt op de thermometer. De gevoelstemperatuur wordt berekend uit een combinatie van de luchttemperatuur en de gemiddelde windsnelheid. Ook de dauwpunttemperatuur, die we wel kunnen meten, zegt iets over de gevoelstemperatuur. In dit artikel gaan we beide aspecten nader verklaren.

Windchill

“Het weerbericht voor vandaag: het wordt een koude winterdag met een maximumtemperatuur van rond het vriespunt. Er staat een oostenwind, kracht 4.”

Bij het horen van dit bericht weten we in ieder geval dat de winterjas aan moet, maar hoe zit het met de handschoenen, sjaal en muts? U loopt de wijk uit en achter uw huis steekt opeens die oostenwind op. Brr, koud. Dit voelt niet als 0 graden. Snel terug naar huis om uw handschoenen en muts op te halen. Herkenbaar?

In de wind kan het een stuk kouder aanvoelen dan uit de wind. Dit verschijnsel staat ook wel bekend als “windchill”. Warmteverlies drukken we uit in een gevoelswaarde van de temperatuur: de gevoelstemperatuur. Het verschil tussen de gemeten luchttemperatuur en de gevoelstemperatuur is een maat voor extra warmteverlies.

Tabel voor de bepaling van de gevoelstemperatuur

Gevoelstemperatuur tabel

Het KNMI maakt gebruik van een in Canada ontwikkelde formule: de JAG/TI methode. Ook de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en IJsland hanteren deze formule. Deze wetenschappelijk onderbouwde methode (Joint Action Group on Weather Indices) is gebaseerd op het warmtetransport van het lichaam naar de huid. (bron: KNMI.nl)

Er is een heel handige tabel ontwikkeld om de gevoelstemperatuur te kunnen berekenen. De windkracht haalt u uit het weerbericht. Om op ons voorbeeld terug te komen houden we windkracht 4 aan. Dan kijken we naar de temperatuur en voilà, u kunt de gevoelstemperatuur aflezen. De temperatuur van 0 graden wordt door ons veel lager aanvaard. We voelen dit namelijk als -6 graden. Nog gevaarlijker wordt het als de temperatuur zich bevindt in de oranje zone. Dat is bij een gevoelstemperatuur van -15 graden en lager. Bij gevoelstemperaturen van onder de -15 graden kan na een uur al koudeletsel optreden. Een temperatuur van -20 graden of lager kan zelfs met bekleding al een kleine kans geven op bevriezingsverschijnselen.

koudeletsel-handen

3e graads bevriezing (frostbite) van de vingers. Het weefsel is dusdanig beschadigd dat dit niet meer hersteld kan worden. (Bron: www.bushcraft.nl)

Plaatselijke bevriezing

Door ijzige koude en sterke wind kunnen onbedekte delen van het lichaam plaatselijk bevroren raken. Hierbij vindt een werkelijke bevriezing plaats met de vorming van kristallen in de cellen en weefsels. Veelal zijn het oren, vingers en tenen die plaatselijk bevriezen. Dit kan voorkomen bij een lokale temperatuur van –4 graden Celsius en lager en is afhankelijk van de tijd van blootstelling. Hoe lager de temperatuur en hoe hoger de windsnelheid, des te sneller de bevriezing! Het gezicht, de oren, de neus, de handen en voeten zijn zeer kwetsbaar, zelfs bij lichte afkoeling. In de handen liggen de kleine bloedvaten vooral aan de oppervlakte.

koude lucht

Een simpeler voorbeeld kunnen we niet geven. De temperatuur daalt met de hoogte en de wind neemt juist met de hoogte toe. Bevriezingsverschijnselen liggen op de loer! (bron: www.retouched-fotobewerkingen.nl)

Door de warmtewisseling in de (onbeschermde) huid, gaat het koud geworden bloed via de ader rechtstreeks naar het centrale gedeelte van het lichaam. Probeer de handen droog te houden en metalen voorwerpen bij temperaturen onder het vriespunt alleen met handschoenen aan te gebruiken. Bij temperaturen van –20 graden Celsius en lager is het mogelijk dat de huid aan metalen delen vastvriest.

Verschijnselen van plaatselijke bevriezing zijn:

1. Bleekheid: een dode witte plek op de huid (de zogenaamde “white spot”).
2. Verdoving: volledig ongevoelig
3. Verstijving: getroffen plek voelt hard en houterig aan
4. Pijn bij verwarmen: tintelen

Graden van bevriezing en verschijnselen

1e graad: als waarschuwing: dode witte plekken op de huid
2e graad: blaren, maar het huidweefsel is nog niet dood
3e graad: Het weefsel onder de blaren sterft af en kan niet meer genezen. Vroeger was directe amputatie de regel, nu is men wat slimmer daarin.

Genoeg reden dus om de windchilltabel te gebruiken bij lage temperaturen (vorst) en veel wind. Gemiddeld telt een jaar drie dagen met gevoelstemperaturen onder de -15 graden. Op tien dagen per jaar komt de gevoelstemperatuur onder -10 graden. Een hele dag onder -10 graden met een laagste gevoelstemperatuur onder -20 graden komt eens in de drie jaar voor.

Dauwpunttemperatuur

Het dauwpunt is de temperatuur waarbij de lucht niet langer zijn waterdamp vast kan houden en waterdruppels oftewel condens begint te vormen. Dit zie je ook bij mist waarbij de luchtvochtigheid de maximale waarde heeft bereikt van 100%. In de weerkunde is de dauwpunttemperatuur een handige parameter. Zo wordt het dauwpunt gebruikt voor de berekening van de wolkenbasis en ook bij onweer. Een hoog dauwpunt zorgt ook voor een grotere kans op onweersbuien. Warme lucht stijgt en komt in een koudere omgeving terecht. Bij een hoog dauwpunt condenseert de luchtmassa al snel en ontstaan wolken. Hierbij komt condensatiewarmte vrij waardoor de lucht waarin de waterdamp zich bevindt minder snel afkoelt dan de omgeving. Hierdoor stijgt de lucht nog verder. Bij een hoog dauwpunt in combinatie met een onstabiele atmosfeer is er aan de onderkant van de wolk lang aanvoer van vochtige lucht mogelijk waardoor de typische aambeeldvormige onweerswolk cumulonimbus kan ontstaan. Middels een wiskundige formule is de dauwpunttemperatuur te berekenen.

Dauwpunt en de beleving van de temperatuur

De dauwpunttemperatuur zegt ook iets over de beleving van het weer en daar gaan we het nu wat specifieker over hebben. Zowel een hoog dauwpunt als een te laag dauwpunt kan als onprettig ervaren worden. Zo zal bijvoorbeeld bij een buitentemperatuur van 18 graden met een luchtvochtigheid van 70% dit aangenamer voelen dan bij een luchtvochtigheid van 40%. Dit heeft weer te maken met onze zweetproductie. Bij een hoge temperatuur (of lichamelijke inspanning) produceert het menselijk lichaam zweet. Voor de verdamping hiervan is warmte nodig, welke onttrokken wordt aan het lichaam, dat zo afkoelt. Bij een dauwpunt hoger dan 15 graden is de luchtvochtigheid al zo hoog dat verdamping niet zo gemakkelijk meer gaat. Het lichaam koelt dan moeilijker af waardoor het weer als warm en vooral ook als benauwd wordt ervaren.

De beleving hiervan is afhankelijk van gewenning; inwoners van gematigde streken ervaren een dauwpunt van 15 graden al als onprettig, terwijl inwoners van de tropen een dauwpunt van meer dan 20 graden vaak nog niet hinderlijk vinden. Een erg laag dauwpunt wordt eveneens als hinderlijk ervaren. Het weer is dan extreem droog, waardoor de huid snel uitdroogt. Tijdens lage temperaturen zullen deze bij een hoge dauwpunttemperatuur (vochtige lucht) minder koud ervaren worden dan bij een lage dauwpunttemperatuur. Bij hoge temperaturen is dit dus precies andersom.

  • Bronnen: KNMI.nl – Retouched-fotobewerkingen.nl – Wikipedia.nl – Bushcraft.nl
  • Jajan

    Bedankt.

  • Arjan de Weerman

    Hoe lager de dauwpunttemperatuur hoe groter de kans op sneeuw. Als voorbeeld: In extreme gevallen kan er al sneeuw vallen bij +8 graden waarbij de dauwpunttemperatuur (ruim) onder het vriespunt ligt.
    Meestal valt er sneeuw in onze omgeving bij een dauwpunttemperatuur schommelend tussen -4 en +2 graden. In het algemeen kun je stellen, hoe droger de aangevoerde luchtsoort hoe lager het dauwpunt en hoe vochtiger de luchtsoort hoe hoger de dauwpuntsttemperatuur. Een wind van zee geeft dus vaker een hogere dauwpuntstemperatuur waardoor sneeuwsituaties net niet lukken in het laagland terwijl een continentale aanvoer voor lagere dauwpunttemperaturen kan zorgen.

  • Arjan de Weerman

    Waterkoude is een term die inderdaad gehanteerd wordt bij lage temperaturen maar wel boven het vriespunt. Meestal is dit tussen +1 en +8 graden. Het staat voor vochtige, klamme lucht. De dauwpunttemperatuur ligt hierbij dus nagenoeg tegen de temperatuur op waarnemingshoogte aan. Vaak is hierbij uiteraard veel wind aanwezig. Voor het gevoel is dit dus onaangenaam, vandaar de term waterkoud.

  • godutch

    En waar past waterkou dan precies? Dat vind ik echt het meest vreselijk weer wat er is, temperaturen tussen 0-3graden met een hele vochtige lucht, dat voelt als zo verschrikkelijk koud

  • Jajan

    Boeiend artikel trouwens. 🙂

  • Jajan

    Wat is precies de link tussen het dauwpunt en de kans op sneeuw vs smeltende sneeuw? Bij de winterse buien enkele weken terug werd soms naar de rol van het dauwpunt verwezen.